Borstlap, SER en politiek gekonkel: waar staat uitzenden nu?

0

Borstlap, coronacrisis, SER-advies, kabinetsformatie .. hortend en stotend lijkt Nederland op weg naar een strengere aanpak van flex op de arbeidsmarkt. Wat betekent dit voor de uitzendbranche? En hoe verloopt het (politieke) proces tot nu toe? Een overzicht.

informateur en SER-voorzitter Mariëtte Hamer
(fotograaf: Angeline Swinkels)

Wij van WC-Eend adviseren het advies van WC-Eend aan WC-Eend over te nemen..

.. zo ongeveer kun je het SER-advies over de arbeidsmarkt aan het komende kabinet duiden. Zo werkt politiek in de polder; het advies van de SER over de gewenste aanpassingen van de arbeidsmarkt is begin juni aangeboden aan de informateur Mariëtte Hamer. De voorzitter van de SER: Mariëtte Hamer.
Informateur Mariëtte Hamer neemt het advies van haar eigen SER ter harte en geeft de partijen die een ‘aanzet voor een opzet voor een mogelijk regeerakkoord’ moeten gaan schrijven de opdracht mee om de ‘aanpak van de onevenwichtigheden op de arbeidsmarkt’ als ‘urgente uitdaging’ te beschouwen. Ergo, het dringende advies om de voorstellen van de SER over te nemen.
Voor partijen die zijn betrokken bij de totstandkoming van politieke besluiten is het gemeengoed, voor de buitenstaander lijkt het op navelstaren. Want niet alleen Mariëtte Hamer adviseert zichzelf. Het SER-advies is voor het overgrote deel gebaseerd op het rapport van de Commissie Regulering van werk (Commissie Borstlap). En, u raadt het al, enkele leden van de SER zaten ook in diezelfde Commissie Borstlap.

Uitzenden drastisch inperken

Het goede nieuws is dat er eindelijk concrete voorstellen op tafel liggen. De politiek/maatschappelijke discussie is al enkele jaren gaande en er lijkt consensus te bestaan – ook bij menig flexondernemer – dat schijnconstructies en onderbetaling een probleem is in Nederland. De strekking van het SER-advies (en het rapport Borstlap) is dan ook weinig verassend: flexwerk moet beter worden gereguleerd om vooral de flexkracht aan de onderkant van de arbeidsmarkt meer bescherming te bieden. Begin juni waren werkgevers en vakbonden – verenigd in de Sociaal Economische Raad (SER) – er dan eindelijk uit.

Het SER-advies in een notendop: uitzendwerk (op tijdelijke basis) mag maximaal drie jaar duren, oproep- en nulurencontracten verdwijnen en er moet een minimumtarief (van € 35 per uur) voor zzp’ers komen (d.w.z. onder dat tarief streng handhaven op schijnzelfstandigheid).

Net als de SER pleit ook de Commissie Borstlap voor strengere regels voor uitzenden, zoals het verkorten van de periode waarin het uitzendbeding geldt en het (beter) toepassen van de inlenersbeloning (vanaf dag één). Borstlap gunt uitzenden als vorm van flexwerk een ‘eigen rijbaan’ (naast de werknemer en de zelfstandige), maar uitzenden moet zich wel beperken tot tijdelijk werk (‘ziek en piek’). Het structureel arbeidsplaatsen invullen met uitzendkrachten is voortaan uit den boze.

Lees ook: Wat heeft Borstlap tegen uitzenden?

ABU en NBBU kritisch over Borstlap

Dat zijn drastische ingrepen in het uitzenden en de brancheorganisatie ABU en NBBU reageerden aanvankelijk (constructief) kritisch op het rapport Borstlap.

