Dit wil zeggen dat niemand het woord wenst te voeren over het wetsvoorstel en dat het voorstel zonder stemming door de Kamer wordt aanvaard.
Het wetsvoorstel voorziet in bescherming van uitzendkrachten en bestrijding van fraude en illegaliteit in de uitzendbranche. De inlener kan ook aansprakelijk gesteld worden voor de betaling van het minimumloon en de minimumvakantiebijslag. Wanneer de inlener gebruik maakt van een gecertifideerd bureau, kan hij echter niet aansprakelijk worden gesteld.
Deze wijziging van het Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek is per 1 januari 2010 in werking getreden.
De publicatie van het officiële besluit >>
Bron: Eerste Kamer der Staten-Generaal

- Het schizofrene dealjaar 2011