Hof: verkeerde informatie over WW-uitkering kost uitzendbureau ruim 44.000 euro

0

Een uitzendbureau dat een zieke werknemer onjuist informeert over de gevolgen van een vaststellingsovereenkomst voor zijn uitkeringsrechten, kan daarvoor een hoge prijs betalen. Het gerechtshof Den Haag oordeelde dat het uitzendbureau een werknemer door onjuiste informatie en de wijze waarop de overeenkomst tot stand kwam op het verkeerde been heeft gezet. De werkgever moet daarom in totaal ruim 44.000 euro betalen. Dat meldt vakplatform PW.

Keuze tussen ontslag en vaststellingsovereenkomst

De zaak draait om een afwasser die sinds 2015 via een uitzendbureau werkzaam was bij een restaurant. Nadat hij zich in 2024 ziek had gemeld vanwege rugklachten, ontstond bij het uitzendbureau twijfel over de mate van zijn arbeidsongeschiktheid. Daarop werd een recherchebureau ingeschakeld om de werknemer te observeren.

Tijdens een gesprek in november 2024 werd de werknemer geconfronteerd met de onderzoeksbevindingen. Hij kreeg vervolgens de keuze tussen ontslag op staande voet of het ondertekenen van een vaststellingsovereenkomst. Volgens PW werd hem daarbij verteld dat hij bij ondertekening in aanmerking zou komen voor een WW-uitkering.

Onjuiste informatie over uitkeringsrechten

Na ondertekening van de vaststellingsovereenkomst wees UWV de aanvraag voor een WW-uitkering af. Volgens arbeidsrechtadvocaat Pascal Willems, die de uitspraak voor PW duidt, kan UWV in situaties waarin een werknemer tijdens ziekte meewerkt aan het beëindigen van de arbeidsovereenkomst ook besluiten een Ziektewetuitkering te weigeren wegens een zogenoemde benadelingshandeling.

De werknemer stelde vervolgens dat hij de overeenkomst nooit zou hebben getekend als hij correct was geïnformeerd over de gevolgen voor zijn uitkeringsrechten.

Hof: sprake van dwaling

Waar de kantonrechter de werknemer eerder nog in het ongelijk stelde, kwam het gerechtshof Den Haag tot een ander oordeel. Volgens het hof is de vaststellingsovereenkomst onder invloed van dwaling tot stand gekomen.

Het hof oordeelde dat het uitzendbureau en de aanwezige advocaat hadden moeten weten dat een zieke werknemer die instemt met beëindiging van zijn dienstverband niet zonder meer recht heeft op een WW-uitkering. Door de werknemer hierover onjuist of onvolledig te informeren, is volgens het hof een onjuiste voorstelling van zaken ontstaan.

Ook woog mee dat de werknemer tegenover drie vertegenwoordigers van de werkgever zat, afhankelijk was van een telefonische tolk en geen gelegenheid had gekregen om vooraf juridisch advies in te winnen. Volgens het hof stond hij daardoor onder aanzienlijke druk.

Werkgever had andere stappen kunnen zetten

Daarnaast benadrukte het hof dat een werkgever niet zelf mag beoordelen of een werknemer daadwerkelijk arbeidsongeschikt is. Als een werkgever twijfelt aan een ziekmelding, kan hij een herbeoordeling of deskundigenoordeel aanvragen in plaats van zelf conclusies te trekken op basis van observaties.

Volgens het hof had de werkgever daarnaast minder ingrijpende arbeidsrechtelijke maatregelen kunnen overwegen, zoals het tijdelijk opschorten van het loon.

Billijke vergoeding en transitievergoeding

Het hof veroordeelde het uitzendbureau tot betaling van een billijke vergoeding van 32.782 euro en een transitievergoeding van 7.427 euro. Inclusief de proceskosten komt het totaal uit op 44.761 euro.

Lees ook: Steeds meer mensen moeten langer dan zes maanden wachten
 op arbeidsongeschiktheidsuitkering

Over Auteur

Redacteur Flexmarkt

Reageren is niet mogelijk.