Randstad: “Echte arbeidsmarktcrisis zit in mismatch, verzuim en gebrek aan wendbaarheid”

0

Uitzendconcern Randstad constateert dat arbeidstekorten toenemen in de zorg, onderwijs en techniek. Dat terwijl de vraag bij andere beroepsgroepen juist afkoelt. Tegelijkertijd groeit het aantal Nederlanders dat niet of niet volledig meedoet, neemt ziekteverzuim toe en dreigt AI een nieuwe kloof te creëren tussen werkenden die kunnen meekomen en werkenden die achterblijven.

Randstad Groep Nederland gaf donderdag 19 juni een arbeidsmarktupdate waarin Bart van Krimpen (Lead Market Intelligence), Mark Poort (directeur Public & Social Affairs) en Jeroen Tiel (CEO van Randstad Groep Nederland) hun visie gaven op de arbeidsmarkt, nieuwe wetgeving in de flexbranche en de opkomst van kunstmatige intelligentie.

Lees ook: Intelligence Group: 120.000 fte aan jong arbeidspotentieel onbenut

Onderliggend zijn er echt wel verschillen

Volgens Van Krimpen is de arbeidsmarkt “ongeveer net zo krap als in de zomer van vorig jaar”. Daarmee lijkt er op macroniveau weinig veranderd. Toch waarschuwde hij voor een te snelle conclusie. “Onderliggend zijn er echt wel verschillen. In sommige vakgebieden blijft het krap of wordt het nog krapper, terwijl andere vakgebieden juist ruimer worden.”

Die krapte loopt vooral verder op in de zorg, onder verpleegkundigen en verzorgenden, in het onderwijs, onder meer bij onderwijsassistenten, en in de techniek, bijvoorbeeld bij operators en elektrotechnici. Daartegenover staat afkoeling in delen van de arbeidsmarkt die eerder juist als kansrijk golden, zoals bij taal- en cultuurberoepen, financieel analisten en delen van IT. “De verschillen op de arbeidsmarkt lijken eerder toe te nemen dan af te nemen”, aldus Van Krimpen.

Fijnmazige mismatch

De ontwikkeling gaat van een meer algemeen tekort naar een steeds fijnmazigere mismatch. De ene sector kampt met structurele schaarste terwijl elders de spanning afneemt. Ook de lage werkloosheid vertelt volgens Van Krimpen niet het hele verhaal. Die ligt rond de 3,9 procent en blijft daarmee historisch laag. Achter dat cijfer gaat echter een groeiend verborgen arbeidspotentieel schuil. Meer parttimers willen extra uren werken, maar slagen daar niet in. Gemiddeld gaat het om ongeveer 8,5 uur per week die zij meer zouden willen werken. Vooral jongeren vormen een grote groep binnen deze onderbenutting.

Lees ook: Arbeidsinspectie legt beslag op vermogen aandeelhouder 
uitzendbureau in vleessector

 

Daarnaast zijn er signalen van ontmoediging. Minder mensen die nu niet werken, zoeken actief naar werk. Ook stoppen meer mensen die eerder wel zochten met zoeken. “Dat is niet per se een positieve ontwikkeling”, zei Van Krimpen. “Je zou dat kunnen aanduiden met de term ontmoediging. Op zich is dat opvallend op een krappe arbeidsmarkt.” Werkgevers ervaren dus tekorten terwijl een deel van het beschikbare potentieel niet wordt benut.

Ziekteverzuim en structurele uitval

Voor CEO Tiel springt vooral één ontwikkeling eruit: ziekteverzuim en structurele uitval. “De impact is groot en het weegt steeds zwaarder. Het holt de arbeidsproductiviteit uit die we zo hard nodig hebben.” Het aantal Nederlanders dat niet werkt door ziekte of arbeidsongeschiktheid is sinds 2022 met ongeveer 10 procent gestegen. Dat terwijl het aantal werkenden in diezelfde periode met 4 procent groeide. Dat leidt volgens Tiel tot een duidelijke disbalans. “Als je praat over bijna 900.000 mensen die niet kunnen of willen werken wegens arbeidsongeschiktheid of ziekte, dan hebben we wel een uitdaging.”

Jeroen Tiel
Tiel: “Ik kan me voorstellen dat mensen hun baan niet meer hebben omdat iemand anders in die baan wel AI gebruikt.”

