De Tweede Kamer behandelde dinsdag 8 april alleen de amendementen (de voorgestelde wijzigingen) en moties (verzoeken aan de regering). Nog niet het wetsvoorstel van de WTTA zelf. Uit de behandeling blijkt dat uitzenders een plicht krijgen voor de BRP-registratie, dat de kosten voor toelating worden gemaximeerd en dat leerwerkbedrijven, sociale werkplaatsen en beveiligers een uitzondering krijgen.
De partij Denk riep bij monde van Doğukan Ergin op om discriminatie door uitzendbureaus ook via de WTTA tegen te gaan. Ergin diende daarvoor een amendement in over een toelating van een uitzender kunnen weigeren, schorsen of intrekken wegens een veroordeling voor arbeidsmarktdiscriminatie of verboden onderscheid. Dat amendement werd door een brede kamermeerderheid aangenomen. Ergin bepleitte ook een uitzondering van de WTTA voor de topsportsector, maar dit kon niet op een meerderheid rekenen en werd dus verworpen.
Lees ook: Minister Van Hijum ontraadt in brief verdere uitzonderingen van WTTA
Meerderheid voor uitzondering sociaal ontwikkelbedrijven
Eerder al had verantwoordelijk minister Eddy van Hijum in een brief aan de Tweede Kamer alle uitzonderingen ontraden. Toch kwamen de uitzonderingen allemaal in stemming. Waaronder dus deze voor de topsport die het niet haalde. Don Ceder van de Christenunie en André Flach van de SGP wilden een uitzondering op de toelatingsplicht voor sociaal werkbedrijven. Van Hijum reageerde eerder al op deze uitzondering: “Deze is objectief toetsbaar en lijkt beperkte risico’s op te leveren voor ontduiking van het stelsel.” Hier was ook een meerderheid voor te vinden in de Tweede Kamer.
Ook uitzondering voor leerwerkbedrijven
Het amendement van Ilse Saris (NSC), André Flach (SGP) en Mariska Rikkers-Oosterkamp (BBB) ging over een uitzondering voor stichtingen die in het kader van de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) arbeidskrachten ter beschikking stellen aan een leerbedrijf. Ook deze werd aangenomen. Thierry Aartsen (VVD) wil beveiligings- en recherchebedrijven uitzonderen. De reikwijdte zijn dan bedrijven met een vergunning op basis van artikel 2 van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus. Ook deze werd door een meerderheid van de Tweede Kamer aangenomen.

Inspraak van parlement bij verdere uitzondering op WTTA
In de WTTA staat dat de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid via een regeling de bevoegdheid krijgt om bij algemene maatregel van bestuur (amvb) bepaalde sectoren of segmenten van het toelatingsstelsel uit te zonderen. Een amendement van Ergin van Denk introduceert een voorhangprocedure voor die amvb . “Hierdoor wordt gewaarborgd dat beide kamers der Staten-Generaal voorafgaand aan de inwerkingtreding van de amvb inspraak hebben en voor zichzelf kunnen toetsen of de voorgestelde uitzonderingen in lijn zijn met de doelstellingen van de wet. Door de voorhangprocedure wordt de parlementaire controle op de uitzonderingsbepalingen versterkt.” Dit amendement werd door een meerderheid van de kamerleden aangenomen.
Waadi ook gebruikt voor verbod
Mariëtte Patijn (GroenLinks-PvdA) en Pieter Omtzigt (NSC) stelden voor de Wet allocatie
arbeidskrachten door intermediairs nader in te kleuren. “Door expliciet te maken dat dit artikel ook gebruikt kan worden om een verbod op terbeschikkingstelling van arbeidskrachten op te leggen.” Dit amendement werd ook aangenomen.
Lees ook: Tweede Kamer voor invoering WTTA, maar veel partijen willen uitzonderingen
Verplichting registratie arbeidskracht in BRP
Een amendement van Patijn en Ceder voorziet in een meldplicht met verplichtend karakter (in plaats van het optionele karakter zoals in de WTTA was opgenomen) voor uitzenders met als doel een tijdige en correcte registratie van de terbeschikkinggestelde arbeidskracht. “Zodat uitzenders ook verplicht zijn de eigen bevindingen niet voor zichzelf te houden, maar – in geval van langer verblijf – te melden bij de gemeente. Deze melding zal in veel gevallen leiden tot inschrijving van de arbeidsmigrant.” Daarnaast draagt een dwingende meldingsplicht volgens hen bij aan een actuele en correcte Basisregistratie Personen, “waardoor misbruik en uitbuiting van arbeidsmigranten beter kunnen worden bestreden.” Dit amendement werd verworpen.
