De flexbranche ondergaat forse systeemwijzigingen met de nieuwe cao met gelijkwaardige beloning, de Wtta, de Wet meer zekerheid flexwerkers en de handhaving op schijnzelfstandigheid bij zzp’ers. Halbe Zijlstra nam in maart 2025 de voorzittershamer van de NBBU over van Brigitte van der Burg: “Ik wil de regeldrift inruilen voor uitvoerbaarheid en handhaving.”
Het is nogal wat dat ondernemers in flexbranche voor de kiezen krijgen. Met de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) wordt per 1 januari 2027 een toelatingsstelsel ingevoerd. De Arbeidsinspectie gaat vanaf 1 januari 2028 handhaven. Uitzenders en inleners moeten zich voorbereiden op vergunningsplicht, een normenkader en een waarborgsom. Tegelijk kent de nieuwe cao voor uitzendkrachten het principe van gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden. Deze cao kwam tot stand met LBV en kon daarom op felle kritiek van FNV, CNV en De Unie rekenen. In dat krachtenveld trad Zijlstra aan.
Over Halbe Zijlstra
Halbe Zijlstra werd op 19 november 2024 door de leden van de NBBU gekozen tot voorzitter. Hij nam in maart 2025 het stokje over van Brigitte van der Burg. Hij was eerder onder andere fractievoorzitter van de VVD en minister van Buitenlandse Zaken. Zijlstra werkte daarna in het bedrijfsleven, waaronder als directeur bij VolkerWessels. Naast zijn voorzitterschap bij de NBBU is Zijlstra actief als ondernemer. Op de vraag of hij voor een nieuw kabinet beschikbaar is, zegt Zijlstra resoluut nee. “Ik heb ooit een bedrijf verkocht omdat ik de politiek in ging, maar dat ga ik niet nog een keer doen.”
Waarom koos u voor de NBBU en niet bijvoorbeeld voor de ABU of de Vereniging van Detacheerders Nederland?
“Ik heb aan bijna alle kanten van de arbeidsmarkt gewerkt: in de politiek, als werkgever, als zzp’er en als dga. Ik werd benaderd door zzp‑bemiddelaars met de vraag: hoe verkrijgen we een betere positie? Ik heb daar voor hen een analyse op losgelaten en zo kwam ik in contact met de NBBU. Maar wil je daadwerkelijk wat bereiken, dan heb je een sterk bedrijfsbureau nodig. Met juridische en beleidsmatige experts en met de juiste contacten. De NBBU heeft zo’n bedrijfsbureau waarmee je bergen kunt verzetten. We zijn bovendien breder dan alleen uitzenden. Het gaat ook over zzp‑bemiddeling en detachering. En niet onbelangrijk: hier zit het mkb. Hier kun je impact maken zonder aan de leiband van ‘de grote jongens’ te lopen.”
Wat trof u aan in de flexmarkt?
“Een sector vol beweging, maar een beweging die de verkeerde kant opgaat. Nieuwe wet- en regelgeving en rechterlijke uitspraken over beloning hebben een enorme impact. Dat terwijl de behoefte aan flexibiliteit blijft. Niet alleen bij werkgevers maar zeker ook bij werkenden. Het wordt flexondernemers steeds moeilijker gemaakt om invulling te geven aan die o zo nodige flexibiliteit in de arbeidsmarkt.”
Politiek Den Haag wilde ooit ‘vast minder vast’ maken en ‘flex minder flex’. Hoe kijkt u daarnaar?
“Dat sociaal akkoord ken ik van binnenuit. De praktijk pakt slecht uit. Op ‘flex minder flex’ wordt vol ingezet, maar ‘vast minder vast’ blijft achter. Het politieke en ambtelijke debat focust bovendien onredelijk veel op twee reële misstandendossiers: arbeidsmigratie en schijnzelfstandigheid. De oplossingen daarvoor worden generiek over de hele flexmarkt uitgerold. Daarmee belast je de goeden, flexondernemers die het beste met flexwerkers voor hebben. Dat werkt in de praktijk averechts.”
Wat bedoelt u met averechts?
“Malafide uitleners verdwijnen niet, maar zoeken creatieve routes om onder toezicht uit te komen. Bijvoorbeeld via buitenlandse- of schijnconstructies. Daarnaast raakt toezichtcapaciteit versnipperd door een overdaad aan regels. Daardoor blijft echte handhaving achter, terwijl de kosten en administratieve druk stijgen voor goedwillende ondernemers. Daardoor stoppen kleine spelers en consolideert de markt. Dat verkleint concurrentie en dat kan leiden tot meer afhankelijkheid van partijen die minder netjes werken. Kortom, misstanden blijven bestaan omdat de kernoorzaak, gebrek aan handhaving, niet wordt aangepakt, terwijl de papieren eisen toenemen. Je creëert zo – en daar is Den Haag goed in de laatste tijd – een papieren werkelijkheid.”
