Leeftijdsonderscheid in sociaal plan is discriminatie

Tekst verkleinenTekst vergroten
Tekstgrootte:
0 reacties
07-jun 2010
Een sociaal plan dat oudere werknemers slechter behandelt dan jongere werknemers is in strijd met de wet gelijke behandeling.

Een 62-jarige werknemer die door het plan een lagere ontslagvergoeding mee krijgt, heeft recht op een schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag.

De situatie

Een wegenbouwdrijf zit in de financiële problemen en moet daarom 650 werknemers ontslaan. Met de vakbonden wordt een sociaal plan overeengekomen. Dat plan houdt onder meer in dat er voor werknemers van 62 jaar of ouder geen voorzieningen wordt getroffen omdat zij gebruik kunnen maken van vroegpensioen. Voor de betrokken werknemer wordt een ontslagvergunning aangevraagd. De 62-jarige werknemer wordt na 24 jaar dienstverband ontslagen met – conform het sociaal plan – een opzegtermijn van vijf maanden en een ontslagvergoeding van één maandsalaris. De werknemer doet bij de begeleidingscommissie en bij de raad van bestuur tevergeefs beroep op de hardheidsclausule uit het sociaal plan. Dan stapt hij naar de kantonrechter.

De vordering

De werknemer vordert een schadevergoeding van bijna € 250.000. Hij vindt hij dat hij wordt gediscrimineerd vanwege zijn leeftijd. Zijn ontslag is kennelijk onredelijk omdat de financiële gevolgen van het ontslag te ernstig zijn voor hem. Omdat hij niet van plan was om met vroegpensioen te gaan, gaat hij er nu sterk in inkomen op achteruit en ontvangt hij straks jaarlijks ruim € 10.000,- minder pensioen. Zijn arbeidsmarktpositie is gezien zijn leeftijd en gezondheid ook slecht.

Het verweer

De werkgever vindt dat het gemaakte onderscheid in het sociaal plan niet in strijd is met de wet gelijke behandeling omdat de vakbonden hebben ingestemd met het sociaal plan.

Het oordeel

De toegekende ontslagvergoeding van 1 maandsalaris is in vergelijking met de vergoeding die de jongere medewerkers krijgen zo onbillijk dat het ontslag daardoor kennelijk onredelijk is. De jongeren krijgen maximaal 5 jaar een aanvulling van op hun uitkering en vallen daarna pas terug op 70 procent van hun loon terwijl de werknemer meteen terugvalt naar 65 procent van zijn laatstverdiende loon. Dat het bedrijf geen geld heeft, is geen rechtvaardiging voor dit onderscheid. Net zo min als de instemming van de vakbond het onderscheid legitiem maakt.

De werknemer heeft vanwege de kennelijke onredelijkheid recht op een vergoeding naar billijkheid. Die vergoeding moet in beginsel gelijk zijn aan die van andere werknemers die bij de reorganisatie zijn ontslagen, met een maximum van de werkelijk geleden schade. Deze vergoeding komt neer op € 86.226,90. De onderbouwing en de berekening van dit bedrag is te vinden in het vonnis.

 

Bron:
LJN BM3939, Kantonrechter ‘s-Hertogenbosch
Ontslagvergoeding, Eerste aanleg
6 mei 2010

Door mr. Ingrid Kooijman
 

0 Reacties

Er zijn nog geen reacties geplaatst.

Reageer op dit artikel

Naam :
E-mail adres :
Reactie
 
Onthoudt mij
 

- Het schizofrene dealjaar 2011
- Olympia's nieuwe recordjaar

Nog geen abonnee?
Bestel een gratis proefnummer of neem een introductieabonnement.

Volg ons

       

Flexmarkt Webshop

Flexmarkt webshopIn de Flexmarkt Webshop vind je als professional op het gebied van arbeidsbemiddeling de boeken, cd-roms en online producten die je helpen je ambities waar te maken.
Naar de webshop »