Mogelijkheid tot uitzondering niet bij minister laten
Het ander amendement van Aartsen ging daar ook over. “De indiener vindt het gezien de impact van deze maatregel op zowel de arbeidskrachten als de uitleners belangrijk dat de kamers (de Eerste en Tweede Kamer, red.) zelf de afweging kunnen maken of zo’n meldplicht daadwerkelijk ingevoerd moet worden.” Aartsen wilde die bevoegdheid voor het instellen van een meldplicht voor uitleners niet bij de minister laten. Dit amendement werd aangenomen.
Lees ook: WTTA: zo zien de stappen voorafgaand aan schorsing of intrekking toelating eruit
Maximeren van de kosten
Aartsen diende ook een wijzigingsvoorstel in voor de kosten van de toelatingsprocedure. Die moeten volgens hem jaarlijks ten hoogste 3.611 euro zijn. Aartsen: “Dit amendement moet voorkomen dat de kosten van het stelsel de pan uitrijzen als ware het zelfrijzend bakmeel. Dit amendement voorziet in het maximeren van de kosten die een uitlener is verschuldigd ter dekking van de toelatingsprocedure.” Ook dit amendement werd aangenomen.
Prijzen private instellingen moeten controleerbaar blijven
Aartsen wilde ook zorgen dat de Eerste en Tweede Kamer “controle behouden over de kosten die uitleners jaarlijks kwijt zijn om arbeidskrachten ter beschikking te mogen stellen, en dat de prijzen die inspectie-instellingen aan uitleners vragen voor het opstellen van het inspectierapport controleerbaar blijven.” Deze werd ook aangenomen. Bart van Kent wilde namens de SP een verhoging van de waarborgsom voor uitleners bewerkstelligen. “Het startbedrag van de algemene waarborgsom wordt verhoogd naar 130.000 euro en de waarborgsom met betrekking tot een voorlopige toelating wordt verhoogd naar 65.000 euro.” Deze verhoging is verworpen door de meerderheid van de Kamer.
Lees ook: Brief Van Hijum over praktijk WTTA: van kosten tot registratie BRP
Verplichte waarborgsom verworpen
Van Kent wilde ook de waarborgsom verplicht stellen bij toetreding. De waarborgsom kan, met een algemene maatregel van bestuur, vervallen voor uitleners die bijvoorbeeld op dat moment geen wetten overtreden. “Dit is echter geen garantie voor het uitblijven van overtredingen in de toekomst. Door dit amendement wordt de mogelijkheid geschrapt om krachtens een algemene maatregel van bestuur (door de minister, red.) regels te stellen over het vervallen van de waarborgsomverplichting. Hierdoor wordt de waarborgsom structureel.” Ook dit werd verworpen.
Kamers willen zich uitspreken over inhoud normenkader
Van Aartsen wilde de Tweede en Eerste Kamer de mogelijkheid te geven om zich uit te spreken over de inhoud van de algemene maatregel van bestuur die het normenkader vaststelt waaraan een uitlener moet voldoen om toelating te verkrijgen en te behouden. Dit werd aangenomen. Ceder en Patijn wilden de zorgplicht voor registratie van arbeidsmigranten in de BRP koppelen aan het normenkader. Ook dat werd aangenomen. Dat betekent dat uitzenders getoetst gaan worden of ze deze registratie van arbeidsmigranten op orde hebben.

Arbeidsinspectie krijgt bevoegdheid om te controleren op gelijke beloning
Patijn en Omzigt werkten ook samen om de bevoegdheid van de arbeidsinspectie om te handhaven en te beboeten op de naleving van artikel 8 en artikel 8a van de Waadi te regelen. Deze artikelen regelen de gelijke behandeling van arbeidskrachten die ter beschikking zijn gesteld. Dat met als doel dat arbeidskrachten onder dezelfde arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden werken. “Gelijke behandeling zorgt ervoor dat uitzendkrachten het loon krijgen waar ze recht op hebben.” Deze werd verworpen. Flach wil de WTTA na drie jaar evalueren en dan vervolgens elke vijf jaar. Dat werd aangenomen en dat gaat dus ook zo gebeuren.
Zorgplicht voor zorgverzekering verworpen
Sinds de invoering van de Zorgverzekeringswet van 2007 is een buitenlandse (tijdelijke) kracht verplicht een Nederlandse zorgverzekering af te sluiten. Wytse Postma namens NSC: “Buitenlandse werknemers zijn hiervan niet altijd op de hoogte, hebben geen recht op zorg en kunnen hierdoor in financiële problemen komen (boetes, loonbeslag). Het is aan de werkgever om hen hierover actief te informeren, zodat zij zich voortaan verzekeren voor zorg.” Daarvoor wilde Postma een zorgplicht. Deze werd verworpen.
