Topvrouw House of HR waarschuwt voor scheiden wonen en werken arbeidsmigranten

0

Het volledig loskoppelen van wonen en werken voor arbeidsmigranten kan volgens Rika Coppens, CEO van House of HR, averechts uitpakken. Zij vreest dat hierdoor de controle op huisvesting afneemt en malafide constructies meer ruimte krijgen. In een opiniestuk op PW pleit Coppens daarom niet voor een volledige scheiding van wonen en werken, maar voor strengere controles op internationale detachering en verplichte huisvestingsnormen voor alle werkgevers die arbeidsmigranten onderdak bieden.

De discussie over de afhankelijkheid van arbeidsmigranten van hun werkgever speelt al langer. Wanneer een uitzendkracht zowel zijn baan als zijn woning via dezelfde organisatie krijgt, kan het verlies van werk ook gevolgen hebben voor zijn woonsituatie. Het scheiden van wonen en werken wordt daarom gezien als een manier om arbeidsmigranten beter te beschermen.

Maar volgens Coppens dreigt daarbij een belangrijk aspect onderbelicht te blijven: de kwaliteitscontrole op huisvesting die via uitzendorganisaties wordt aangeboden. In haar opiniestuk op PW waarschuwt zij dat het volledig loskoppelen van huisvesting en werk juist kan leiden tot minder toezicht en slechtere woonomstandigheden. Daarbij verwijst ze onder meer naar de situatie in België, waar House of HR eveneens actief is.

Huisvesting via uitzendbureaus onder toezicht

Coppens wijst op de bestaande kwaliteitsnormen voor huisvesting van internationale uitzendkrachten. Uitzendorganisaties die onder de cao-afspraken vallen en huisvesting aanbieden, moeten voldoen aan de daarin opgenomen eisen.

In de praktijk speelt certificering door de Stichting Normering Flexwonen (SNF) daarbij een belangrijke rol. SNF controleert huisvestingslocaties onder meer op veiligheid, hygiëne, woonruimte en voorzieningen. Gecertificeerde ondernemingen moeten hun locaties laten inspecteren.

Daarnaast geldt binnen de Cao voor Uitzendkrachten het prijs-kwaliteitssysteem (PKS). Dit systeem koppelt de maximaal in rekening te brengen huisvestingskosten aan de kwaliteit van de woonruimte. Het PKS staat los van de SNF-certificering, al spelen beide regelingen een rol bij de bescherming van arbeidsmigranten.

Volgens Coppens bieden deze afspraken belangrijke waarborgen. Zij vreest dat de betrokkenheid van uitzendorganisaties bij de kwaliteit van huisvesting afneemt wanneer zij geen woonruimte meer mogen aanbieden of regelen. Dat betekent overigens niet automatisch dat huisvesting buiten uitzendorganisaties aan minder regels is gebonden. Ook voor andere verhuurders gelden wettelijke verplichtingen en kunnen kwaliteitseisen en toezicht worden georganiseerd.

Flexmarkt Nieuwsbrief

Het laatste nieuws over de flexbranche en de best gelezen artikelen.

Wtta stelt aanvullende eisen aan huisvesting

De discussie speelt tegen de achtergrond van de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta). Het toelatingsstelsel gaat op 1 januari 2027 van start. Vanaf 1 januari 2028 wordt de toelatingsplicht gehandhaafd.

Onder de Wtta moeten uitleners die zelf huisvesting verzorgen of dat via een derde laten doen, voldoen aan specifieke kwaliteitseisen. De verhuurder moet een toegelaten woningcorporatie zijn of beschikken over certificering volgens de voorgeschreven cao-normen voor huisvesting van arbeidsmigranten.

Het gaat dus niet om een algemene verplichting voor iedere uitzendorganisatie om huisvesting aan te bieden. De eisen gelden wanneer een uitlener huisvesting verzorgt of laat verzorgen in verband met de terbeschikkingstelling van arbeidskrachten. Coppens ziet in dergelijke kwaliteitsnormen juist een argument om het bestaande systeem verder te versterken.

België als waarschuwing

Om haar standpunt te onderbouwen, verwijst Coppens naar de situatie in België. Volgens haar speelt internationale detachering daar een grotere rol bij het aantrekken van buitenlandse arbeidskrachten. Zij stelt dat het voor Belgische uitzendorganisaties moeilijker is om internationale medewerkers te werven wanneer zij vooraf geen duidelijkheid kunnen bieden over huisvesting en de bijbehorende kosten.

