Derde arbeidsovereenkomst is contract voor onbepaalde tijd

Tekst verkleinenTekst vergroten
Tekstgrootte:
0 reacties
05-feb 2010
De derde arbeidsovereenkomst van een schilder is op grond van de cao voor het Schilders- afwerkings- en glaszetbedrijf een overeenkomst voor onbepaalde tijd. De cao-bepaling is een afwijking van de wettelijke regeling in het voordeel van de werknemer.

De situatie

Een schilder is vanaf 16 april 2002 in dienst van een schildersbedrijf, op basis van een contract voor een half jaar. Dit contract wordt, opeenvolgend, nog twee maal verlengd. Op de overeenkomst is de CAO voor het Schilders- afwerkings- en glaszetbedrijf van toepassing. Op 12 mei 2003 wordt de werknemer ziek en vanaf 10 mei 2004 krijgt hij een gedeeltelijke Wao-uitkering. De werkgever heeft de werknemer in september laten weten dat zijn arbeidsovereenkomst per 1 oktober van rechtswege afloopt en dat deze niet verlengd wordt.

In de cao staat dat, in afwijking van de ketenregeling uit het burgerlijk wetboek (art 7:668a), de derde opeenvolgende overeenkomst een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is, als de drie overeenkomsten elkaar binnen 31 dagen opvolgden.

De vraag

De werknemer vordert loon vanaf 16 oktober 2003, inclusief wettelijke verhoging en wettelijke rente. De kantonrechter heeft de vorderingen afgewezen en de werknemer gaat in hoger beroep.

Het oordeel

Het hof oordeelt dat de arbeidsovereenkomst inderdaad voor onbepaalde tijd is aangegaan.
De historie van de cao bevestigt dat. In de cao 1996/1997 stond in het artikel dat een arbeidsovereenkomst uitsluitend werd aangegaan voor onbepaalde tijd tenzij anders schriftelijk was overeengekomen. In de volgende cao is daaraan toegevoegd dat een arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt éénmaal kan worden verlengd maar dat de totale duur van de twee overeenkomsten niet langer mag zijn dan 12 maanden. In de cao van 1999/2000 was dezelfde bepaling opgenomen. Tijdens deze periode is artikel 7:668a BW ingevoerd. In de volgende cao is het artikel zoals in de situatiebeschrijving is beschreven, opgenomen. Het hof oordeelt dat, gelet op de bepalingen in de opvolgende cao's, er sprake is van een complementair stelsel. De cao kent een afwijking van art. 7:668a BW in het voordeel van de werknemer. Nu de cao bepaalt dat de derde overeenkomst een overeenkomst voor onbepaalde tijd is, is er in casu sprake van een overeenkomst voor onbepaalde tijd.<

 

Bron:
LJN BK6181
, Hof Den Bosch
Art. 7:668a BW (keten) en cao Schildersbedrijf
Hoger beroep, 27 oktober 2009
 

Door mr. Ingrid Kooijman

0 Reacties

Er zijn nog geen reacties geplaatst.

Reageer op dit artikel

Naam :
E-mail adres :
Reactie
 
Onthoudt mij
 

Alles over werven en selecteren

Een compleet overzicht voor recruiters en selecteurs Dit boek is een handreiking aan iedereen die op een professionele wijze wil werven en selecteren en de validiteit van zijn uitspraken na de selectieronde wil vergroten.

Meer informatie »

Deze maand in Flexmarkt

In het februarinummer:

Het faillissement van Olympia Flexgroup
De Finanscoop
- Detacheerders crisisbestendiger dan uitzenders

 

Nog geen abonnee?
Neem een introductieabonnement
Nu drie maanden voor € 9,99!

Flexmarkt heeft een groep op LinkedIn. Via deze groep wil de redactie lezers onder meer actief betrekken bij artikelen, onderwerpen en onderzoeken voor het vakblad en de website van Flexmarkt.
Meld u aan bij de Flexmarkt Group op LinkedIn »