Steeds meer mensen moeten langer wachten op een beoordeling voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Volgens nieuwe cijfers van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wachtten medio 2026 ruim 11.000 mensen langer dan zes maanden op een beoordeling. Eind 2025 ging het nog om 7.900 personen.
De oplopende achterstanden hangen volgens het kabinet onder meer samen met de tijd die nodig is om veranderingen binnen UWV door te voeren. Vooral bij de beoordeling van WIA-aanvragen blijft de druk groot.
Achterstanden blijven toenemen
Minister Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid noemt de groeiende achterstanden zorgelijk. Hoewel UWV maatregelen neemt om de uitvoering te verbeteren, verwacht het kabinet niet dat de problemen op korte termijn verdwijnen. Voor de WIA voorziet UWV dat de achterstanden de komende jaren verder kunnen oplopen. Volgens de huidige prognoses kan het aantal openstaande beoordelingen in 2030 uitkomen tussen de 100.000 en 150.000. Bij de Wajong is het beeld gunstiger. Daar nemen de achterstanden af en verwacht UWV dat de huidige achterstand eind 2026 is verdwenen.
Meer beoordelingen met dezelfde capaciteit
Om de wachttijden terug te dringen, worden meer taken van verzekeringsartsen overgedragen aan andere medewerkers. Het kabinet verwacht dat hierdoor met hetzelfde aantal verzekeringsartsen meer beoordelingen kunnen worden uitgevoerd. Daarnaast wil het kabinet inhoudelijke eisen gaan stellen aan verzoeken voor herbeoordelingen. Daarmee moet de werklast voor UWV worden beperkt. Tegelijkertijd werkt UWV aan een bredere organisatie- en cultuurverandering. Daarbij ligt de nadruk op het verbeteren van de dienstverlening en het verder uniformeren van werkprocessen tussen verschillende regio’s.
Lees ook: Derde kwartaal op rij meer flexwerkers
Herbeoordelingen voorlopig op lager pitje
Vanwege de hoge werkdruk blijft UWV zich de komende periode vooral richten op nieuwe WIA- en Wajong-aanvragen. Herbeoordelingen vinden in principe alleen plaats wanneer sprake is van een medisch of financieel schrijnende situatie. Volgens de minister is deze prioritering nodig om de beschikbare capaciteit zo effectief mogelijk in te zetten.
Minder fouten bij berekening uitkeringen
Tegelijkertijd meldt het ministerie dat UWV minder fouten maakt bij het vaststellen van daglonen, die de hoogte van uitkeringen bepalen. Tussen 2020 en 2024 werd in gemiddeld 12,5 procent van de gevallen een fout gemaakt bij de berekening van het dagloon. In 2025 daalde dat percentage naar gemiddeld 3 procent. Ter vergelijking: vóór 2020 lag het foutpercentage rond de 5 procent.
Op basis van deze verbetering heeft de minister besloten de lopende herstelactie voor dagloonfouten niet verder uit te breiden. Wel wordt een bestaande herstelactie rond zogenoemde loonloze tijdvakken uitgebreid naar gevallen waarbij het dagloon vóór 4 augustus 2025 is vastgesteld.
Ook minder fouten in WIA-besluiten
Volgens het ministerie is daarnaast het aantal onjuiste WIA-besluiten afgenomen. Begin 2025 lag het foutpercentage nog op 11,5 procent. In het laatste kwartaal van 2025 was dat gedaald naar 8,3 procent.
Hoewel de kwaliteit van de uitvoering op onderdelen verbetert, benadrukt de minister dat de structurele problemen binnen het arbeidsongeschiktheidsstelsel daarmee niet zijn opgelost. Volgens hem zijn verdere gesprekken met werkgevers en vakbonden nodig om te komen tot een regeling die beter uitvoerbaar is voor UWV.
Lees ook: UWV: voegers, dierenartsassistenten en budgetconsulenten steeds kansrijker