Het nieuwe coalitieakkoord ‘Aan de slag – Bouwen aan een beter Nederland (2026–2030)’ zet stevig in op een activerende arbeidsmarkt, meer duidelijkheid over arbeidsrelaties en het beter organiseren van arbeidsmigratie. Voor de flexmarkt en uitzendbranche bevat het akkoord geen revolutie, maar wel een duidelijke koerswijziging met concrete gevolgen voor de praktijk.
In dit artikel zetten we de belangrijkste punten op een rij.
Kortere en activerende WW
Een van de meest ingrijpende wijzigingen is de hervorming van de werkloosheidsuitkering. De WW wordt korter van duur, met een hogere uitkering in de eerste maanden. De maximale duur komt uit op ongeveer één jaar. Het doel is duidelijk: mensen sneller weer aan het werk krijgen.
Transitievergoeding meer gericht op werk-naar-werk
Het kabinet wil de transitievergoeding hervormen zodat deze beter aansluit bij het doel waarvoor hij ooit is bedoeld: de overstap naar nieuw werk. In het akkoord staat dat werkgevers die actief investeren in scholing, omscholing en re-integratie minder verplichtingen krijgen rondom de transitievergoeding. Deze beweging past goed bij de flexmarkt, waar werk-naar-werkbemiddeling en ontwikkeling al een belangrijke rol spelen.
Meer duidelijkheid over arbeidsrelaties en zelfstandigen
Het coalitieakkoord onderstreept het belang van duidelijkheid over arbeidsrelaties, met name aan de randen tussen vast werk, flexwerk en zelfstandig ondernemerschap. Hoewel het akkoord zelf geen gedetailleerde nieuwe wetgeving uitwerkt, wordt wel aangekondigd dat bestaande plannen rondom de positie van zelfstandigen verder worden uitgewerkt en geïmplementeerd.
Grip op arbeidsmigratie
Het coalitieakkoord maakt duidelijk dat het kabinet meer grip wil krijgen op arbeidsmigratie. Daarbij wordt expliciet gekeken naar de vraag ‘wat Nederland aankan en wat het nodig heeft’. Arbeidsmigratie wordt nadrukkelijk gekoppeld aan bredere maatschappelijke randvoorwaarden, zoals huisvesting, leefbaarheid en handhaving. Ook wordt benadrukt dat misstanden en uitbuiting harder moeten worden aangepakt.
Het akkoord kondigt aan dat hiervoor nader beleid wordt uitgewerkt, waarbij de rol van werkgevers, gemeenten en uitvoeringsorganisaties wordt betrokken. Concrete verplichtingen voor werkgevers, bijvoorbeeld rond huisvesting, registratie of het voorkomen van afhankelijkheidsrelaties, zijn in het coalitieakkoord zelf nog niet uitgewerkt. Wel is de richting helder: arbeidsmigratie moet beter georganiseerd worden en mag niet langer leiden tot onwenselijke situaties voor arbeidsmigranten of de samenleving.
Minder externe inhuur bij de overheid
Een ander relevant punt voor de flexmarkt is de ambitie om externe inhuur bij de overheid terug te dringen. Specialistische kennis moet vaker in vaste dienst worden georganiseerd. Tijdelijke inhuur blijft mogelijk, maar wordt kritischer beoordeeld op noodzaak en duur. Voor uitzend- en detacheringsbureaus betekent dit mogelijk minder volume in de publieke sector en meer nadruk op tijdelijke inzet met een duidelijke afbakening en toegevoegde waarde.
Investeren in scholing en Leven Lang Ontwikkelen
Het akkoord zet sterk in op Leven Lang Ontwikkelen (LLO) en het verbeteren van de aansluiting tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. Scholing en begeleiding moeten helpen om personeelstekorten op te vangen en mensen duurzaam inzetbaar te houden.
Werken loont
Het coalitieakkoord 2026–2030 kiest duidelijk voor een arbeidsmarkt waarin werken sneller loont, beweging wordt gestimuleerd en misstanden worden aangepakt. Voor de flexmarkt betekent dit geen abrupte koerswijziging, maar wel een verdere verschuiving richting meer verantwoordelijkheid, meer transparantie en een sterkere focus op ontwikkeling en werk-naar-werk. Uitzendorganisaties die investeren in goede matching, scholing en zorgvuldige organisatie van flexibele arbeid, sluiten daarmee goed aan op de richting die het kabinet kiest.
Lees ook: Meest Invloedrijke Recruiter 2025: innovatie vraagt om menselijk vakmanschap