Die uitdaging raakt niet alleen de betrokken werkenden, maar ook sectoren waar de krapte al groot is. Tiel wees specifiek op zorg en welzijn waar het ziekteverzuim hoog is. In delen van de zorg loopt dat op tot bijna 10 procent. “Als je nadenkt over wat voor impact dat heeft, dan is dat enorm. Niet alleen op arbeidsproductiviteit, maar ook op werkdruk en werkplezier.” Volgens Tiel zit hier ook een grote kans. Een daling van het ziekteverzuim met één procentpunt zou volgens hem bijna 100.000 werknemers, of ongeveer 70.000 fte, extra beschikbaar kunnen maken voor de arbeidsmarkt. “Dat is een behoorlijk lek dat we kunnen dichten.”

Lees ook: Randstad blijft last houden van zwakke Europese markt

Beter preventie, vroegsignalering en begeleiding

De oplossing ligt volgens Randstad niet alleen in meer mensen naar de arbeidsmarkt trekken, maar vooral in betere preventie, vroegsignalering en begeleiding. Werkgevers moeten investeren in duurzame inzetbaarheid en vitaliteit. Tegelijkertijd is ook hervorming van het stelsel nodig, vindt Tiel. Hij noemde onder meer modernisering van loondoorbetaling na ziekte en re-integratie. “Het is cruciaal dat eventuele verkorting van de loondoorbetalingsverplichting gekoppeld wordt aan intensieve en actieve begeleiding vanaf dag één.”

Naast verzuim en uitval is technologie de andere grote lijn. Bedrijven zien technologie steeds vaker als antwoord op personeelstekorten. Volgens Van Krimpen noemen bedrijven investeringen in technologie inmiddels vaker als maatregel tegen krapte dan voorheen. Daarbij gaat het om automatisering, robotisering en vooral AI.

Ook in vacatureteksten is de opkomst van AI duidelijk zichtbaar. Het aandeel vacatures waarin AI-termen worden genoemd, is in twee jaar tijd verdubbeld. Inmiddels bevat ongeveer één op de dertig vacatures een verwijzing naar AI. In bepaalde vakgebieden is AI al veel prominenter aanwezig, vooral in data en analyse, IT, marketing en communicatie, en creatieve of taalkundige beroepen.

Technologie geen wondermiddel

Toch waarschuwde Randstad ervoor technologie niet als wondermiddel te zien. Werknemers die veel technologie gebruiken, ervaren gemiddeld juist vaker een hoge werkdruk, zo blijkt uit onderzoek van Randstad onder 1.300 werkenden. De verklaring kan zijn dat routinematig werk deels verdwijnt, waardoor complexere taken overblijven. Ook kunnen algoritmes, notificaties en digitale systemen de druk op werknemers verhogen. Van Krimpen: “Als technologie puur wordt ingezet om productiviteit te verhogen zonder rekening te houden met wat dat doet met de baan, kan dat zorgen voor een toename van de mentale werkdruk.”

Lees ook: AI in de flex: "Dit is nog maar het begin"

 

Tijdens het vragenuur na afloop van de update vroegen journalisten nadrukkelijk naar de risico’s van AI voor de arbeidsmarkt. Ontstaat er een tweedeling tussen werknemers die AI-vaardigheden hebben en werknemers die die niet hebben? Tiel erkende dat risico deels. “Ik denk niet dat mensen hun baan verliezen doordat AI het overneemt. Ik kan me wel voorstellen dat mensen hun baan niet meer hebben omdat iemand anders in die baan AI wel gebruikt.”

Een AI-kloof voorkomen

Volgens hem is AI-geletterdheid daarom een maatschappelijke opgave. Werkgevers, onderwijs, overheid en werknemers zelf moeten investeren in scholing en begeleiding. “We moeten voorkomen dat er een AI-kloof ontstaat tussen degenen die mee kunnen en degenen die achterblijven. Dat betekent opleiden, begeleiden en faciliteren.”

Een minstens zo groot thema tijdens de update was wet- en regelgeving in de flexbranche. Poort schetste een breed pakket aan maatregelen dat de komende jaren op werkgevers, uitzendbureaus, opdrachtgevers en werkenden afkomt. De politiek wil de arbeidsmarkt hervormen via meer regels en striktere handhaving.