DOE MEE: Hoe staat de flexbranche ervoor in 2026? Doe mee aan het Flexbarometer-onderzoek
Is uw conclusie dat de Wtta een goed idee is, maar slecht uitvoerbaar?
“De doelstelling van de Wtta onderschrijven we: misstanden uitbannen en een gelijk speelveld creëren. Maar hoe je dat doet, geeft de doorslag. Het stelsel krijgt steeds meer normen, elk met administratieve lasten. Dat terwijl je het doel niet bereikt. Handhaving is de sleutel. Nederland is geweldig in regels maken en slecht in handhaven. Als je misstanden – het niet naleven van regels – bestrijdt met nóg meer regels, dan blijven de malafide partijen die de regels toch al negeerden dat gewoon doen. Zet daarom een groter deel van de energie en middelen op effectieve handhaving.”
U voorziet praktische problemen bij de start van het stelsel?
“Ja. Ik schat in dat 1 januari niet wordt gehaald. De toelatende instantie moet nog volledig worden ingericht, certificerende instanties kampen met capaciteitstekorten, het normenkader dijt uit en auditprocessen per bedrijf vergen meerdere dagen. Daarbij wordt onderschat dat ondernemingen die arbeid incidenteel uitlenen – bijvoorbeeld een bouwbedrijf dat personeel aan een collegabedrijf uitleent – ook door de hoepel van de Wtta moeten springen. Als je tienduizenden bedrijven moet toetsen, dan komt de planning naar 1 januari in het gedrang. Tegelijkertijd: elk jaar uitstel levert onzekerheid op. Daarom willen we zeker doorgang, maar dan wel werkbaar en handhaafbaar.”
Wat is volgens u handhaafbaar en werkbaar?
“Snoei in het normenkader en beperk het tot wat echt nodig is voor een effectieve controle. Daarnaast: kijk naar wat de Arbeidsinspectie nodig heeft om te handhaven en schrap regels die alleen toezichtslast opleveren. Dat legt de focus op uitvoerbaarheid. Regels moeten namelijk niet alleen op papier kloppen, maar ook praktisch toepasbaar zijn voor allereerst flexbedrijven zelf, maar ook voor de bedrijven die incidenteel personeel uitlenen. Ik pleit voor een compact systeem dat controleerbaar is. Als NBBU willen we actief samenwerken met de Arbeidsinspectie om een realistische handhaving mogelijk te maken.”
Lees ook: Aantal jonge zzp’ers daalt flink, vooral in zorg en welzijn
Veel flexbedrijven zijn nu vooral met de omvangrijke cao-operatie bezig. Er is nog niet of nauwelijks aandacht voor de Wtta.
“Ja, dat is mijn observatie ook. Maar de cao en de Wtta zitten aan elkaar vast. Wat straks onder de Wtta wordt getoetst, gaat óók over loonadministratie en het toepassen van beloningsregels. En precies daar ligt de complexiteit. Flexbedrijven moeten honderden cao’s aan inlenerskant, met vaak exotische arbeidsvoorwaarden, matchen. Loon en grote secundaire arbeidsvoorwaarden kun je nog organiseren. Maar hoe ga je om met bedrijfsregelingen als een fietsenplan of bijzondere toeslagen? Administratief en softwarematig is dat voor veel bureaus een hels karwei. Daarbij hijgt de Wtta ook in de nek. Als je niet aan de cao voldoet, voldoe je niet aan de Wtta.”
De representativiteit van de cao en het begrip ‘gelijkwaardig’ liggen onder vuur.
“Onze voorkeur is altijd een breed gedragen cao met alle bonden. Dus ook De Unie, FNV en CNV. Maar we konden niet meer wachten: per 1 januari moest er duidelijkheid zijn, ook omdat het uitzendbeding boven 26 weken cao‑afhankelijk is. Zonder cao zou het uitzendbeding wettelijk beperkt blijven tot 26 weken en dat zou de flexibiliteit van uitzendorganisaties fors inperken. Om continuïteit voor onze leden te waarborgen, moest er dus voor 1 januari een nieuwe cao liggen. Daarnaast: de implementatie van gelijkwaardige beloning is zo complex dat uitstel de bedrijfsvoering van leden in gevaar zou brengen. Ook richting de Wtta. Daarom is er een cao met gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden afgesproken. Volledig exact gelijke arbeidsvoorwaarden zijn operationeel niet uit te voeren. Met gelijkwaardig kun je – waar dat nodig is – verrekenen in geld, zodat het net uitvoerbaar blijft.”
