Per 1 januari 2026 treedt de nieuwe cao voor uitzendkrachten in werking. Kern van de wijziging is gelijkwaardige beloning. “De intentie daarvan is goed en begrijpelijk, maar de uitvoering en handhaving laten te wensen over. Het is namelijk administratief zeer uitdagend”, zegt Wies van ’t Slot, directeur van 365werk. “En de vraag is: wat levert het uiteindelijk op voor de uitzendkracht?”
Tot nu toe volstond het om tien elementen uit de inlenersbeloning te volgen. Vanaf 2026 moeten uitzendbureaus het volledige arbeidsvoorwaardenpakket van de opdrachtgever doorvoeren. Dat betekent niet alleen het basissalaris, maar ook vakantiedagen, toeslagen, pensioenregelingen en zelfs secundaire arbeidsvoorwaarden zoals een sportabonnement of fiets van de zaak. “We gaan van tien elementen naar de hele cao van de opdrachtgever”, legt Van ’t Slot uit. “Horeca is eenvoudig, daar is één cao algemeen verbindend verklaard. Maar in andere sectoren is het maatwerk.”
Vijftig cao’s in beeld
Die uitbreiding maakt het werk voor uitzenders aanzienlijk zwaarder. “Wij hebben vijftig cao’s in beeld en zijn wat betreft verwerking van alle informatie op ongeveer tweederde”, zegt Van ’t Slot. “Veel opdrachtgevers schakelen ons in om volledig ontzorgd te worden. Echter, de nieuwe cao brengt een omvangrijke vragenlijst over de arbeidsvoorwaarden met zich mee. Over welke voorwaarden ze hanteren en die wij dus ook moeten meenemen. Die lijst is niet eenvoudig of snel in te vullen. Dat leidt dan ook tot veel vragen of het verzoek om te ondersteunen.”
Kostenstijging
De nieuwe regels hebben directe financiële gevolgen. “De kosten voor pensioen gaan sowieso omhoog”, zegt Van ’t Slot. “De StiPP-premie wordt eenmalig verhoogd. Als de pensioenregeling van de inlener hoger is, moet het verschil worden gecompenseerd aan de flexwerker. Bij simpele cao’s gaat het vooral om pensioen. Bij uitgebreide cao’s komen er nieuwe elementen bij, zoals extra vakantiedagen of feestdagen.”
Toeslagen en overwerk blijven een kostenpost. “Die namen we nu ook al mee in de tien elementen”, legt Van ’t Slot uit. “Nieuw zijn vooral vakantie- en feestdagen die in een specifieke cao zijn afgesproken. Bij een gemeente-cao kan dat flink doorwerken, bij horeca is dat nauwelijks het geval.”
Lees ook: Uitzendbureau krijgt hoge boete voor inzet van 60 illegale werknemers tijdens Dutch Grand Prix
Secundaire voorwaarden een grijs gebied
Een extra complicatie vormen secundaire arbeidsvoorwaarden. “Heeft een opdrachtgever een leasefietsregeling of sportabonnement? Dan moet je dat uitvragen en vastleggen”, zegt Van ’t Slot. “Maar als hij of zij iets vergeet door te geven van de secundaire arbeidsvoorwaarden, kom je daar niet snel achter. Het enige dat je kunt doen, is periodiek bij uitzendkracht en opdrachtgever vragen of er wat aan die secundaire voorwaarden is veranderd. Daar kun je dus een trigger voor inbouwen in je computersysteem zodat je dat niet vergeet te vragen.”
Interpretatieverschillen tussen uitzendbureaus
Van ’t Slot wijst op een nieuw probleem dat ontstaat door de invoering van gelijkwaardige beloning: interpretatieverschillen tussen uitzendbureaus. “De één verwerkt extra vakantiedagen in het brutoloon, de ander in het Individueel Keuzebudget. Bij het IKB krijgt de werknemer een flexibel budget voor bijvoorbeeld extra verlof of uitbetaling. Deze variatie bestond niet onder de oude regeling met tien elementen. Nu kunnen uitzendkrachten in dezelfde functie bij verschillende bureaus dus een andere loonstrook krijgen. Dat maakt het systeem niet alleen complexer, maar ook moeilijker te controleren en uit te leggen aan werknemers.”
