Minister Eddy van Hijum heeft gereageerd per brief gereageerd op de uitzonderingen die partijen in de Tweede Kamer willen maken voor de WTTA. Kamerleden willen uitzonderingen voor sociale werkplaatsen, leerwerkbedrijven, de beveiliging en de topsport. Van Hijum ontraadt de amendementen, de wijzigingen van de wet.
“Het wetsvoorstel kent al een aantal uitzonderingen, zoals collegiale uitleen, en een ontheffingsregeling voor ondernemingen die in geringe mate arbeidskrachten ter beschikking stellen”, schrijft de minister. “Ik zie op dit moment geen aanleiding voor aanvullende uitzonderingen op de reikwijdte. Ik heb daarom de amendementen en moties op dit punt ontraden. Ik benadruk dat uitzonderingen het stelsel complexer maken, ten koste gaan van de effectiviteit ervan, en waterbedeffecten kunnen veroorzaken. Dat noopt tot terughoudendheid bij het maken van uitzonderingen.”
Lees ook: Tweede Kamer voor invoering WTTA, maar veel partijen willen uitzonderingen
Onevenredige effecten
De minister wil nu geen uitzondering maken, maar hij laat wel de mogelijkheid open voor uitzonderingen als de wet eenmaal is ingegaan. “Als blijkt dat de WTTA voor sectoren voor onevenredige effecten zorgt die niet in verhouding staan tot de met de Wtta te dienen doelen en van deze sectoren daarom redelijkerwijs niet kan worden verwacht dat zij aan de regels voldoen, kunnen deze sectoren bij algemene maatregel van bestuur van het toelatingsstelsel worden uitgezonderd. De toets voor zo’n uitzondering is strikt en selectief. Als sectoren bij mij om een uitzondering verzoeken en aangeven aan de criteria te voldoen, zal ik deze verzoeken uiteraard welwillend bezien, waarbij ik de effectiviteit van het stelsel zal blijven bewaken.”
Handhaafbaarheid van de uitzonderingen
In de brief ging Van Hijum, zoals toegezegd aan de Tweede Kamer, in op de handhaafbaarheid van de uitzonderingen die per amendement, voorgestelde wijzigingen van de wet, zijn ingediend. “De Arbeidsinspectie heeft geen volledige uitvoerings- en handhavingstoets kunnen uitvoeren op de amendementen. De inhoud van deze brief is gebaseerd op inschattingen die mijn ministerie en medewerkers van de Arbeidsinspectie hebben gemaakt in de beperkte tijd die daarvoor beschikbaar was.”
Lees ook: Brief Van Hijum over praktijk WTTA: van kosten tot registratie BRP
Beperkte risico’s bij uitzonderen sociaal ontwikkelbedrijven
Het amendement van Doğukan Ergin (DENK) wil topsport uitzonderen. Het bevat als reikwijdte “sportorganisaties, voor zover van landelijke betekenis”. De minister in zijn reactie: “Deze uitzondering is breed geformuleerd en niet objectief toetsbaar. Zowel de term ‘sportorganisaties’ als de clausulering ‘landelijke betekenis’ zijn niet objectief gedefinieerd. Dat levert wezenlijke risico’s op voor het stelsel.” Don Ceder (ChristenUnie) en André Flach (SGP) wil sociaal ontwikkelbedrijven uitzonderen. De minister in de brief: “Deze uitzondering is objectief toetsbaar en lijkt beperkte risico’s op te leveren voor ontduiking van het stelsel.”
Ter beschikking stelling naast beveiligingsactiviteiten
Thierry Aartsen (VVD) wil beveiligings- en recherchebedrijven uitzonderen. De reikwijdte zijn dan bedrijven met een vergunning op basis van artikel 2 van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus. Van Hijum in zijn reactie: “Deze uitzondering is objectief toetsbaar. De risico’s voor ontduiking van het stelsel leveren een gemengd beeld op. Enerzijds worden medewerkers van Wpbr-vergunninghouders worden gescreend op onder andere betrouwbaarheid, waardoor het risico op illegaliteit een stuk kleiner is. Anderzijds wordt opgemerkt dat een Wpbr-vergunning het niet in de weg staat dat terbeschikkingstelling van arbeidskrachten, al dan niet ter ontwijking van de Wtta, de overwegende economische activiteit van een onderneming is of kan worden, naast beveiligingsactiviteiten.”
Lees ook: WTTA: zo zien de stappen voorafgaand aan schorsing of intrekking toelating eruit
Gemengd beeld bij ontduiking BBL
Ilse Saris (NSC), André Flach (SGP) en Mariska Rikkers-Oosterkamp (BBB) gaat over een uitzondering voor stichtingen die in het kader van de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) arbeidskrachten ter beschikking stellen aan een leerbedrijf. De minister in de brief: “De risico’s voor ontduiking van het stelsel leveren een gemengd beeld op. Enerzijds werpen de voorwaarden die gesteld worden aan de BBL, waaronder de benodigde erkenning voor leerbedrijven, drempels op tegen kwaadwillenden die via deze uitzondering de regels van de WTTA willen ontduiken. Anderzijds is vooraf niet te toetsen of arbeidskrachten in de praktijk werken conform de afspraken in het kader van de BBL-opleiding.”
De stemming van de Tweede Kamer over de wet en de ingediende amendementen is op dinsdag 8 april.