Coppens ziet daarin een waarschuwing voor Nederland. Als werkgevers minder mogelijkheden krijgen om huisvesting te organiseren, vreest zij dat buitenlandse detacheringsconstructies aantrekkelijker worden. Dat deze ontwikkeling rechtstreeks wordt veroorzaakt door verschillen in huisvestingsregels tussen Nederland en België, is echter niet aangetoond. De vergelijking is daarmee vooral onderdeel van haar pleidooi.

Meer controle op internationale detachering

Volgens Coppens brengt internationale detachering risico’s met zich mee wanneer buitenlandse ondernemingen arbeidskrachten in Nederland of België inzetten en daarbij regels ontwijken. Zij vreest dat bij dergelijke constructies minder zicht bestaat op de huisvesting en arbeidsomstandigheden van werknemers. Dat kan volgens haar ruimte bieden aan malafide partijen.

Internationale detachering is op zichzelf echter een legale vorm van grensoverschrijdend werken. Ook gedetacheerde werknemers hebben recht op bescherming op grond van Europese en nationale regels. Bovendien gelden er meldingsverplichtingen en kunnen toezichthouders controles uitvoeren.

Lees ook: Nieuwe Verlofwet op komst: wat verandert er voor werkgevers?

 

Evenmin betekent internationale detachering automatisch dat werknemers geen belasting of sociale premies in het werkland betalen. Welke regels gelden, hangt af van de omstandigheden en de toepasselijke belasting- en socialezekerheidsregels.

De zorgen van Coppens richten zich vooral op constructies waarbij werkgevers verplichtingen ontlopen en werknemers buiten het zicht van toezichthouders dreigen te raken.

Afhankelijkheid van werkgever blijft dilemma

Tegelijkertijd is de afhankelijkheid van arbeidsmigranten van hun werkgever een belangrijk argument vóór het scheiden van wonen en werken. Wanneer een werknemer voor zowel zijn inkomen als zijn woning afhankelijk is van dezelfde partij, kan dat zijn positie kwetsbaar maken. Zeker wanneer een arbeidsrelatie onverwacht eindigt of er een conflict ontstaat.

Ook het kabinet heeft eerder gewezen op deze spanning. De mogelijkheid om huisvestingskosten op het minimumloon in te houden, kan de afhankelijkheid van arbeidsmigranten vergroten en ongewenste verdienmodellen in de hand werken. Tegelijkertijd maakt de regeling het gemakkelijker om huisvesting te organiseren en daaraan kwaliteitseisen te verbinden.

Om die reden besloot het kabinet in oktober 2025 de eerder voorgenomen afbouw van deze inhoudingsmogelijkheid niet door te zetten. Werkgevers mogen onder voorwaarden maximaal 25 procent van het minimumloon inhouden voor huisvestingskosten.

De vraag is daarmee niet alleen óf wonen en werken moeten worden gescheiden, maar ook hoe de onafhankelijkheid van arbeidsmigranten kan worden vergroot zonder dat hun toegang tot goede huisvesting verslechtert.

Pleidooi voor bredere toepassing SNF-normen

Coppens roept de Nederlandse politiek op voorzichtig te zijn met maatregelen die werkgevers volledig buitenspel zetten bij de huisvesting van arbeidsmigranten. In plaats daarvan pleit zij ervoor om de SNF-huisvestingsnormen verplicht te stellen voor alle werkgevers die woonruimte aan internationale medewerkers aanbieden. Ook wil zij meer toezicht op internationale detachering en een strengere aanpak van malafide ondernemingen.

Daarmee kiest de topvrouw van House of HR voor een benadering waarin werkgevers betrokken kunnen blijven bij de huisvesting, maar waarin de kwaliteit en controle volgens haar beter moeten worden gewaarborgd. Haar standpunt raakt aan een bredere discussie binnen de flexbranche: hoe voorkom je dat arbeidsmigranten te afhankelijk worden van hun werkgever, terwijl tegelijkertijd voldoende betaalbare en kwalitatief goede huisvesting beschikbaar blijft?

Bron: PW, ‘Opinie: Koppel huisvesting niet los van internationale medewerkers’, Rika Coppens, CEO House of HR, 2 oktober 2026 (bijgewerkt op 5 oktober 2026). Aanvullende context: Rijksoverheid, Wtta-normenkader, Stichting Normering Flexwonen en Cao voor Uitzendkrachten.

Lees ook: Uitzendkracht moet Olympia 3.250 euro opleidingskosten terugbetalen

Over Auteur

Redacteur Flexmarkt

Reageren is niet mogelijk.