Overnames flexbedrijven veren op: “Er ontstaat een backlog aan overnames”

0

Na een periode van afwachten vanwege de nieuwe cao, lijken er meer overnames in de flexbranche aan te komen. Dat zegt Pieter de Vries, partner bij CFI en specialist in fusies en overnames in de flexmarkt en consultancy. Volgens hem is het sentiment onder ondernemers duidelijk verbeterd ten opzichte van vorig jaar. Ondanks flinke veranderingen in de cao, de gelijkwaardige beloning en de komst van de WTTA .“De markt hield begin januari zijn adem in”, zegt De Vries. “Maar eigenlijk valt de impact mee.”

Waar 2024 en 2025 voor veel ondernemers in het teken stonden van voorzichtigheid, lijkt 2026 het jaar waarin uitgestelde overnameplannen mogelijk alsnog in beweging komen, constateert De Vries. Hij ziet dat bedrijven die eerder overwogen te verkopen, maar dat uitstelden vanwege markt- of wetgevingsonzekerheid, nu opnieuw stappen zetten. “Door die onzekerheid is er een soort backlog ontstaan. Elk jaar komt er normaal gesproken al een natuurlijke aanwas van ondernemers of private equity die willen verkopen. Maar doordat een deel dat tijdelijk uitstelde, stapelt het nu op.”

Wel impact, maar geen rem op overnames

Juist die wetgeving was afgelopen jaar het gespreksonderwerp. De overgang naar gelijkwaardige beloning, de implementatie van meerdere cao’s per opdrachtgever en de administratieve last daarvan, bezorgden veel flexbedrijven hoofdpijn. Toch noemt De Vries de afgelopen maanden een opluchting. “Iedereen vroeg zich af: wat gaat dit doen? Hoe gaan klanten reageren? In welke mate kunnen we kosten doorrekenen? De praktijk is dat de meeste ondernemers nu na een aantal maanden zeggen: het is best oké. Het valt mee.”

Veel flexbedrijven bleken in staat de stijgende kosten door te voeren, soms na stevige gesprekken met klanten. Een enkele partij absorbeerde de cao‑stijging tijdelijk zelf als charmeoffensief, maar het gros wist de nieuwe tarieven door te rekenen.” De omzet in de sector bleef daardoor bij veel bedrijven beter op peil dan het aantal gewerkte uren. Dat maakt dat winstniveaus minder hard geraakt zijn dan vooraf werd gedacht.”

Lees ook: Generatiekloof in flexmarkt: waarom jong en oud elkaar harder nodig hebben dan ooit

Eerder een katalysator

De nieuwe WTTA, die verplichtingen en certificering verder aanscherpt, ziet De Vries niet als rem op de overnamemarkt. “Het is eerder een katalysator. De toenemende regeldruk maakt het aantrekkelijk om een grotere schaal op te zoeken. Kleine partijen vinden het steeds moeilijker alle compliance‑eisen bij te benen. Grote organisaties kunnen dat veel efficiënter organiseren. Zij hebben hier de systemen, de specialisten en de processen voor. Dat mechanisme zorgt juist voor consolidatie.” Van ondernemers die vanwege de WTTA hun bedrijf van de hand willen doen omdat ze er ‘geen zin meer in hebben’, hoort De Vries nauwelijks iets. “In de praktijk zie ik vooral dat partijen nadenken: doe ik het zelf, huur ik het in of sluit ik me aan bij een grotere club?”

De Vries ziet dat met name backoffice‑ en compliance‑dienstverleners profiteren van de complexiteit. Waar flexbedrijven zich liever richten op commercie, relaties en groei, wordt de achterkant steeds vaker uitbesteed. “Er ontstaat een groeiende markt voor partijen die administratieve en juridische risico’s overnemen. Dat is logisch. Regeldruk neemt toe en niet iedereen vindt dat leuk werk en bij uitbesteding heb je er vrijwel geen omkijken naar.”

Waarderingen relatief constant

Een andere opvallende constatering van De Vries is dat de waarderingen van bedrijven bij overnames in de flexmarkt de afgelopen jaren binnen een bandbreedte relatief stabiel bleven. Overnameprijzen schommelen volgens De Vries nog altijd in voor hem bekende ranges. “Die verschillen sterk per type dienstverlening. Algemene uitzenders, werving‑ en selectiepartijen, specialisten in detachering, MSP‑contracten of freelance-bemiddeling worden allemaal anders gewaardeerd. Het hangt samen met gerealiseerde marges, in hoeverre een bedrijf omzet met een telkens terugkerend karakter heeft, de groeivooruitzichten, de schaalmogelijkheden, de afhankelijkheid van één of meerdere klanten, de mate van specialistische kennis en de kracht van het management”

“Het idee dat overnameprijzen van flexbedrijven dalen in slechte jaren, is te kort door de bocht”, constateert De Vries er achteraan. “Wat er in slechte jaren gebeurt, is dat ondernemers simpelweg niet of minder verkopen. De markt corrigeert zich vaker via dealvolume, dan via prijs.” Detachering met langdurige contracten wordt vaak hoger gewaardeerd dan uitzenden. “Dat vanwege het terugkerende karakter van opbrengsten.” De waarde van bedrijven met MSP‑contracten met lage marges maar een grote voorspelbaarheid kunnen aan de bovenkant van de markt uitkomen. Het model van werving en selectie is minder schaalbaar en daardoor liggen de multiples daar doorgaans lager. “Alles draait om stabiliteit en voorspelbaarheid”, legt De Vries uit. “Hoe meer je op een abonnementsmodel à la Netflix lijkt, hoe hoger de waardering.”