Lees ook: Van Hijum tijdens kamerdebat WTTA: ’Niet te vermijden, uitzenders krijgen meer administratieve lasten’
Motie in lijn met amendement
Dan de moties aan het adres van minister Van Hijum. Een motie is een officieel voorstel van één of meer Kamerleden waarmee zij een uitspraak willen doen of de regering ergens toe willen oproepen. Een motie is een middel waarmee de Tweede Kamer invloed kan uitoefenen op het beleid van de regering. Mariska Rikkers-Oosterkamp van de BBB wil dat de minister BBL-trajecten uitzondert van de reikwijdte van de WTTA. Deze motie werd aangenomen in lijn met het eerdere amendement dat ook werd aangenomen. Ceder en Van Aartsen vroegen de regering “een helder en kenbaar kader op te stellen op grond waarvan sectoren getoetst worden om uitgezonderd te kunnen worden van het toelatingsstelsel.” Deze is verworpen.
Kostendekkend houden van de leges
Ceder diende ook een motie in over het kostendekkend houden van de leges. “En om actief te sturen op het binnen de perken houden van deze leges.” Dit werd aangenomen. Na eerder al een amendement over de zorgplicht, ging ook een motie (Anne-Marijke Podt van D66) over het opnemen van de zorgplicht voor registratie in de BRP in het normenkader van de WTTA. Deze werd verworpen. Inge van Dijk (CDA) en Van Aartsen riepen per motie de regering op om welwillend om te gaan met verzoeken tot uitzonderingen van de WTTA. Deze werd, in lijn met de eerdere amendementen om uitzonderingen te regelen, natuurlijk aangenomen.
Lees ook: Brief Van Hijum over praktijk WTTA: van kosten tot registratie BRP
Apart rapporteren over opbouw kosten
Van Dijk en Aartsen trokken ook samen op bij een ander verzoek. Ze willen dat de regering apart rapporteert over de opbouw van de kosten van de toelatings-, ontheffings- en aanwijzingsprocedures die doorberekend worden aan uitleners en inspectie-instellingen. “En dezẹ kosten enkel automatisch aan te passen vanwege loon- en prijsbijstelling.” Deze motie is aangenomen door de meerderheid van de Tweede Kamer. Ergin verzocht de regering om te onderzoeken op welke wijze en onder welke voorwaarden oordelen van het College voor de Rechten van de Mens juridisch bindend gemaakt kunnen worden. Dit werd verworpen.
Toelatende instantie buiten Randstad
Ergin verzocht de regering om per motie, parallel aan de WTTA, een structureel programma op te zetten voor het uitvoeren van mysterycalls bij uitzendbureaus, met name bij niet bij de ABU en NBBU aangesloten bureaus. “Om de bereidheid van uitzendbureaus tot medewerking aan discriminerende verzoeken in kaart te brengen.” Ook dat werd verworpen. Ilse Saris van NSC wilde graag dat de toelatende instantie buiten de Randstad wordt gevestigd. “Omdat spreiding van rijksdiensten bijdraagt aan regionale economische ontwikkeling en een beter evenwicht tussen de Randstad en de regio.” Dit is aangenomen. Saris verzocht de regering ook om binnen negen maanden te rapporteren of en op welke wijze de g-rekening (zo veel mogelijk) verplicht gesteld kan worden in het normenkader van de WTTA. Ook deze motie kreeg een meerderheid.
Lees ook: Van Gool steunt WTTA, maar noemt vergewis- en meldplicht zorgwekkend
Rapporteren over BRP
Saris verzocht de regering ook na inwerkingtreding van de Wtta elk jaar te rapporteren over
in welk mate arbeidsmigranten correct in de BRP vermeld staan. “En binnen een jaar na inwerkingtreding van de WTTA een nader plan met de VNG, de uitzendsector en de inleners te ontwikkelen voor een sluitende registratie om die klaar te hebben als de registratie in de BRP onvoldoende op orde is.” Dit werd ook aangenomen. Flach kwam als laatste met een motie over het zoveel mogelijk beperken van de administratieve lasten en regeldruk voor bedrijven in het algemeen. “Bezie voortdurend hoe de regeldrukkosten voor de betrokken bedrijven kunnen worden verlaagd.” Deze werd aangenomen.
Minister Van Hijum is nu aan zet om de wet aan te passen voordat deze weer in de Tweede Kamer wordt aangeboden. Wanneer dat precies is, is nu nog niet bekend. Wordt de WTTA door de Tweede Kamer aangenomen, dan gaat het wetsvoorstel vervolgens nog door naar de Eerste Kamer.