Wat merkt u aan ondernemers in de flexbranche?
“Twee dingen. Eén: er is consolidatie gaande. De toegenomen regeldruk en kosten raken vooral kleine ondernemers. De toetredingsdrempel tot de branche is hoger geworden. Dat is buitengewoon zonde want je hebt kleine bureaus, vaak met een bijzonder specialisme, ook nodig als flexibele schil. Ook om bedrijven te kunnen starten en te laten groeien. Twee: de ondernemersgeest krijgt klappen. In bredere zin staat het ondernemingsklimaat onder druk. Vanwege veel regels en veel administratieve lasten, terwijl handhaving op de ‘slechteriken’ achterblijft. Dat vergroot het concurrentievoordeel van die ‘slechteriken’. Dat patroon zie je breder in Nederland.”
“Iedereen draagt bij aan het sociale stelsel en profiteert ervan,
ongeacht de vorm waarin hij of zij werkt.”
Schijnzelfstandigheid: de Belastingdienst zegt weer te handhaven. Wat is uw afdronk daar?
“Wees als politiek helder over wat je beoogt. Als je zzp‑schap wilt uitroeien, zeg dat dan. Nu heerst, ook daar, onzekerheid. Veel mensen kiezen voor zelfstandigheid vanwege de vrijheid en flexibiliteit. Dat blijkt keer op keer uit onderzoeken. Het is een utopie om te denken dat zij massaal in loondienst gaan. In sectoren als de zorg zien we al dat zzp’ers wegtrekken naar andere sectoren en dat er gaten ontstaan. Dat vergroot de personeelstekorten alleen maar. Tegelijk erkennen wij dat het sociale stelsel wordt ondergraven als zzp’ers geen afdrachten doen. Wie geen voorzieningen treft, klopt later aan bij de samenleving. Dat moeten we niet hebben. Als je dat wilt tegengaan, moet je het sociale stelsel veranderen. Ons pleidooi is al jaren: ga over op een contractneutraal stelsel. Daarbij zijn sociale zekerheid en premies niet langer afhankelijk van het type arbeidscontract, bijvoorbeeld vast, uitzend of zzp. Iedereen draagt bij aan het sociale stelsel en profiteert ervan, ongeacht de vorm waarin hij of zij werkt. Zo waarborgen we de solidariteit en betaalbaarheid van ons sociale stelsel.”
U noemde de kloof tussen papieren bedoelingen en bedrijfspraktijk. Waar loopt het mis?
“Ik zie te weinig praktijktoetsing. Bij politici en ambtenaren in Den Haag kan iets logisch lijken, maar op de werkvloer van een flexondernemer pakt het anders uit. Neem het idee dat zzp’ers als vanzelf in vaste dienst komen als je de duimschroeven aandraait. Dat gebeurt niet. Velen kiezen bewust voor zelfstandigheid en wijken desnoods uit naar een andere sector. Of kijk naar gelijke beloning: in grote lijnen lijkt het nobel en uit te voeren. Maar door de exoten, denk aan bedrijfsspecifieke regelingen, zouden kleine bureaus in een administratieve rompslomp belanden.”
Wat verwacht u voor 2026, 2027 en 2028: wordt flex duurder en de branche kleiner?
“Ja, flex wordt duurder. Dat zie je nu al. Daarnaast verwacht ik een verdere consolidatie in de flexbranche. Dat is slecht nieuws voor nichespelers die juist waarde toevoegen, bijvoorbeeld in re‑integratie, doelgroepbemiddeling en social return. Als we te veel druk zetten, raken we dergelijke ondernemers kwijt en loopt de arbeidsmarkt verder vast. Als ik positief wil zijn, zeg ik dat de wal het schip wel weer keert. Maar eigenlijk moeten we dat voor zijn en de problemen oplossen.”
Tot slot: waar moet het gesprek in Den Haag volgens u nu over gaan?
“Over werkbaarheid en handhaafbaarheid. Organiseer zekerheid op een manier die past bij 2026: contractneutraal en met ruimte voor de flexibiliteit waar onze economie om vraagt. Zet je instrumentarium in op effect: minder papier, meer handhaving. En betrek de goeden in de flexbranche actief bij de uitwerking van de regels. Zij hebben namelijk last van malafide concurrentie en willen graag meewerken aan oplossingen.”
Lees ook: Belastingdienst roept ondernemers op zich tijdig voor te bereiden op aangifte