Volgens de NBBU-cao eindigt de uitzendovereenkomst van een uitzendkracht automatisch op de dag dat hij of zij de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt. Dit gebeurt van rechtswege; het pensioenbeding uit artikel 15 lid 7 van de cao zorgt ervoor dat de overeenkomst zonder opzegging stopt.
Doorwerken na de AOW-leeftijd
Toch kunnen uitzendbureau en uitzendkracht besluiten om ook na de AOW-leeftijd met elkaar verder te gaan. In dat geval gelden aparte regels voor de fasenindeling:
- Fase 1-2: de wekentelling loopt door.
- Fase 3: de uitzendkracht start opnieuw aan het begin van fase 3; de telling van contracten begint opnieuw.
- Fase 4: de uitzendkracht gaat eveneens terug naar het begin van fase 3; ook hier begint de telling opnieuw.
Bij opvolgend werkgeverschap, wanneer de AOW-gerechtigde via een andere uitzendonderneming doorwerkt, begint de uitzendkracht altijd opnieuw in fase 1-2.
Kortere loondoorbetaling bij ziekte
Een belangrijk verschil met jongere uitzendkrachten is de loondoorbetaling bij ziekte. Waar een niet-AOW-gerechtigde recht heeft op maximaal twee jaar loondoorbetaling, geldt voor AOW-gerechtigden een maximum van zes weken.
Daarnaast hoeft het uitzendbureau geen premies voor de werknemersverzekeringen (zoals WW en Ziektewet) te betalen.
Duidelijke voordelen
Werken met AOW-gerechtigde uitzendkrachten biedt dus duidelijke voordelen: ervaren krachten kunnen langer beschikbaar blijven voor de arbeidsmarkt, terwijl de financiële en administratieve lasten voor het uitzendbureau lager zijn.
Lees meer op de website van NBBU
Lees ook: Bedrijfsnaamfraude groeit: zo beschermen ondernemers zich volgens KvK