De Tweede Kamer wil het minimumjeugdloon al vanaf 2026 verhogen. Daarmee wil een meerderheid van de Kamer het plan van het kabinet met een jaar vervroegen. De verhoging raakt vooral jongeren in flexbanen, zoals in de retail, horeca en schoonmaak.
Een motie van Volt, die pleit voor een snellere verhoging van het jeugdloon, kreeg deze week steun van onder meer SP, GroenLinks-PvdA, Partij voor de Dieren, DENK, D66, ChristenUnie en de PVV. Het kabinet zelf wilde de verhoging pas in 2027 doorvoeren.
Volgens het voorstel van Volt gaan jongeren van 15 jaar vanaf volgend jaar 40 procent van het wettelijk minimumloon verdienen. Dat percentage stijgt jaarlijks met tien procentpunt. Zo zou een 20-jarige dan 90 procent van het loon van een volwassene (21 jaar of ouder) verdienen. Op dit moment is dat nog 80 procent. Het eerdere kabinetsvoorstel ging uit van een 87,5 procent voor 20-jarigen per 2027.
Impact op de arbeidsmarkt
Voor jongeren die actief zijn in flexibele arbeid – bijvoorbeeld als vakkenvuller, bezorger of schoonmaker – betekent de verhoging concreet meer inkomen voor hetzelfde werk. Volt-leider Laurens Dassen wijst erop dat “een 18-jarige nu vaak de helft verdient van een 21-jarige, terwijl ze dezelfde werkzaamheden verrichten en dezelfde huurprijzen betalen”. Hij pleit zelfs voor het volledig afschaffen van het jeugdloon.
Politieke verdeeldheid over dekking
De verhoging van het jeugdloon kost de overheid naar schatting 29 miljoen euro per jaar. Volt wil dit dekken door zogenoemde reservepotjes aan te spreken en optimistischere rekenmethodes te hanteren in de begroting. Dat is voor regeringspartij NSC een heikel punt. Hoewel NSC inhoudelijk voorstander is van een hoger jeugdloon, stemde de partij tegen de motie. Kamerlid Wytske Postma vreest dat het aanspreken van reserves ten koste kan gaan van sociale werkplaatsen. Volt weerspreekt dit.
Het is nu aan NSC-minister Eddy van Hijum van Sociale Zaken om de motie uit te voeren, ondanks dat zijn partij tegenstemde.
Lees ook: Werkgevers uitzendbranche vinden staking onverantwoord