“Flexbranche heeft geen behoefte aan nieuwe regels, alle ballen op de handhaving”

0

De arbeidsmarkt staat onder druk, de politiek is versplinterd en de flexbranche ligt onder een vergrootglas. Mooier kunnen we het beeld niet schetsen. Aart van der Gaag, voormalig directeur en voorzitter van de ABU en commissaris 100.000 banen bij VNO-NCW / MKB Nederland, kijkt kritisch naar de markt en is hoopvol tegelijk. Zijn boodschap is helder: “Stop met het stapelen van beleid en regelgeving en richt je op de uitvoering. Want daar, in de praktijk, wordt het verschil gemaakt.” 

Toen Van der Gaag in juni 2024 afscheid nam van zijn rol als aanjager van de Banenafspraak, was een feestelijk afscheid niet nodig. “Ik heb al vaak genoeg afscheid genomen”, zegt hij. Maar hij wilde zijn kennis niet laten verdampen. “Er zit iets in mij dat het op schrift wil stellen. Vooral om duidelijk te maken waarom arbeidsmarktprojecten kunnen lukken – en waarom ze zo vaak falen.”  

Successen en mislukkingen

Het boek dat hij schreef op uitnodiging van VNO-NCW en MKB-Nederland, getiteld Zonder werk vaart niemand wel, is geen droge beleidsanalyse. “Het is een reis door de polder, langs successen en mislukkingen, langs mensen die het verschil maken. Ik ben lang niet overtuigd geweest van mijn eigen boek”, bekent hij. “Maar door de reacties begin ik dat toch te worden.” 

Van der Gaag ziet een structurele kloof tussen beleid en uitvoering. Hij spreekt uit ervaring: “Ministeries bedenken regels die vaak niet uitvoerbaar zijn. Ze toetsen of het UWV en de Belastingdienst het kunnen uitvoeren, maar trekken zich daar vervolgens met regelmaat niets van aan.” Hij noemt het voorbeeld van de loonwaardemeting binnen de Banenafspraak. “Zes organisaties maten de eerste jaren de productiviteit van mensen met een arbeidsbeperking, allemaal met een eigen systeem. Dat leidde tot absurde verschillen en een schijnnauwkeurigheid. Terwijl werkgevers prima zelf kunnen inschatten wat iemand bijdraagt. Nog beter is het als iedereen vijftig procent forfaitaire subsidie zou krijgen. Dat is efficiënter en effectiever.” 

Diepgeworteld probleem

Volgens Van der Gaag is het probleem diepgeworteld. “De Algemene Bestuursdienst zorgt ervoor dat directeuren elke vier jaar wisselen. Ze zijn procesmanagers geworden, zonder vakkennis. En hun assistenten doen mee aan dat roulatiecircus. De kennis op ministeries is zwak.” 

Die zwakke kennis leidt tot wat Van der Gaag ‘symboolpolitiek’ noemt. “Bij elke misstand op de arbeidsmarkt en in de flexmarkt wordt er een nieuwe maatregel bedacht. Terwijl de bestaande regels prima zijn – ze worden alleen niet gehandhaafd.” 

Lees ook: Werkelijke omvang arbeidsmigratie veel groter dan officiële cijfers:
 1,7 miljoen buitenlandse werknemers in Nederland

Echte misstanden

Van der Gaag is zeer kritisch op de politiek: “Ze doen alsof uitzenden het probleem is, terwijl dat nog geen tien procent van de flexmarkt beslaat. De echte misstanden zitten bij schimmige constructies, onderaanneming, nulurencontracten en ongeorganiseerde zzp’ers. Maar daar durft men niet aan te beginnen. Het gevolg? De nette uitzenders worden opgezadeld met nog meer regels. Terwijl de boeven buiten schot blijven.” 

Uitzenden als oplossing, niet als probleem

Van der Gaag heeft een lange geschiedenis in de uitzendbranche. Als directeur bij Start Uitzendbureau, nu USG Start People, en later bij Vedior zag hij hoe uitzenden mensen aan een vaste baan hielp. “Uitzenden was het middel om op de arbeidsmarkt te komen.” Hij pleit voor een herwaardering van de sector. “Laat zien wat je betekent voor mensen uit kwetsbare doelgroepen. In de banenafspraak zijn uitzenders niet erg meegevallen. Daar ligt een kans om het beter te doen.” 

Volgens Van der Gaag is het waterbedeffect reëel: “Als je uitzenden onmogelijk maakt, verschuift het naar minder gereguleerde vormen van flex. Dan wordt het alleen maar slechter.” 

Het boek dat Van der Gaag schreef op uitnodiging van VNO-NCW en MKB-Nederland, getiteld Zonder werk vaart niemand wel, is geen droge beleidsanalyse.

