Per 1 juli 2025 stijgt het minimumuurloon naar 14,40 euro. Dit is een verhoging van 2,42 procent, ten opzichte van het minimumuurloon op 1 januari 2025 voor werknemers van 21 jaar en ouder.
Sinds 2024 geldt er enkel een wettelijk minimumuurloon, zonder vaste bedragen per dag, week of maand. Dit betekent dat werkgevers nu alleen rekening moeten houden met het uurloon bij het betalen van medewerkers. Jongeren en BBL-leerlingen hebben recht op een lager percentage van het minimumuurloon, afhankelijk van hun leeftijd en status als leerling in een beroepsbegeleidende leerweg.
Kamerbrief
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft via een kamerbrief de Tweede Kamer geïnformeerd over deze wijzigingen. Het nieuwe minimumuurloon van 14,40 euro per uur komt neer op een bruto referentiemaandloon van 2.245,80 euro.
Met de Wet minimumuurloon die in 2024 in werking trad, zijn werkgevers verplicht om hun werknemers ten minste het wettelijk vastgestelde uurloon te betalen. De traditionele minimumbedragen per dag, week of maand zijn hiermee vervallen. Dit heeft direct invloed op de personeelsinzet, kostenbeheer en planning, vooral binnen flexibele werkstructuren.
Lees ook: Van Hijum botst met partijen over ’tamelijk liberale’ zzp-wet