“In het verleden werd er in de uitzendsector in de eerste fase (A of 1-2) veelal gewerkt met weekcontracten. Dat is al enige niet meer zo. In de eerste fase mogen uitzendovereenkomsten voor bepaalde tijd namelijk niet korter zijn dan vier weken. Alleen het eerste contract mag wel van kortere duur zijn. Dat is recent door de kantonrechter te Lelystad bevestigd.”
Column: Hendarin Mouselli
“De werkgever had in de uitzendovereenkomst opgenomen dat deze werd gesloten voor de duur van één week. Na afloop van voornoemde duur kon de uitzendovereenkomst stilzwijgend onder dezelfde voorwaarden en voor de duur van vier weken worden verlengd. De werknemer claimde een uitzendovereenkomst voor de duur van drie maanden, omdat dit volgens de werknemer door de recruiter van de werkgever tegen haar was gezegd toen zij daar solliciteerde. De werkgever betwiste dit.
De kantonrechter oordeelde dat uit de in het geding gebrachte stukken volgt dat de overeenkomst ook in de Poolse taal aan de werknemer is verstrekt. Voor de werknemer had dus duidelijk kunnen en moeten zijn dat de overeenkomst bij aanvang werd aangegaan voor de duur van één week. Dit wijst uit dat het belangrijk is om een uitzendovereenkomst in de landstaal van de werknemer te verstrekken.”
De rechter
“Het kenmerk van een uitzendovereenkomst voor bepaalde tijd is dat deze van rechtswege eindigt na het verstrijken van de duur waarvoor hij is aangegaan. Dit kan anders zijn als de werkzaamheden na de afgesproken einddatum worden voortgezet. Als hierover geen duidelijke afspraken zijn gemaakt, kan er sprake zijn van stilzwijgende verlenging van de arbeidsovereenkomst. Bij de beoordeling of er sprake is van een stilzwijgende verlenging is het van belang of de werknemer op grond van gedragingen van de werkgever heeft mogen aannemen dat de uitzendovereenkomst na afloop van de tijd waarvoor deze was aangegaan, stilzwijgend wordt voortgezet. De werknemer had in deze zaak aangevoerd dat toen zij zich ziekmeldde een medewerker van de werkgever tegen haar zou hebben gezegd dat ze tevreden waren over haar functioneren. De rechter oordeelde hierover dat als die mededeling al zou zijn gedaan, dat onvoldoende is om aan te merken als een gedraging van de werkgever op grond waarvan de werknemer heeft mogen aannemen dat de werkgever de uitzendovereenkomst wilde verlengen.
De werknemer had nog gesteld dat zij de documenten onder tijdsdruk moest tekenen, omdat de medewerker van de werkgever haast had, en dat zij de documenten die haar werden aangeboden daardoor niet heeft kunnen lezen. Ook dat argument werd door de kantonrechter van tafel geveegd.
Deze uitspraak toont aan dat je nog altijd een weekcontract of zelfs een dagcontract kunt sluiten met een uitzendkracht als dit de eerste uitzendovereenkomst in fase A / 1-2 is. Zorg er dan wel voor dat je dit schriftelijk of elektronisch afspreekt en leg dat ook vast in de landstaal van de uitzendkracht!”
Lees ook: Halbe Zijlstra, voorzitter NBBU: “Flex wordt duurder en branche consolideert”