In een lastige markt is het Brabantse Please doorgegroeid van 97 miljoen euro omzet naar 110 miljoen. “Werkgeverschap is een vak apart. Niemand kiest ervoor om werkgever te worden”, aldus commercieel directeur Jad Berad.
De groei van omzet van Please ‘is niet verkeerd’, zegt commercieel directeur Jad Berad. “Maar omzet zegt natuurlijk niet alles. Uiteindelijk gaat het om de brutomarge en ook bij ons staat die wel degelijk onder druk.” Het is moeilijker die marge te halen en dat heeft deels te maken met de kostenstijging van klanten in het algemeen, door cao-wijzigingen bijvoorbeeld. Maar ook de mate waarin je allerlei zaken wel of niet doorberekent naar de klant. “Je wil wel scherp blijven en jezelf uitdagen om efficiënt te blijven nadenken over je eigen kostenstructuur en dergelijke.”
De uitdaging zit in de stijging van kosten over de hele linie. “Dat geldt voor iedere mkb’er. Dus wij hebben er intern mee te maken, maar onze opdrachtgevers net zo goed.” Neem de personeelskosten. “Aan goede mensen wordt getrokken”, aldus Berad. “Maar daarin laten wij ons niet gijzelen, want ik heb altijd één stelregel: loyaliteit moet je belonen. En je moet niet de indruk wekken dat als iemand dreigt met een stap, dat je dan pas over de brug komt. Ik verras mensen graag op basis van hun loyaliteit en prestaties. Maar dat betekent wel dat je ook mee moet met de markt.”
Please
Het Brabantse Please telt bijna 100 mensen intern: 65 bij Please en zo’n 30 mensen werken onder het op zichzelf staande label Please HR-professionals. Please werkt voor ongeveer 800 klanten in Nederland, in diverse sectoren van beveiliging tot retail.
De groei van de afgelopen jaren ziet hij als bevestiging van de ingezette koers van traditionele payroller naar full hr-dienstverlener. “Een mkb’er moet niet te veel loketten hebben, zodat ze de focus op hun core business kunnen leggen. Alles wat daarvan afleidt moeten ze kunnen beleggen bij zo min mogelijk partners.” HR is enorm versplinterd, ziet hij. “In HR heb je iemand voor software, voor loonstroken en weer een ander voor je planningstool en HR-data. Eén van de pijlers waar wij op hebben ingestoken is alles onder één dak te positioneren.”
Prioriteit van Please
De prioriteit bij Please ligt bij het eigen digitale platform. Het twaalfkoppige softwareteam ‘schrijft alles zelf’. “In het verleden was dat vooral intern gericht. Repeterend en handmatig werk is foutgevoelig, dus die zaken hebben we allereerst geautomatiseerd. Op die manier draaien we nu met 4,5 fte zo’n 13.000 medewerkers op de loonlijst, binnen 150 cao’s met 4 verloningsmomenten.”
Inmiddels richt Please de digitalisering meer naar buiten, met onder meer een platform waar opdrachtgevers en werknemers al hun zaken kunnen inzien. “Alle losse stationnetjes waarmee een ondernemer heeft te dealen, zitten hier digitaal onder één dak.” Door mee te groeien in de fase waarin de ondernemer zich bevindt, maakt Please zich in zowel dienstverlening als service meer en langer relevant, aldus Berad.
Een apart label
Met de start van een apart label voor HR-professionals in 2023 is het dienstenpalet verbreed. Naast de 65 interne medewerkers heeft Please onder dat label circa dertig HR-professionals uit hun community aangenomen. “Vanuit marketing zetten we dat neer als één gezicht. Veel van onze klanten zijn te klein om een HR-professional aan te nemen en te groot om HR te negeren, dus dan vliegen wij onze HR-professionals in. Maar ook grotere klanten die behoefte hebben aan een blik naar buiten en nieuwe expertise kunnen er gebruik van maken. Als dat samenvalt met de behoefte aan een tijdelijke kracht, zie je mooie kruisbestuiving.”
“Dat Please kan groeien heeft ook heel erg te maken met de toegenomen regeldruk voor ondernemers”, zegt Berad. “Dat maakt dat wij alleen maar relevanter worden in de jungle van werkgevend Nederland.” De behoefte aan kennis en kunde is groot in de huidige markt. Die staat zoals gezegd onder druk door de enorme kostenstijgingen. “Gecombineerd met vraagstukken op het gebied van personeel – de schaarste en de veranderde work-life balance waardoor parttime veel vaker voorkomt – dan hebben onze klanten met flinke uitdagingen te dealen.”
