Angelique Perdaems: “‘Zelfstandige, tenzij’: belofte of boemerang?”

0

“De huidige minister van Werk en Participatie, de heer Aartsen, heeft een duidelijke koers voor ogen voor wat betreft de omgang met zelfstandigen. Waar hij vasthoudt aan de wens om schijnzelfstandigheid aan te pakken, wil hij aan de andere kant de ruimte bieden aan zelfstandigen en opdrachtgevers om in die hoedanigheid te blijven werken.

Zolang dat maar conform wet- en regelgeving gebeurt. De belangrijkste pijler voor de minister is de invoering van de Zelfstandigenwet. Dit oorspronkelijke initiatiefwetsvoorstel vanuit de Tweede Kamer, waar Aartsen destijds als Kamerlid zelf aan meewerkte, wordt als leidraad genomen voor de nieuwe Zelfstandigenwet waar het kabinet zo snel mogelijk mee aan de slag wil.[1] Met deze wet moet het principe van ‘werknemer, tenzij’ worden vervangen door ‘zelfstandige, tenzij’.[2]”

Angelique Perdaems deelt haar expertise in jurisprudentie via columns voor Flexmarkt.

“De invoering van de Zelfstandigenwet en daarnaast onder meer het invoeren van een rechtsvermoeden dat sprake is van een arbeidsovereenkomst[3] moet volgens de minister voor meer rust en duidelijkheid onder zelfstandigen zorgen. Deze combinatie moet zoveel mogelijk duidelijkheid aan de voorkant bieden. Het kabinet wil daarbij met de Zelfstandigenwet – ingegeven vanuit een liberaal gedachtegoed – zowel verantwoordelijkheid bij de opdrachtgever als de zelfstandige neerleggen.[4] Zo is het volgens het kabinet de zelfstandige zelf die het beste, alle opdrachten overziend, kan beoordelen of sprake is van (extern) ondernemerschap.[5] En dit is één van de Deliveroo-gezichtspunten[6] die naar huidig recht meegenomen moeten worden in de holistische benadering of wel of geen sprake is van zelfstandigheid.[7]”

Voorwaarden van de toets

“In het initiatiefwetsvoorstel komt het gezichtspunt van extern ondernemerschap met name terug in de zogenaamde zelfstandigentoets. De voorwaarden uit deze toets zijn immers:[8]

  • werken voor eigen rekening en risico;
  • een deugdelijke administratie voeren;
  • zich gedragen in het economisch verkeer als zelfstandig ondernemer;
  • een adequate voorziening hebben getroffen tegen het risico van arbeidsongeschiktheid. Zelfstandigen gaan zelf over de invulling hiervan;
  • een proportionele bijdrage voor een voorziening bij pensionering hebben. Het is aan zelfstandigen zelf om dit op hun manier in te vullen.

De vraag is in hoeverre dit deel van het initiatiefwetsvoorstel uiteindelijk exact zal worden overgenomen in de definitieve Zelfstandigenwet, nu de minister heeft aangegeven het initiatiefwetsvoorstel slechts als leidraad te gaan gebruiken:

Het initiatiefwetsvoorstel zal als richtlijn dienen. Dat voorziet in een toets van het ondernemerschap van de zelfstandige (heb je meerdere opdrachtgevers, eigen bedrijfsmiddelen, doe je aan klantenwerving?) én van de werkrelatie binnen een opdracht (mag je zelf bepalen hoe je iets doet, liggen de werktijden vast?). Daarnaast maakt het voorstel onderscheid tussen sectoren: in bepaalde branches zal iemand sneller als werknemer worden gezien.

Gedetailleerde vragen over hoe dat precies in zijn werk gaat, houdt Aartsen af. ‘Dat initiatiefwetsvoorstel hebben we als Kamerleden een jaar geleden met veel bloed, zweet en tranen gemaakt. Maar niet met de ambtelijke capaciteit van het ministerie zoals we die nu hebben.’ Een batterij aan ambtenaren en experts kan het wetsvoorstel nu tot in de puntjes voorbereiden. ‘We gaan dit echt grondig doen. Dit moet geen wetsvoorstel worden dat met de helft van de leden plus één door beide Kamers wordt geramd.’[9]

We gaan dit grondig doen

“Zoals uit dit citaat blijkt en ook uit het initiatiefwetsvoorstel[10] blijft het afhankelijk van de feitelijke omstandigheden of sprake is van een dienstverband of van werken als zelfstandige. Hiermee is het de vraag of de Zelfstandigenwet uiteindelijk, met vermoedelijk nog steeds de nodige open normen en een benadering van geval tot geval, de gewenste rust en duidelijkheid zal bieden. Het streven om de zorgen voor naheffingen of boetes weg te nemen dat met het initiatiefwetsvoorstel werd uitgesproken, is dan ook erg ambitieus. Zeker met een Belastingdienst die bepaalde open normen wellicht strikter benadert dan dat zelfstandigen of opdrachtgevers dat zelf doen. Het ondernemerschap is immers onder de huidige wet- en regelgeving al een belangrijke factor bij de beoordeling of sprake is van zelfstandigheid. Dat volgt uit het Uber-arrest van de Hoge Raad[11] en de toepassing daarvan door Hof Amsterdam. Hof Amsterdam oordeelde dat zes chauffeurs die voor Uber werken dat niet doen op basis van een arbeidsovereenkomst.[12] In de fiscaliteit is het ondernemerschap al sinds jaar en dag een belangrijke factor bij de beoordeling of sprake is van zelfstandigheid. Dat is in de recente jurisprudentie bevestigd en dat wordt met de Zelfstandigenwet nog duidelijker.

Minister Aartsen hoopt de uitgewerkte Zelfstandigenwet nog dit jaar naar de Raad van State te sturen.[13] Het huidige streven is dat de wet ingaat op 1 januari 2028.[14] In de tussentijd zal hier nog het nodige over gezegd en geschreven worden. Ook zal de Belastingdienst in de tussentijd niet stil blijven zitten en doorgaan met handhaven op (schijn)zelfstandigheid. Indien u geconfronteerd wordt met een controle door de Belastingdienst, aarzel dan niet om contact met mij op te nemen.”

Lees ook: Duitse grensgemeente dringt aan op strengere Nederlandse regels voor arbeidsmigratie

 

Over Auteur

Redacteur Flexmarkt

Reageren is niet mogelijk.