Volgens Poort is flexibilisering al jaren een punt van zorg in de politiek. De Wet meer zekerheid flexwerkers die nu bij de Eerste Kamer ligt, moet meer bescherming bieden aan flexwerkers. Daarmee maken oproepcontracten plaats voor bandbreedtecontracten, tijdelijke contracten krijgen een langere onderbrekingstermijn en er geldt vanaf 2028 een maximale flexibele periode van drie jaar. Daarnaast worden inleners nadrukkelijker verantwoordelijk.

Lees ook: Oproep: Hoe denk je als flexondernemer over de WTTA?

Vast minder vast en flex minder flexibel?

Nieuwe spelregels van de overheid gingen altijd uit van vast minder vast en flex minder flexibel. Nu flexibel meer naar vast gaat, moet ook de stap ‘minder vast’ worden genomen. Maar dat is volgens Poort niet het geval. “Vast blijft gewoon vast. Flexibiliteit lijkt eigenlijk alleen maar af te nemen in plaats van toe te nemen.”

Leidt de nieuwe wetgeving tot minder vraag naar uitzendkrachten en andere flexwerknemers? Tiel verwacht dat niet. “Flexibiliteit en wendbaarheid op onze arbeidsmarkt blijven noodzakelijk. Die vraag naar uitzendkrachten blijft evident.” Wel verwacht Randstad verschuivingen binnen de uitzendmarkt. Poort denkt dat opdrachtgevers vaker zullen kiezen voor professionele bureaus die hun zaken goed op orde hebben. “Ik zou eerder een verschuiving binnen de uitzendmarkt voorspellen dan een grote verschuiving vanuit de uitzendmarkt naar andere arbeidsrelaties.”

Ook de praktische uitvoerbaarheid van de WTTA kwam aan bod. De vraag is of uitzendbureaus, intermediairs en andere aanbieders van flexarbeid hun toelating en certificering op tijd rond krijgen, zeker nu veel partijen vóór 1 januari door hetzelfde proces moeten en certificerende instellingen beperkte capaciteit hebben. Tiel erkende dat daar knelpunten kunnen ontstaan. “We gaan daar een aantal problemen krijgen. Dat lijkt me evident.”

Lees ook: FNV: nieuwe uitzend-cao laat ruimte voor onderbetaling

Cao ligt ter visie

Op de vraag hoe het staat met de algemeenverbindendverklaring van de uitzend-cao, nu gelijke beloning al in die cao is vastgelegd, zei Poort dat de cao ter visie ligt. Volgens hem is dat een stap in het proces waarbij betrokken partijen kunnen reageren, waarna het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een besluit moet nemen over de algemeenverbindendverklaring.

Ook de recente uitspraak over platform Temper kwam voorbij. Volgens Tiel kan die uitspraak gevolgen hebben voor andere platformbedrijven die op vergelijkbare wijze werken. Als een platform als uitzendonderneming wordt aangemerkt, hebben werkenden recht op arbeidsvoorwaarden op grond van de cao. “Het is heel wat anders of je binnen dit construct met zelfstandigen werkt of met uitzenden”, aldus Tiel. Volgens hem creëert de uitspraak in ieder geval duidelijkheid, maar is de verdere juridische afloop nog van belang.

De rode draad in de boodschap van Randstad is dat regulering nodig kan zijn om misstanden tegen te gaan en een eerlijker speelveld te creëren, maar dat regels de structurele problemen niet oplossen. Tiel zei het nadrukkelijk: “Regels lossen structurele problemen wat mij betreft niet op. De echte crisis is de krapte en de mismatch tussen vraag en aanbod.”

Lees ook: Hof: Temper wél uitzendbureau

Markt in beweging krijgen

Volgens Randstad moet het arbeidsmarktdebat daarom minder gaan over vast versus flex en meer over mobiliteit, allocatie en wendbaarheid. De vraag is hoe mensen sneller terechtkomen op plaatsen waar werk is, hoe uitval wordt voorkomen en hoe werkenden kunnen meegroeien met technologische veranderingen. “Het debat moet niet gaan over flex versus vast, maar over het versterken van de allocatiefunctie op de arbeidsmarkt”, aldus Tiel. “Hoe zorgen we ervoor dat we de markt in beweging krijgen?”

Flexmarkt Nieuwsbrief

Het laatste nieuws over de flexbranche en de best gelezen artikelen.

 

Over Auteur

Ronald Bruins is hoofdredacteur van Flexmarkt.

Reageren is niet mogelijk.