‘Dé flexwerker bestaat niet’

0

‘Dé flexwerker bestaat niet en de flexkracht wil ook niet beschermd worden in de mate die de overheid voor ogen heeft.’ Een poging enig kleur te brengen in de zwartwit-discussie.

Brisker Group komt met feiten en bevindingen over flexwerk naar buiten om het negatieve beeld over flex bij te stellen. Natuurlijk heeft Brisker (Pay for People, Tentoo en Holland Employment Experts) belang bij deze nuance, maar het flexbedrijf baseert deze feiten wel op onafhankelijk onderzoek. Sparkey – HR-onderzoekslabel van Motivaction – voerde het onderzoek uit en vroeg zo’n duizend werkgevers, intermediairs en flexwerkers naar hun ervaringen met flexwerk en hun toekomstverwachtingen. Het resultaat is het Flexwerk Onderzoek 2021.

Populisme versus feiten

De politieke discussie over flexwerk wordt al jaren vooral gevoerd op onderbuikgevoel in plaats van feiten. Vorige week haalde zzp-platform ZiPconomy nog vakkundig de recente uitspraak dat ‘het aandeel flex enorm is toegenomen’ van SP-kamerlid Bart van Kent onderuit met duidelijke cijfers van het CBS. Demissionair minister van SZW Wouter Koolmees probeerde eind 2019 zijn collega’s ervan te  overtuigen niet al te zwartwit tegen de problematiek aan te kijken door de stellen ‘dé zzp’er bestaat niet’. In navolging daarvan stelt de Brisker Group nu ook ‘dé flexwerker bestaat niet’.

Lees ookBorstlap, SER en politiek gekonkel: waar staat uitzenden nu?

Breed spectrum flex

Het spectrum van de flexwerker gaat van de zelfredzame flexibele kracht die heel bewust kiest voor een bestaan met flexibel werk, tot de flexwerker die tegen wil en dank op flexibele basis werkt en alles daar tussenin. Ook intermediairs onderschrijven de behoefte aan flexibiliteit van flexkrachten: “We zijn zo opgegroeid met het idee dat vast beter is dan flex, maar ik ben het daar niet mee eens. Onze flexwerkers kiezen heel bewust voor flexwerk”, zo stelt een van de intermediairs die meewerkte aan het onderzoek.

3 typen flexkrachten

Op basis van het onderzoek onderscheidt en beschrijft de Flexwerk Onderzoek 2021 drie zeer uiteenlopende typen flexwerkers:

  1. de zelfredzamen
  2. de zekerheidszoekers
  3. de pragmatici

Uit het onderzoek blijkt dat de meeste flexwerkers werkzaam zijn in de sectoren zorg & welzijn en zakelijke dienstverlening. Met als bijkomend verschil dat de zelfredzamen ook actief zijn in het onderwijs, zekerheidszoekers in de industrie en pragmatici in transport & logistiek.

Voor werkgevers en intermediairs is het van belang om te weten met welk type flexkracht zij te maken hebben. Door rekening te houden met – of nog beter: in te spelen op – de behoeften van flexkrachten, hebben zij een prettige ‘flex employee experience’ en komen ze graag bij de organisatie terug – een absolute must in de huidige krappe markt. De meerderheid (56%) van de werkgevers in het onderzoek geeft aan zich medeverantwoordelijk te voelen voor de ontwikkeling van flexwerkers en doet moeite om hen te betrekken bij de organisatie.

Keuzevrijheid

Ook de overheid doet er verstandig aan beleid te maken dat bijdraagt aan de situatie van de verschillende soorten flexwerkers, want niet iedere flexwerker wil beschermd worden. Slechts 12% van de flexwerkers ziet alleen maar nadelen aan het werken op flexibele basis. De meerderheid (53%) geniet juist van de vrijheid en flexibiliteit van het flexwerken.
Voor werkgevers is flexwerk eveneens belangrijk, ook in de toekomst. Ruim een kwart van de ondervraagde werkgevers voorziet de komende 3 jaar een groei van de flexibele schil. Voor bijna de helft van de organisaties (48%) is de flexibele schil van (groot) belang voor de bedrijfsvoering. Flexibel werk helpt ze bij een gezonde bedrijfsvoering, organisatiegroei en het bijbenen van de markt. Daarbij zetten ze het vaakst zzp’ers in (30%), gevolgd door uitzendkrachten (23%) en medewerkers met nulurencontracten (15%).

WAB en SER-advies

Toch zijn zowel de WAB als de adviezen van de SER erop gericht de flexwerker zoveel mogelijk in bescherming te nemen en flexwerk zoveel mogelijk te beperken. Uit het Flexwerk Onderzoek 2021 blijkt de onvrede van bedrijven en intermediairs over het gevoerde beleid. Een derde van de werkgevers (32%) geeft aan dat het overheidsbeleid rond flexibel werk zorgt voor veel onzekerheid in hun organisatie.

Werkgevers en intermediairs zijn volgens het onderzoek dan ook van mening dat de overheid zich op de verkeerde manier bemoeit met de flexbranche. Er wordt altijd gesproken van de grote kloof tussen flex en vast, maar de kloof tussen overheid en realiteit is nóg groter. Daarbij is het steeds aanpassen van de wet uiteindelijk vaak nog het meest nadelig voor de flexkrachten, zo stelt Brisker.

Lees ook: ‘Brisker is geen payrollbedrijf (meer)’

Flexkrachten verschillende carrières

Ook uit academisch onderzoek blijkt dat de feiten over flexwerk niet zo zwartwit zijn. In haar proefschrift Non-standard Employment: Prospect or Precarity? laat Lucille Mattijssen zien dat het negatieve beeld rond flexwerk enige nuancering behoeft.
Zij wijst er op dat flexkrachten verschillende soorten carrières hebben. “Die carrières verschillen in werkzekerheid en inkomenszekerheid. De onderverdeling laat zien dat flexwerk als opstap en als val kan voorkomen. Daarnaast blijkt dat flexwerk niet per definitie slecht is als de inkomenszekerheid groot is. Vast werk is niet altijd even goed als er sprake is van weinig inkomenszekerheid. Op die manier nuanceer ik het zwart-wit beeld dat er bestaat over flexwerk. Doorgaans wordt flexwerk per definitie als slecht beschouwd. Maar als je ook naar de inkomens kijkt, zie je dat niet alle flexwerkers even precair zijn”, zo stelt zij op de site van het CBS.’

 

Met Flexmarkt pro heb je exclusief toegang tot:
✅ verdiepende en analyserende artikelen
✅ de verzuim- en transitietool
✅ handige voorbeelddocumenten, zoals de oproep – en vaststellingsovereenkomst
✅ antwoord op tientallen juridische flexvragen
✅ Flexmarkt magazine: het laatste nummer en archief
Waar nodig is deze informatie juridisch getoetst door onze arbeidsrechtadvocaten.

Abonneer je hier op Flexmarkt Pro (nu eerste maand 1 euro)

 

Over Auteur

Reageer