Juiste service is key
De juiste service is dan key, zegt Berad. Dat betekent direct en persoonlijk contact. “Een ondernemer wil niet altijd op een platform moeten zoeken of een ticket insturen om geholpen te worden. Die wil bellen met een vast contactpersoon. En daarnaast een platform dat veel tijdwinst oplevert. Dat is voor ons de gouden combinatie gebleken, even los van de kennis en kunde en de goede naam die we in de markt hebben.”
Over de impact van AI zegt Berad dat hij ‘niet de illusie heeft’ dat AI personeel gaat vervangen. Maar tegelijkertijd ziet hij ook dat AI zich snel ontwikkelt en hij wil niet de boot missen. “We zetten het intern in op het vlak van marketing en automatisering. Ook zijn we met projectgroepen aan het onderzoeken hoe we AI verder kunnen implementeren, op een gezonde manier. Dus niet om kosten te besparen, maar om je organisatie te verrijken. Bijvoorbeeld om Please 24 uur open te laten zijn. Op het moment dat je met 150 verschillende cao’s werkt, zijn er altijd klanten die open zijn als wij gesloten zijn. Een interessante vraag is dan hoe je ervoor kunt zorgen 24 uur open te zijn en daarmee je servicelevel te verhogen. Je kunt wel mensen in ploegendiensten laten werken, maar dat is niet meer van deze tijd.”
Het ultieme doel is code schrijven, zegt Berad. Maar daar is Please nog zeker niet. “We kijken nu vooral naar details in voorwerk, het verzamelen van ideeën en het scrapen van internet naar AI.”
“Niemand zegt: ‘ik wil werkgever worden’”
Investeren in kwaliteit is het allerbelangrijkste in deze markt, stelt Berad. Hij ziet ‘veel onwetendheid bij wat er komt kijken bij werkgeverschap’. “Dat is logisch: een horecaondernemer start een horecazaak met de gedachte dat hij iets beter of anders kan dan een ander en vervolgens wordt hij geconfronteerd met werkgeverschap. Dat was nooit de droom van een ondernemer. Niemand zegt: ‘ik wil werkgever worden’. Altijd gedoe met verzuim en contracten.”
“Werkgeverschap is een vak apart. En in het land der blinden is één oog koning. Ik merk vaak in trajecten dat er heel veel verkeerde informatie wordt gedeeld. Zowel juridisch en arbeidsrechtelijk, maar ook cao-technisch. En dan ligt de bewijslast bij ons als partner. Wat ik niet erg vind, want als wij dan wel kwaliteit leveren, krijgen wij een goede naam in de markt. Je ziet dat dat zich op de lange termijn terugbetaalt.”
Groot genoeg voor iedereen
De markt is groot genoeg voor iedereen om een punt van de taart te pakken. “Maar laten we vooral met elkaar afspreken dat we dat kwalitatief doen, vanuit krachtig werkgeverschap”, zegt Berad. “Dat is meer dan aandacht geven en een leuk salaris en een leuke werkplek bieden. Dat is ook dat jij de cao en al het arbeidsrechtelijke eromheen goed toepast.” Vaak laten ondernemers onbewust steken vallen. “Dan denk ik: schoenmaker blijf bij je leest. Zoek gewoon een aantal partners om je heen die jou krachtig helpen bij het ‘werkgeven’, die dus goed en snel acteren en op de hoogte zijn van nieuwe ontwikkelingen.”
De grootste werkgeverspartner van mkb-Nederland worden, dat is de ambitie voor de komende vijf jaar. “Middels een persoonlijke klantbenadering en een one-stop-shop digitaal platform”, aldus Berad. “Net als je op financieel vlak één partner hebt, zijn wij dat op de HR-vlak.”
Payroll trekt aan
Berad ziet payroll, waarbij juridisch het werkgeverschap wordt overgenomen, groeien. “In de transitie van zzp-schap naar loondienst, als gevolg van de wet DBA, zag je dat veel intermediairs – uitzendbureaus, detacheerders, enzovoort – niet gewend waren medewerkers in loondienst te hebben. Dat zag je bijvoorbeeld vorig jaar in de zorg.”
Omdat hij toevallig zelf een achtergrond heeft als intermediair ging Berad zelf met ondernemers om de tafel. “In plaats van doorgaan met zzp’ers heb ik ze geadviseerd om de markt te ontsluiten voor uitzendkrachten. Omdat veel zzp’ers helemaal niet in loondienst willen en er andersom ook veel mensen geen zzp’er willen zijn. Voor die groep zijn wij dan de backoffice-partner en dat gaat hard. Daar zit ook een stuk van onze groei.”