“Interpretatieverschillen in arbeidsrecht zullen er altijd zijn.”

Niche versus breed: voors en tegens

Dat nichespelers de afgelopen jaren enorm in trek waren, ziet De Vries nog steeds. Al plaatst hij er nuances bij. “Een niche is fantastisch als het goed gaat. Je zit precies boven op een trend. Maar als de markt even tegenzit, zoals in het onderwijs afgelopen jaar, dan voel je dat ook direct. Dat is het nadeel.” Algemenere spelers hebben een bredere basis, maar zijn minder onderscheidend. “Het verhaal van een niche is vaak krachtiger. Het is ook gunstiger bij een verkoopproces: dit is waar we voor staan, hier zijn we marktleider. Dat spreekt kopers enorm aan.”

De Vries constateert dat overnames vorig jaar meer doorlooptijd kenden. Maar volgens hem zit dat niet zozeer in zwaarder boekenonderzoek of strengere juristen. Het komt vooral doordat kopers in het bijzonder kijken naar de prestaties van het bedrijf op het moment van overname. “Als de performance op dat moment tegenvalt, dan kan dat rechtstreeks invloed hebben op prijs en voorwaarden, waardoor met name de afronding van het proces dan langer kan duren.”

Risico’s: vast onderdeel van boekenonderzoek

Arbeidsrechtelijke risico’s blijven bij De Vries een vast onderdeel van het boekenonderzoek bij overnames. Zeker in een sector waar cao‑interpretaties en contractvormen gevoelig liggen. Hij laat contracten daarom vooraf door arbeidsrechtspecialisten screenen. “Interpretatieverschillen in arbeidsrecht zullen er altijd zijn. Ook omdat cao’s nu op gelijkwaardige beloning moeten worden getoetst. Maar die interpretatieverschillen zijn er altijd al geweest. Het is vooral belangrijk om in een verkoopproces goed voorbereid te zijn, compleet met onderbouwing.”

Lees ook: Nieuwe flexwet aangenomen: dit verandert er voor werkgevers en HR-professionals

Voorspelbare cashflow

Waar de banken strenger zijn geworden in procedures en financiering, merkt De Vries bij de overnames in de flexbranche weinig problemen. “In de deals die wij doen, wordt eigenlijk altijd financiering gevonden. Niet omdat banken makkelijker zijn geworden, maar omdat flexbedrijven over het algemeen voorspelbare cashflows hebben en aantrekkelijke risicoprofielen, gezien hun beperkte investeringsnoodzaak. Wat je wel ziet, is dat banken een minimumbedrag hanteren. Daaronder verstrekken ze geen overnamefinanciering. Kleinere overnamefinancieringen vallen daardoor sneller buiten de boot. Maar dat creëert wel weer voor andere, alternatieve financiers die wel zo’n deal willen financieren.”

De Vries ziet dat steeds meer opdrachtgevers niet alleen mensen willen inhuren, maar ook naar vormen van outsourcing kijken. Dat leidt tot groei van projectorganisaties, het buiten de deur zetten van processen oftewel contracten die Statement of Work (SOW) worden genoemd. “De overheid heeft flexibele arbeid duurder willen maken en je zou kunnen stellen dat dat is gelukt. De markt reageert daarop door met alternatieven te komen. Het voordeel van SOW is dat er niet langer meer arbeid ter beschikking wordt gesteld, maar er wordt een product of oplossing verkocht, namelijk het project zelf. Daardoor liggen de arbeidsrechtelijke risico’s vaak gunstiger dan bij traditionele inleenconstructies. Hierdoor zijn SOW-bedrijven op dit moment erg in trek bij kopers.”

Probleem opgelost krijgen

De beweging hangt volgens De Vries samen met kostenstijgingen, complexere wetgeving en de opkomst van technologie en AI. “Als flexwerken duurder wordt, gaan bedrijven kritischer kijken. Hebben we een relatief duur iemand nodig of willen we dat simpelweg ons probleem wordt opgelost? In sommige domeinen kun je met automatisering en slimme tooling veel efficiënter werken. Dat kan leiden tot nieuwe businessmodellen die beter aansluiten bij de huidige vraag in de markt.” Vooral in bijvoorbeeld de financiële dienstverlening en in de IT-sector ziet hij kansen voor die projectmatige dienstverlening met behulp van tools. “Die marktontwikkeling is eigenlijk pas net begonnen en je ziet dat diverse partijen daarvoor initiatieven aan het ontwikkelen zijn. Voor veel typische flexbedrijven kan dit een vlucht voorwaarts zijn.”

De Vries is voorzichtig optimistisch over de komende maanden. “Als de wereld economisch gezien niet ontspoort, verwacht ik meer overnames dan vorig jaar. Het sentiment is duidelijk beter dan vorig jaar en arbeid blijft schaars, zeker goed merkbaar bij de vaklieden. De eerste financiële cijfers van 2026 van flexondernemingen vallen mee en ondernemers hebben behoefte aan duidelijkheid.” Volgens hem is er een structurele factor die de flexmarkt overeind houdt: de vraag naar flexibiliteit. “Opdrachtgevers willen wendbaar blijven. Wat wetten en regels zoals de cao en WTTA ook doen, die fundamentele vraag verandert niet. Elke poging om flex duurder te maken, test de kracht van de sector. En die kracht blijft keer op keer overeind.”

Lees ook: Omzetdaling detacheerders vlakt verder af, maar aantal professionals blijft dalen

Over Auteur

Ronald Bruins is hoofdredacteur van Flexmarkt.

Reageren is niet mogelijk.