“Het is niet de vraag of, maar wanneer de zware correctie gaat plaatsvinden”

0

2025 was voor de Nederlandse flexbranche geen jaar om de vlag uit te hangen. De economie groeide bescheiden, maar uitzenders en detacheerders voelden vooral tegenwind. Wat brengt 2026? Met Katinka Jongkind, sectoreconoom bij ING Research, en Han Mesters, sector banker bij ABN AMRO, blikken we terug en vooruit.

Het aantal uitzenduren daalde in de eerste drie kwartalen van 2025 met vijf procent, terwijl de omzet onveranderd bleef, ziet Jongkind. “Naar verwachting is de bodem dit jaar wel bereikt. De vraag zal de komende maanden enigszins aantrekken.” 

Aanhoudende storm

Dat ‘enigszins’ is veelzeggend. De sector krabbelt op, maar voorzichtig. Mesters sprak vorig jaar over ‘een storm waarin de Nederlandse flexmarkt zich bevindt. Daarin lopen een heleboel zaken door elkaar’. “De storm van vorig jaar is niet voorbij. We zitten nog steeds in een scenario van geopolitieke escalatie en economische tegenwind.” Hij wijst op de oorlog in Oekraïne, spanningen rond China en de politieke onzekerheid in Nederland. “Economische activiteit is een reflectie van iets anders. Als je naar de geopolitiek kijkt, zie je dat bedrijven terughoudend blijven.” 

Afwachtendheid

Aan het begin van 2025 was er hoop op herstel. ING voorspelde een volumegroei van anderhalf procent, maar die bleef uit. “Bedrijven zijn afwachtend met investeren”, legt Jongkind uit. “Ze wachten op duidelijkheid over de gevolgen van de verkiezingen, geopolitieke spanningen en wetgeving. Als bedrijven niet investeren, hebben ze ook geen extra mensen nodig.” 

Mesters vult aan: “Grote bedrijven hebben kostenbesparingen doorgevoerd en zelfs ‘gated hiring’ ingesteld: geen nieuwe mensen aannemen. Dat raakt uitzenders direct. De flexbranche is immers conjunctuurgevoelig: zodra bedrijven op de rem trappen, is flexinhuur vaak het eerste dat sneuvelt.” 

Lees ook: ‘Buitenlandse werknemer heeft 64 procent meer kans op bedrijfsongeluk’

Onzekerheid als constante factor

Beide experts benadrukken dat onzekerheid hét thema van 2025 was – en blijft. “De kans dat er een zware correctie komt, een dotcom-achtige AI-crisis, is niet een kwestie van ‘of’, maar de vraag is wanneer het gaat plaatsvinden”, waarschuwt Mesters. Hij ziet parallellen met het jaar 2000: “Er wordt honderden miljarden geïnvesteerd in AI, maar het rendement is teleurstellend. Als die bubbel knapt, krijgen grote bedrijven een tik en zetten ze nóg harder de rem erop.” 

Jongkind ziet dezelfde voorzichtigheid bij ondernemers: “Ze weten niet welke kant het opgaat. Geopolitiek, economie, wetgeving – alles speelt tegelijk.” Toch is er een nuance: juist in tijden van onzekerheid kan flex aantrekkelijk zijn. “Als bedrijven twijfelen over vaste contracten, kiezen ze eerder voor uitzenden of detacheren”, zegt Mesters. “Dat is het positieve nieuws.” 

Bepalende factor

Naast geopolitiek is wetgeving een bepalende factor. “De wet ‘Meer zekerheid flexwerkers’ gaat per 1 juli 2026 in”, vertelt Jongkind. “Uitzendkrachten krijgen dezelfde rechten qua arbeidsvoorwaarden als vaste medewerkers. Voor uitzendkrachten prettig, voor inlenende bedrijven minder: het maakt flex duurder en minder flexibel.” 

Mesters wijst op een ander dossier: “De nieuwe ABU-cao per 1 januari 2026 is complex. Gelijkwaardig belonen, compliance – het is vergelijkbaar met de impact van de WAB in 2020.” Daarbovenop komt de Wet Toezicht Terbeschikkingstelling Arbeid (WTTA), een vergunningenstelsel dat waarschijnlijk in 2028 ingaat. “Zorg dat je SNA-gecertificeerd bent”, adviseert hij. “Dat is een opstap naar WTTA-certificering. Er is onvoldoende capaciteit om alle bedrijven op tijd te certificeren. Wie te laat begint, loopt het risico straks niet meer te mogen uitzenden.” 