Zwolle als voorbeeldregio

Van der Gaag is, als voorbeeld, vol lof over de regio Zwolle. “Daar werken de netwerken goed. Mensen kennen elkaar, vertrouwen elkaar. Het werkgevershuis functioneert uitstekend. En er zijn goede werkgevers, zoals Scania, de distributiecentra van PostNL en Albert Heijn en nog veel meer.” 

Hij noemt Anne Marie Eleveld, productgroepmanager werkgeversdienstverlening en samenwerking partners bij het UWV en voorheen manager werkgeversdiensten UWV WERKbedrijf / Werkgeversservicepunt Regio Zwolle, als voorbeeld: “Zij had het daar gewoon ongelooflijk goed voor elkaar. Ze wist hoe de hazen liepen.” Volgens Van der Gaag is het verschil met het westen van Nederland groot. “In Zwolle merk je dat het werkt.” 

Einde zachte landing handhaving op schijnzelfstandigheid(?)

De kracht van de uitvoerder

Wat maakt het verschil? Van der Gaag: “Niet de regels, maar de mensen. Als er ter plekke toevallig een goede uitvoerder zit, dan gaat het lopen. Ik heb vestigingen gezien die het fantastisch deden in een slechte markt. En anderen die faalden in een goede markt. Het ligt vaak niet aan de markt, maar aan de mens.” Hij pleit voor meer vertrouwen in uitvoerders. “Geef ze ruimte. Zorg dat ze de capaciteit en de drive hebben. Dan gebeurt er iets.” 

Misstanden bepalen het beeld

Van der Gaag die na zijn vertrek bij VNO-NCW en MKB-Nederland voor zichzelf als adviseur aan de slag ging, is zeer uitgesproken als het gaat over de perceptie van de flexbranche. “Ik erger me dood dat bij uitzenden alleen de misstanden het beeld bepalen. Zelfs bij ministers die beter zouden moeten weten.” 

Hij noemt het voorbeeld van de commissie Roemer. “Die stelde maatregelen voor die deels allang mogelijk waren. Maar Nederland is slecht in handhaven. Dus bij elke misstand komt er een nieuwe regeling, terwijl het probleem elders ligt.” 

Lees ook: Nieuwe uitzend-cao: ‘Maak het voor de inlener zo makkelijk mogelijk’ 

Strakke richtlijnen

Volgens Aart is het beeld van uitzenders scheef. “De ABU en NBBU hebben strakke richtlijnen. Certificering, cao’s, sociale zekerheid – het is allemaal geregeld. Maar bij een misstand wordt de hele branche veroordeeld.”

Ga handhaven

Van der Gaag is duidelijk wat er moet gebeuren om de perceptie van de flexbranche te doen keren. “Den Haag moet stoppen met maken van nieuwe regels. Wat er ligt is goed genoeg. Alleen, handhaaf het. Versterk de uitvoering. Sorry voor de mensen die er zitten, maar het aantal beleidsmedewerkers moet omlaag. Daar tegenover staat dat er meer handhavers moeten komen.” 

“Laat de sector zelf ook het goede voorbeeld geven”, vervolgt Van der Gaag. “Laat zien wat uitzenden betekent voor mensen. Zoek daarbij de politiek op, werk men hen samen, maar wees ook kritisch. Lobbyen is niet vies. Je kunt ook lobbyen voor het goede.” Daarnaast pleit hij voor een herwaardering van de rol van uitzenders. “Geef ze hun rol terug. Niet als probleem, maar als oplossing. Dan komt er weer beweging in de arbeidsmarkt.” 

Geen pessimist

Ondanks zijn kritische toon is Van der Gaag geen pessimist. “Het is een optimistisch boek”, benadrukt hij. “Er lopen overal fantastische mensen rond die het gewoon doen. In bedrijven, bij de overheid, in de politiek. Je mag vinden wat je vindt van NSC, ik stemde er echt niet op, maar Pieter Omtzigt had wel verstand van uitvoering. Hij wist hoe het bij het UWV en de Belastingdienst zit. En voor heel Den Haag geldt: Een paar goede ministers, een paar Kamerleden op de juiste plek – dan kan het kantelen. Maar het systeem is taai.” 

Het boek Zonder werk vaart niemand wel is overal te koop en gedrukt bij een sociale onderneming: printplezier in Delft. 

td style=”padding: 30px; border: 1px solid #f0ebeb;” valign=”top”>


TWEE KEER PER WEEK

Flexmarkt Nieuwsbrief

Het laatste nieuws over de flexbranche en de best gelezen artikelen.

 

Over Auteur

Redacteur Flexmarkt

Reageren is niet mogelijk.