NBBU

Marco Bastian, directeur NBBU

De NBBU – met Marco Bastian als voorman – laat weten het ‘vreemd’ te vinden dat uitzenden in het rapport louter en alleen wordt beschouwd als kortetermijnoplossing. De NBBU pleit voor kwalitatieve verbetering van flex, in die zin dat uitzenders en bemiddelaars werkenden steeds betere loopbaanontwikkeling bieden en niet alleen inzetten op korte opdrachten. ‘Het zou zonde zijn als uitzendbureaus juist die rol niet langer zouden kunnen oppakken.’

ABU-directeur Jurriën Koops

Ook de ABU is niet direct enthousiast over de concrete voorstellen van Borstlap. De ABU wijst erop dat de Commissie Borstlap uitzendwerk wel ziet als preferente vorm van externe flexibiliteit, maar dat de gedetailleerde uitwerking van de adviezen geen recht doen aan de belangrijke functie van uitzendwerk. ABU-directeur Jurriën Koops blijft diplomatiek: “(..) Een verdere invulling van de rol en regulering van uitzendwerk is wat de ABU betreft een van de onderwerpen van gesprek.”

 

Koolmees

Wouter Koolmees, demissionair minister van SZW (beeld: Rijksoverheid)

Uitwerking volgend kabinet

Borstlap wordt sinds het verschijnen van het rapport in januari vorig jaar veel besproken en bediscussiëerd, maar de coronacrisis vraagt vervolgens vrijwel alle aandacht van (inmiddels demissionair) minister Koolmees van SZW. Eind 2020 laat Koolmees weten de uitwerking van aanbevelingen van Borstlap over te laten aan het nieuwe kabinet.

Rol ABU bij akkoord

Even terug naar het totstandkomen van het SER-advies. NRC gaf in een artikel in juni een inkijkje in hoe werkgeversorganisaties en vakbonden elkaar uiteindelijk gevonden hebben en er een akkoord uitrolt waarmee beide kampen een goed verhaal hebben naar hun achterban. ABU-voorzitter Sieto de Leeuw kreeg volgens het krantenbericht ’s nachts op zijn hotelkamer in Deventer tijdens een korte Hemlvaart-vakantie een berichtje van Ingrid Thijssen, voorzitter van werkgeversclub VNO-NCW, die op dat moment in het gebouw van de SER in Den Haag zit. Er is bijna een akkoord, maar de werkgevers en bonden kunnen het niet eens worden over uitzendwerk.

Sieto de Leeuw, voorzitter van de ABU

De vraag is: kunnen uitzenders leven met de eis dat uitzendkrachten maximaal 3 jaar op een flexibel uitzendcontract kunnen werken (in plaats van de 5,5 jaar die nu nog volgens de Uitzend-cao geldt)? De Leeuw stemt in en maakt daarmee het SER-akkoord mogelijk.

Dat de ABU-voorzitter akkoord gaat, komt niet helemaal uit de lucht vallen. Vorig jaar sorteerde de ABU en NBBU al voor op de mogelijke inperking het lichte uitzendregime door aan te geven dat zij bereid zijn in de nieuwe CAO de contractflexibiliteit te verkorten van 5,5 naar 4 jaar en het gebruik van het uitzendbeding te beperken tot 52 gewerkte weken (nu 78 weken).

CAO voor Uitzendkrachten

Voor de vakbonden gaat die handreiking niet ver genoeg. Reden voor de FNV, CNV en De Unie om dit voorjaar uit het CAO-overleg te stappen.

Deze bonden zijn vervolgens woedend dat de ABU en NBBU wel een principeakkoord hebben bereikt met vakbond LBV, waardoor de huidige uitzend-cao met vier maanden (tot 1 oktober) is verlengd. Hierdoor zijn de grotere bonden feitelijk tijdelijk buitenspel gezet.

ABU en NBBU positief over SER-advies

Het SER-advies – en de verwachting dat die in de politieke besluitvorming navolging zal krijgen – speelt natuurlijk een grote rol bij de CAO-onderhandelingen. “Belangrijk dat LBV zijn verantwoordelijkheid heeft genomen, waardoor ook na 1 juni de huidige cao van kracht blijft. Dat geeft voorlopig rust en duidelijkheid en de mogelijkheid om – als er een SER-akkoord over de arbeidsmarkt komt – de gevolgen hiervan mee te nemen”, zo stelt ABU-directeur Koops.

