Belastingdienst voert ruim 800 controles uit op schijnzelfstandigheid bij zzp’ers

0

De Belastingdienst heeft dit jaar tot en met november 842 bedrijfsbezoeken afgelegd en daarnaast 237 boekenonderzoeken uitgevoerd om schijnzelfstandigheid aan te pakken. Omdat in deze fase sprake was van een zogenoemde ‘zachte landing’, zijn daarbij nog geen boetes opgelegd. Vanaf 2026 verandert dat: dan wordt volledig volgens de geldende handhavingsregels opgetreden, zoals vastgelegd in een nieuw handhavingsplan.

Dat blijkt uit een voortgangsbrief van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) aan de Tweede Kamer.

Handhaving na jarenlange pauze hervat

Na een lange periode waarin nauwelijks werd gehandhaafd, controleert de Belastingdienst sinds dit jaar weer actief of arbeidsrelaties correct zijn ingericht. Daarbij wordt gekeken of mensen terecht als zzp’er werken of feitelijk in loondienst zijn. De handhaving is risicogericht opgezet.

Voor het eerst wordt in de brief expliciet benoemd welke sectoren zijn bezocht. Het gaat onder meer om arbeidsbemiddeling, bouw, handel en industrie, onderwijs, zorg en de overheid.

Lees ook: Einde zachte landing handhaving op schijnzelfstandigheid(?) – door Angelique Perdaems

Meer dan alleen controleren

De inzet van ongeveer 80 fte verloopt volgens planning en beperkt zich niet tot inspecties en boekenonderzoeken. Tijdens bedrijfsbezoeken geven loonheffingsspecialisten ook uitleg en praktische informatie. Doel daarvan is opdrachtgevers te helpen bij het correct beoordelen van arbeidsrelaties en het juist toepassen van fiscale regels.

Uit de brief blijkt dat veel organisaties na zo’n bezoek zelf stappen ondernemen. Zo versterken zij hun interne processen rond het inhuren van personeel om het risico op een verkeerde kwalificatie te verkleinen. Daarbij speelt mee dat opdrachtgevers primair verantwoordelijk zijn voor een juiste beoordeling. In andere gevallen leidt een bezoek tot de conclusie dat een samenwerking toch als dienstbetrekking moet worden aangemerkt, waarna dit ook wordt verwerkt in de loonadministratie. Concrete aantallen of financiële gevolgen zijn niet bekendgemaakt.

Lees ook:  Zzp’ers kijken somberder naar toekomst, ziet KVK

Einde aan coulance per 2026

Tot nu toe gold de ‘zachte landing’: zolang opdrachtgevers konden aantonen dat zij actief werkten aan correcte beoordeling van arbeidsrelaties, zag de Belastingdienst af van het opleggen van boetes. Deze coulanceregeling stopt op 1 januari 2026.

Minister Mariëlle Paul (SZW) ziet dat veel organisaties bezig zijn om hun werkwijze in lijn te brengen met de wet. Volgens haar is er sprake van “veel beweging in de markt” en is het daarom belangrijk om de handhaving geleidelijk te normaliseren. Vanaf 2026 kan de Belastingdienst ook signalen van de Arbeidsinspectie over schijnzelfstandigheid meenemen. Belemmeringen voor het delen en verwerken van gegevens tussen beide organisaties worden per dat jaar weggenomen.

Specifiek handhavingsplan arbeidsrelaties

Hoewel de handhaving wordt aangescherpt, vindt het ministerie het nog te vroeg om dit thema volledig onder te brengen in de reguliere toezicht- en handhavingsplannen. Een woordvoerder van de staatssecretaris van Financiën (Belastingdienst) wijst daarbij op twee factoren: het vervallen van de zachte landing en de grote hoeveelheid vragen uit de praktijk, in combinatie met een bredere maatschappelijke discussie.

Om meer duidelijkheid te bieden, heeft de Belastingdienst daarom een apart handhavingsplan arbeidsrelaties voor 2026 opgesteld. Dit plan licht toe wat ‘handhaving volgens de regels’ concreet betekent in de praktijk van arbeidsrelaties.

Hulpmiddelen en webmodule

Op de website hetjuistecontract.nl zijn aanvullende praktijkvoorbeelden en een stappenplan per sector gepubliceerd. Opvallend is dat het gebruik van de webmodule – een online hulpmiddel om arbeidsrelaties te beoordelen – in de eerste helft van 2025 is afgenomen.

In dezelfde periode daalde ook het aandeel uitkomsten ‘mogelijk een (fictieve) dienstbetrekking’ en ‘geen oordeel mogelijk’. Daartegenover staat een stijging van de indicatie ‘geen dienstbetrekking’. Het ministerie kan niet aangeven wat de oorzaak is van deze verschuivingen.

Wetgeving onder druk van EU-deadlines

De Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (VBAR), die meer helderheid moet geven over de kwalificatie van arbeidsrelaties, is nog niet afgerond. Het kabinet verwerkt momenteel de inbreng van de Tweede Kamer. Deze wet maakt deel uit van de Herstel- en Veerkrachtfaciliteit (HVF), waarvoor Nederland tot 600 miljoen euro aan EU-middelen kan ontvangen uit het coronaherstelfonds.

Voorwaarde is wel dat de wet uiterlijk op 31 augustus 2026 in werking treedt. Daarom dringt het ministerie aan op een spoedige behandeling.

Ook het wetsvoorstel voor een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen (BAZ) – bedoeld om het speelveld tussen werknemers en zzp’ers gelijker te maken – loopt risico. Dit voorstel ligt momenteel bij de Raad van State voor advies en ook hier bestaat onzekerheid of de Europese deadline wordt gehaald. Ook deze wet valt onder de HVF.

Ontwikkelingen op de arbeidsmarkt

Tot slot signaleert het ministerie een verschuiving van werk als zelfstandige naar (meer uren) werk in loondienst rond het moment dat de handhaving weer werd opgestart. Of deze trend structureel is, blijft nog onduidelijk en wordt gemonitord.

Het kabinet benadrukt dat er geen uitzonderingen komen voor specifieke sectoren. In 2026 worden communicatie en voorlichting voortgezet en waar mogelijk uitgebreid, met als doel opdrachtgevers, zelfstandigen en werknemers meer duidelijkheid, zekerheid en rust te bieden.

Bron: Salarisnet

Over Auteur

Reageren is niet mogelijk.