Dat grijze gebied baart haar zorgen. “Hoe ga je dit handhaven? Inspecteurs moeten straks per cao controleren hoe gelijkwaardige beloning is doorvertaald naar de loonstrook. Dat kan nu, overigens legitiem, verschillen. Leg dat maar eens uit.”
Vergaande automatisering onvermijdelijk
De uitvoeringslast is enorm. “Ziekteberekeningen zijn zeer complex”, concludeert Van ’t Slot. “Nu moet je per cao kijken: betalen ze negentig of honderd procent door, is er een wachtdag? Hoe controleer je dat?” Volgens haar is meer automatisering onvermijdelijk. “Inspecteurs doen nu alles handmatig. Dat kan straks niet meer. Je hebt AI nodig om te controleren of alle elementen kloppen. Ook wij moeten systemen inrichten die ons alarmeren bij cao-wijzigingen. Anders ga je gegarandeerd fouten maken.”
Die complexiteit vertaalt zich in kosten. “Elke cao die je meer moet hanteren, is meer werk om te implementeren en bij te houden. Dat vraagt om extra menskracht. Wij proberen het slim en geautomatiseerd te doen, maar het kost hoe dan ook geld. Voor minder innovatieve bureaus weegt het nog zwaarder.”
Scholing: een gemiste kans
Een pijnpunt is het verdwijnen van de verplichte scholingsbijdrage van 1,02 procent. “Dat vind ik jammer”, zegt Van ’t Slot. “We hadden scholing goed geregeld. Nu is het afhankelijk van de opdrachtgever of deze daarvoor kiest. Nu kun je het bedrag voor scholing van de uitzendkracht van je kostprijs afhalen en hiervoor kon dat niet. Het is zonde dat dat nu wel kan. Juist omdat uitzenders mensen bemiddelen die vaak een afstand tot de arbeidsmarkt hebben. Scholing helpt hen juist vooruit.”
Van ’t Slot verwacht dat sommige bureaus scholing blijven opnemen in de kostprijs, maar dat doen ze volgens haar niet allemaal. “Als een opdrachtgever er niet voor wil betalen en er al zoveel kostenverhogende elementen zijn, zal scholing vast her en der worden geschrapt.”
“Ik hoor opdrachtgevers al af en toe zeggen: waarom zou ik nog uitzenden?”
Uitzendmarkt wordt kleiner
De vraag is wat de cao doet met de inzet van flexwerk. “De markt krimpt al door schaarste”, duidt Van ’t Slot. “Dit maakt uitzenden nog duurder. Ik hoor opdrachtgevers al af en toe zeggen: waarom zou ik nog uitzenden? Dan pak ik het zelf wel op.” Toch blijft er volgens de directeur behoefte aan flexibiliteit, vooral bij ‘piek en ziek’. “Het juridisch werkgeverschap niet bij jou hebben en fase A ten opzichte van de ketenregeling blijven voordelen. Maar dat de taart van uitzenden als geheel kleiner wordt, weet ik wel zeker.”
Cao en WTTA als reden om te stoppen
Daar komt de WTTA nog bij. “Die is goedgekeurd in de Eerste Kamer”, zegt Van ’t Slot. “Voor ons is de invoering niet spannend. Wij voldoen al aan de SNA-certificering en kunnen, als eenmaal de WTTA in werking treedt, vrij eenvoudig overstappen. Maar voor niet-gecertificeerde bureaus is het een enorme hobbel. Velen zien de cao en de WTTA als reden om ermee te stoppen. Het zegt wel wat dat ik elke week een klein bureau dat het niet meer ziet zitten, krijg aangeboden ter overname.”
Van ’t Slot ziet de intentie achter de nieuwe cao als positief. “Iedereen is voor gelijkwaardig belonen. Je wilt namelijk niet concurreren op arbeidsvoorwaarden. Dat is goed. Maar de vraag blijft: wat kost het om dat doel te bereiken? Mijn conclusie is dat we een stap zetten naar verdere bureaucratie.”
Vergelijking maken
Wat betreft pensioen gaat de uitzendkracht erop vooruit, constateert Van ’t Slot. “Maar hoeveel is dit en wat zijn de bijbehorende kosten aan de andere kant. En weegt dat tegen elkaar op. In die zin ben ik benieuwd naar de eerste loonstroken van 2026 zodat we een vergelijking kunnen maken met december.”
Lees ook: Zzp’ers kijken somberder naar toekomst, ziet KVK