Jongkind ziet ook kansen: “De hernieuwde controle op schijnzelfstandigheid kan gunstig uitpakken voor uitzenders en detacheerders. Werk dat eerst door zzp’ers werd gedaan, verschuift mogelijk naar flex. Al zien we dat in de cijfers nog niet direct terug.” 

Krapte en mismatch

Krapte op de arbeidsmarkt blijft een probleem. Jongkind: “Vijftig procent van de flexbedrijven heeft nog steeds moeite om mensen te vinden. Daarnaast is er een mismatch: vacatures en kandidaten sluiten niet op elkaar aan. Vacatures in techniek en zorg blijven moeilijk te vervullen, terwijl er overschotten ontstaan in administratieve functies. Dat remt groei, zelfs als de vraag aantrekt.” 

Mesters ziet een extra dimensie: defensie-investeringen in Europa. “Duitsland pompt miljarden in defensie. Dat redt hun economie, maar vergroot de krapte. Ze hebben mensen nodig en die zijn er niet. Dat drukt ook op onze arbeidsmarkt.” 

“Voor het eerst ontstaan overschotten bij programmeurs”

Bedreiging en kans

AI is zonder enige twijfel een gamechanger. Ook voor flexondernemers. Maar deze technologische revolutie is niet zonder risico’s. “AI kan de intermediaire rol van uitzenders deels overnemen”, zegt Jongkind. “Vraag en aanbod bij elkaar brengen kan straks digitaal. Automatisering is een must.” Tegelijkertijd biedt AI kansen: “Administratieve lasten verdwijnen, processen worden efficiënter.” 

Mesters ziet ook schaduwzijden: “AI slokt banen op, vooral in IT. Voor het eerst ontstaan overschotten bij programmeurs.” Toch gelooft hij in menselijk contact: “Sommige ondernemers investeren juist in face-to-face. Mensen willen veiligheid, geen chatbot die net niet het goede antwoord geeft.” 

Beide experts zijn het eens: wie AI negeert, verliest. “Je moet eerst automatiseren om AI te kunnen inzetten”, benadrukt Jongkind. “Bedrijven die dat doen, hebben een concurrentievoordeel.” 

Herzie contractvormen

De storm is nog altijd niet gaan liggen, concludeerde Mesters al. Hoe ga je hier als flexbedrijf mee om? De sector banker bij ABN AMRO heeft een aantal adviezen: “Herzie contractvormen. Veel detacheerders hebben mensen in vaste dienst genomen door schaarste. Dat kan gevaarlijk zijn als de markt omslaat. Kies stabiele eindmarkten. Healthcare, food en agrarisch zijn minder cyclisch dan industrie of transport. En tot slot: Diversifieer diensten. Als uitzenden moeilijk is, kijk naar payrolling of minder risicovolle detachering.” 

Jongkind ziet een bredere beweging: “Flexbedrijven moeten zich herpositioneren. Van bemiddeling naar HR-dienstverlening. Door opleidingen en loopbaanadvies aan te bieden, verklein je de mismatch en creëer je extra toegevoegde waarde. Je blijft op die manier ook relevant.” 

2026 en verder

Wat brengt 2026? ING verwacht een volumegroei van anderhalf procent. “Geen spectaculaire groei, maar wel het einde van de krimp”, zegt Jongkind. ABN AMRO is voorzichtiger: rond de nullijn. “Het hangt af van geopolitiek en investeringen”, nuanceert Mesters. “En van die AI-bubbel. Als die knapt, krijgen we een correctie.” 

Beide experts benadrukken dat trends niet verdwijnen na 2026. “Wetgeving, krapte en AI blijven jaren doorwerken”, zegt Jongkind. Mesters voegt toe: “Flexbedrijven moeten wendbaar blijven. De storm is niet voorbij.” 

Nu handelen

2025 was een jaar van kwakkelen, 2026 belooft voorzichtig herstel. Maar de uitdagingen zijn groot: strengere wetgeving, structurele krapte, technologische disruptie en geopolitieke onzekerheid. De boodschap van beide banken is helder: flexbedrijven moeten nu handelen. Investeer in digitalisering, bereid je voor op wetgeving, herpositioneer je strategie. “Wie nu niet handelt, loopt het risico straks buitenspel te staan”, waarschuwen Jongkind en Mesters. 

Lees ook: Van Nieuwamerongen over opbouw Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt:
 “Laat je niet overvallen door de WTTA”

Over Auteur

Reageren is niet mogelijk.