Als een ongebonden uitzendorganisatie er voor heeft gekozen om de ABU-cao in de individuele arbeidsovereenkomst met de uitzendkracht van toepassing te verklaren, zullen de verplichtingen uit de cao, die zich er naar lenen om opgenomen te worden in de arbeidsovereenkomst, van toepassing blijven. Het gaat hier dan om bepalingen met betrekking tot loon, kostenvergoedingen etc.
Er kunnen voor deze ongebonden uitzendorganisaties echter wel problemen ontstaan door de onderbreking in AVV.
Lonen
Voor uitzendwerkgevers geldt met betrekking tot het loon dat een uitzendkracht recht heeft op hetzelfde loon als een werknemer die dezelfde arbeid verricht bij de inlener (artikel 8 WAADI). Wanneer de cao voor uitzendkrachten wordt gevolgd, kan hiervan worden afgeweken. Nu kunnen de ongebonden uitzendorganisaties, door onderbreking in de AVV, hier niet meer van afwijken en moeten aan de uitzendkrachten weer hetzelfde loon betalen als de werknemers ontvangen die direct bij de inlener in dienst zijn.
Periode-ketensysteem
Ook geldt het periode-ketensysteem niet meer voor ongebonden uitzendorganisaties in de AVV-loze periode. Dit betekent dat de wettelijke bepalingen weer gelden. Hierdoor kunnen er nog maar drie arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd gesloten worden (artikel 7688a BW). Een vierde overeenkomst geldt voor onbepaalde tijd.
In fase A (ABU-cao) kan echter een onbeperkt aantal arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd afgesloten kan worden. Door het aflopen van AVV kan het voorkomen dat onbedoeld een werknemer werkzaam is op basis van een overeenkomst voor onbepaalde tijd.
Ook met betrekking tot de opzegtermijn en het uitzendbeding wijkt de ABU-cao ten nadele af van de wettelijke regeling. Wanneer de ABU-cao niet meer geldt voor een ongebonden uitzendorganisatie, zal de wet gevolgd moeten worden.
De ABU verwacht dat het nog ongeveer twee maanden zal duren voordat de cao voor uitzendkrachten algemeen verbindend wordt verklaard, maar kan dit niet met zekerheid zeggen.
Bron: ABU

- Het schizofrene dealjaar 2011