Politiek vertrouwen terug op dieptepunt: slechts drie op de tien Nederlanders gelooft nog in Den Haag

0

Het vertrouwen in de landelijke politiek is opnieuw gedaald. Uit het jaarlijkse Prinsjesdagonderzoek, uitgevoerd door Ipsos I&O in opdracht van de NOS, blijkt dat nog maar negenentwintig procent van de Nederlanders vertrouwen heeft in de landelijke politiek. Daarmee is het vertrouwen terug op het lage niveau van de jaren 2021 tot en met 2023.

Vertrouwen na val kabinet Schoof verdwenen

Vorig jaar was er kortstondig een opleving: na het aantreden van het kabinet-Schoof gaf vierenveertig procent aan vertrouwen te hebben. Dat optimisme is echter verdwenen. Nadat de regering inmiddels tweemaal is gevallen, overheerst opnieuw wantrouwen. Ruim tweederde (achtenzestig procent) zegt (heel) weinig vertrouwen te hebben.

Opvallend is dat met name lager en middelbaar opgeleiden vorig jaar meer vertrouwen hadden gekregen. Zij stemden relatief vaak op coalitiepartijen als PVV en BBB en hoopten dat hun belangen beter zouden worden vertegenwoordigd. Inmiddels zijn hun vertrouwenscijfers weer terug op het oude niveau. Ook hoger opgeleiden zijn kritischer geworden: hier is het vertrouwen met tien procentpunt gedaald.

Onvrede over immigratie en woningmarkt

De voornaamste redenen voor het lage vertrouwen liggen bij beleid rond immigratie en asiel (achtenzestig procent) en de woningmarkt (vierenzestig procent). Voor kiezers van PVV en JA21 springt immigratie er duidelijk uit, terwijl zorgen over de woningmarkt breed gedeeld worden. Ook de gezondheidszorg, kosten van levensonderhoud en veiligheid worden vaak genoemd.

Daarnaast speelt de manier van politiek bedrijven een rol. Driekwart van de wantrouwige kiezers vindt dat de politiek vooral met zichzelf bezig is en problemen niet oplost. Zeventig procent ziet bovendien dat partijen slecht in staat zijn om samen te werken.

Verkiezingen geven weinig hoop

Op 29 oktober gaat Nederland opnieuw naar de stembus. Toch gelooft slechts achttien procent dat de politiek na de verkiezingen beter zal functioneren. Vooral kiezers van GroenLinks-PvdA (zesendertig procent), CDA (achtentwintig procent) en D66 (zevenentwintig procent) hebben nog enig vertrouwen in verbetering. Bij andere partijen zijn de verwachtingen laag.

Verdeeldheid over actuele thema’s

Als het gaat om concrete beleidskwesties, is er verdeeldheid. Een ruime meerderheid (drieënzestig procent) vindt dat Nederland Oekraïne moet blijven steunen. De Spreidingswet voor opvang van asielzoekers krijgt minder steun: slechts tweeëndertig procent is voor, vijfenveertig procent is tegen. Extra belastingen om hogere defensie-uitgaven te betalen, kunnen op steun van eenendertig procent rekenen, terwijl achtendertig procent zich daartegen uitspreekt.

Economisch pessimisme overheerst

Ook over de economie zijn Nederlanders somber. Slechts zeven procent verwacht dat de economie in de komende twaalf maanden verbetert. Tweeënveertig procent denkt dat de situatie gelijk blijft, terwijl vierenveertig procent een verslechtering verwacht. Vooral kiezers van PVV, BBB en SP en mensen met een minimuminkomen zijn pessimistisch.

Vertrouwen op dieptepunt

Het Prinsjesdagonderzoek 2025 laat zien dat het vertrouwen in de politiek opnieuw op een dieptepunt staat. Belangrijke thema’s zoals immigratie en de woningmarkt voeden de onvrede, terwijl veel Nederlanders vinden dat politici te veel met zichzelf bezig zijn. De komende verkiezingen bieden voor de meeste kiezers weinig hoop op verbetering.

Lees ook: Omzet uitzendbranche blijft krimpen, maar daling vlakt af

Over Auteur

Redacteur Flexmarkt

Reageren is niet mogelijk.