Waar de beide brancheorganisaties nog enigszins afwachtend en lauw reageerden op het rapport Borstlap, zijn de ABU en ABBU opvallend positief over het SER-advies.

Terwijl het SER-advies dus ook uitzenden op 3 punten drastisch wil inperken:

  1. De flexibiliteit van het uitzendbeding gaat terug van 78 weken naar maximaal 52 weken en wordt in de wet verankerd.
  2. In de fase erna is het mogelijk om maximaal zes contracten in 2 jaar aan te bieden. Dit wordt vastgelegd in de wet.
    (De totale termijn van tijdelijke contracten bij uitzenden gaat dus terug van 5,5 jaar naar 3 jaar, daarna moet al dan niet een vast contract volgen.)
  3. Bovendien adviseert de SER uitzendkrachten sneller naar een volgende fase door te laten stromen door de wettelijke onderbrekingstermijn van 6 maanden te schrappen. (Er komt een uitzondering voor seizoenwerkers en studenten en scholieren.)

Ondanks dat uitzenden volgens het SER-advies moet worden ingeperkt reageren ook de brancheorganisaties in de uitzendsector positief. “Wij zijn goed te spreken over het SER-advies dat er nu ligt. In dit akkoord worden historische stappen gezet,” zegt ABU-voorzitter Sieto de Leeuw op de site van de ABU.

Sterker nog, begin augustus maakten de ABU en NBBU uit eigen beweging bekend de eerste SER-adviezen al vanaf 1 januari a.s. in te voeren, te weten:

  1. Meer en sneller zekerheid voor uitzendkrachten door de eerste fase (uitzendbeding) te verkorten van 78 naar 52 weken
  2. de tweede fase van tijdelijke contracten van 4 naar 3 jaar (dus nog geen 2 jaar zoals SER-advies stelt).
  3. Een uitbreiding van de inlenersbeloning
  4. Een betere pensioenregeling met een kortere wachttijd (8 weken) en een bredere pensioengrondslag.

Met deze verbeteringen wordt een deel van het in juni uitgebrachte SER-advies per 1 januari 2022 al in de praktijk gebracht.

Uitzenden als enige legitieme flexvorm

De ABU en NBBU zetten daarmee betekenisvolle stappen om het SER-advies in praktijk te brengen, nog voordat er daadwerkelijk nieuwe wetgeving is. Dat lijkt een verstandige zet.
Ondanks de drastische inperking van uitzenden, verzekeren zowel Borstlap als het SER-advies de toekomst van uitzenden. Want uitzenden blijft als vrijwel enige legitieme flexvorm in veel sectoren overeind. Dat de huidige oproep- en nulurencontracten worden verboden en voor zelfstandigen met een uurtarief onder de € 35 euro een ‘rechtsvermoeden van werkgeverschap’ (schijnzelfstandigheid) gaat gelden is natuurlijk gunstig voor uitzenden. Dat zijn concurrerende flexvormen. Met het omarmen van het SER-advies kiest de uitzendbranche eieren voor zijn geld.
Alle ballen op uitzenden dus. De voorzet is gegeven, het is nu aan de nieuwe regering (?) om de bal in te koppen.

 

Altijd toegang tot alle artikelen van Flexmarkt?

Met Flexmarkt pro heb je exclusief toegang tot:
✅ verdiepende en analyserende artikelen
✅ de verzuim- en transitietool
✅ handige voorbeelddocumenten, zoals de oproep – en vaststellingsovereenkomst
✅ antwoord op tientallen juridische flexvragen
✅ Flexmarkt magazine: het laatste nummer en archief
(Waar nodig is deze informatie juridisch getoetst door onze arbeidsrechtadvocaten.)

Abonneer je hier op Flexmarkt Pro (nu eerste maand 1 euro)

 

Over Auteur

Reageer