Een werkneemster werkt als invalkracht bij een tankstation. Zij wordt ziek en eist in een kort geding doorbetaling van loon tijdens haar ziekte, in overeenstemming met het gemiddelde loon dat zijn in de drie maanden voorafgaande aan de ziekte heeft ontvangen. Zij is van mening dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd met uitgestelde prestatieplicht.
De werkgever wil het loon niet doorbetalen. Hij is van mening dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, maar van een voorovereenkomst. Iedere keer als de werkneemster een dienst overneemt bij het bedrijf, ontstaat een nieuwe arbeidsovereenkomst.
De kantonrechter wijst de vorderingen van de werkneemster toe. De werkgever gaat in hoger beroep. Het hof bekrachtigt echter de uitspraak van de kantonrechter.
Als er sprake was geweest van een voorovereenkomst, zoals de werkgever aangeeft, dan was er grond van artikel 7:668a lid 1 en sub b BW al sprake van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Er hebben meer dan drie oproepen plaatsgevonden met tussenpozen van niet meer dan drie maanden, waardoor de laatste arbeidsovereenkomst geldt als aangegaan voor onbepaalde tijd.
LJN BB1936, Gerechtshof 's-Hertogenbosch
LJN BB1936, Gerechtshof 's-Hertogenbosch

- Het schizofrene dealjaar 2011
In de Flexmarkt Webshop vind je als professional op het gebied van arbeidsbemiddeling de boeken, cd-roms en online producten die je helpen je ambities waar te maken.