De opdrachtgever blijft verantwoordelijk voor de werving & selectie en de aansturing van de werknemers.
Payrolling verlaagt hiermee de intensiteit en complexiteit van het werkgeverschap.
Waar komt het vandaan?
Payrolling is ontstaan tijdens de jaren zestig met de eerste golf van arbeidsmigranten. Hierbij ontstond de behoefte om op een flexibele wijze om te gaan met beloning en inzet van arbeidscontracten. Na het uitzenden wilde men na een lange periode een 'duur'-korting. Op termijn is men gaan spreken over payrolling. Dit heeft zich door de jaren heen gemanifesteerd als een zelfstandige dienst binnen het dienstenpakket van diverse uitzendbureaus.
Na afschaffing van de vergunningsplicht voor arbeidsintermediairs in de jaren '90 begonnen verschillende bedrijven zich te specialiseren in de diverse vormen van HR-dienstverlening, zoals werving & selectie, detachering en - last but not least - payrolling.
Kwaliteit van payroll-bedrijven
Net als de uitzendbranche kende ook de payroll-sector de afgelopen jaren een ware wildgroei aan ondernemingen. Daaronder bevinden zich de nodige 'cowboys' die op een snelle manier geld willen verdienen, maar het met de afdracht van sociale premies niet altijd even nauw nemen. CAO’s of lonen worden door dit soort malafide ondernemers vaak niet gerespecteerd. Door de inlenersaansprakelijkheid blijft de opdrachtgever vervolgens met de brokken zitten.
Kaf van koren scheiden
Hoe kun je als werkgever het kaf van het koren scheiden? Een aantal indicatoren waarmee men de kwaliteit van payroll-bedrijven kan toetsen:
• WKA-verklaring (verklaring betalingsgedrag Belastingdienst)
• NEN 4400-1-certificering (Nederlands Normalisatie-instituut)
• Lidmaatschap brancheorganisatie(s) (VPO, ABU en NBBU)
• Referenties / track record
• SNA-verklaring (Stichting Normering arbeid)
• VRO-certificering (Vereniging tot Regulering Onderaanneming)
• Transparantie van de onderneming en prijsmodel
Brancheverenigingen: VPO vs. ABU
In Nederland zijn er naast de kleinere NBBU twee grote brancheverenigingen voor payrollers die werken met een eigen CAO: VPO en ABU.
VPO
• Acht contractmomenten binnen 3 jaar (gem. 4,5 maand per contract)
• Eerste 52 weken mogelijkheid tot uitsluiten loondoorbetalingsverplichting
• Vanaf eerste dag gebruik van inlenersbeloning (zelfde beloningspakket als bij de inlener wordt gehanteerd)
• Gehele jaar door mogelijkheid studenten en scholieren tegen gereduceerd tarief te laten werken
• Geen fasesysteem, maar ketensysteem.
• Niet uitzenden, maar volledige periode detachering
ABU:
• Fase systeem A/B/C
• 1e 78 weken mogelijkheid tot uitsluiting van loondoorbetalingsverplichting
• Na 78 weken nog een mogelijkheid om 8 contracten aan te bieden voor een periode van 2 jaar
• 1e 78 weken ziekte-uitkering door UWV (in fase A wordt 71% betaald door het UWV en met inachtneming van de wachtdagen moet het payrollbedrijf aanvullen tot 91%).
• 1e 26 weken keuze om inlenersbeloning te volgen of ABU CAO. Na 26 weken verplicht over op inlenersbeloning
Toekomstperspectief
Volgens onderzoek van EIM en DBSC in opdracht van ABU en VPO ligt het marktpotentieel van payrolling voor de nabije toekomst op 28% van de flexmarkt. Thans beslaat payrolling nog geen 10% van de flexmarkt.
De huidige trends dat bedrijven hun flexibele schil verder willen vergroten en dat medewerkers steeds onafhankelijker worden en positiever gaan denken over flexibele arbeidsrelaties, zullen ertoe leiden dat bedrijven intensiever gebruik gaan maken van payrolling. De angst om fysiek afstand te doen van medewerkers is wat veel bedrijven nu (nog) tegenhoudt. Door de recente daling van het vacatureaanbod kunnen veel kandidaten ook niet meer zo kieskeurig zijn wat betreft de vorm van hun arbeidscontract, waardoor men niet meer zo snel de neus zal ophalen voor werken op payroll-basis.
Steeds meer zaken die niet tot de kernactiviteiten van een bedrijf behoren, worden uitbesteed. Zoals de salarisadministratie nu al in veel gevallen wordt uitbesteed, zo zal ook het uitbesteden van het juridisch werkgeverschap fors groeien. Vandaag de dag zijn dagelijks zo'n 90.000 mensen aan het werk op payroll-basis. De onderzoekers van EIM/DBSC verwachtten in 2008 nog dat dat aantal in een bloeiende economie tegen 2012 gegroeid zou zijn naar ca. 315.00 (28% van de flexmarkt). Thans verwacht de VPO dat het aantal payroll-krachten zeker zal groeien tot over de 150.000 in 2012, maar geeft aan dat het uiteindelijke aantal sterk zal afhangen van de economische groei en de mate van krapte op de arbeidsmarkt, met name door de vergrijzing. Payrolling is daarmee een van de snelst groeiende onderdelen binnen de flexmarkt.
Hoe de economie en arbeidsmarkt zich de komende jaren ook zullen ontwikkelen, de trend is en blijft dat het uitbesteden van personele rompslomp (administratie en verzuim) en de behoefte aan flexibilisering verder zullen toenemen - zeker gezien de lessen van de laatste economische recessie.
Bron:
Bas Bramer (The Payroll Factory)
VPO, Marktverkenning Payroll dienstverlening, mei 2008

- Portret van Adecco