Peter Loef: “Waarom zou ik nog een kaartje kopen?”

0
“De afgelopen weken hoor ik bij bedrijven steeds vaker dezelfde verzuchting, er komt wel erg veel op ons af. Nieuwe eisen aan huisvesting, de Wet goed Verhuurderschap, de Wet vaste huurcontracten, nieuwe fiscale regels en cao-bepalingen, nieuwe regelgeving van SNF per 1 oktober en binnenkort veranderingen in huurwetgeving.”
Column: Peter Loef
“Ik begrijp die verzuchting. Tegelijkertijd vind ik de conclusie dat er dan maar minder regels moeten komen te gemakkelijk. Veel regels hebben een goede reden. We willen internationale medewerkers fatsoenlijk behandelen, eerlijk veilig en gezond werk bieden, goede huisvesting en misstanden uitbannen.
Sectoren nemen hierin inmiddels zelf verantwoordelijkheid. Kijk bijvoorbeeld naar de glastuinbouw. Daar wordt fors geïnvesteerd in robotisering om de afhankelijkheid van arbeid te verminderen. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan hogere kwaliteitsnormen voor werkgeverschap en inleen van arbeid en aan duurzame inzetbaarheid, zodat mensen kunnen worden opgeleid voor nieuwe functies.
Dat is precies de beweging die we willen, innoveren waar dat kan en de kwaliteit verhogen waar arbeidsmigratie nodig blijft. Maar wanneer ik de ontwikkelingen in samenhang bekijk, zie ik ook een mogelijke perfect storm ontstaan die uiteindelijk tot een race to the bottom kan leiden.”

De pakkans

“Ik moest daaraan denken toen ik onlangs met mijn dochter en haar vriend in Polen in een tram stapte. Mijn Poolse vrouw zei: “Koop alsjeblieft een kaartje, want ze controleren geheid.” Twee haltes later stapten drie imposante mannen in gewone kleding de tram in, controle. Opvallend was dat iedereen keurig een kaartje had, geen zwartrijders.
Een eenvoudig voorbeeld met een belangrijke les. Mensen houden zich niet alleen aan regels omdat die bestaan. Hun gedrag wordt mede bepaald door de kans dat een overtreding wordt ontdekt en consequenties heeft. De perceptie van de pakkans doet ertoe.
In Nederland zie ik in het openbaar vervoer regelmatig mensen op een kleiner station naast mij langs de paal lopen zonder uit te checken. Dan kun je jezelf afvragen, waarom zou ík eigenlijk nog een kaartje kopen?
Mijn morele kompas geeft daarop een duidelijk antwoord. Maar een goed functionerend systeem kan niet uitsluitend afhankelijk zijn van het morele kompas van zijn deelnemers. Precies daar zie ik een parallel met de arbeidsmarkt.”

Flexmarkt Nieuwsbrief

Het laatste nieuws over de flexbranche en de best gelezen artikelen.

De boef gaat zich niet ineens gedragen

“Wanneer misstanden in het nieuws komen, is onze begrijpelijke reflex vaak dat dit niet mag gebeuren en we dus de regels moeten aanscherpen. Maar eerder zou de vraag gesteld moeten worden, waarom hield degene die de misstand veroorzaakte zich niet aan de regels die al bestonden?
Iemand die jarenlang veel geld heeft verdiend door regels bewust te overtreden, denkt bij een nieuwe wettelijke verplichting natuurlijk niet ineens: “Ach, ik heb genoeg verdiend, vanaf morgen ga ik het netjes doen.” Zolang overtreden financieel aantrekkelijk blijft en de ervaren pakkans laag is, bestaat er weinig reden om het gedrag te veranderen. Sterker nog, nieuwe regels kunnen de verhoudingen onbedoeld verder uit elkaar trekken. De bonafide ondernemer investeert in certificering, goede huisvesting, correcte beloning, opleidingen, veilig werk, administratie en naleving. De partij die bewust buiten de regels opereert, maakt die kosten niet zolang hij niet wordt gepakt. Het prijsverschil kan daardoor zelfs groter worden.”

Zonder vraag geen malafide markt

“Daarbij moeten we niet alleen naar de aanbieder kijken. Een malafide markt bestaat nooit alleen uit malafide aanbieders, er is ook vraag.
Opdrachtgevers spelen daarin een cruciale rol. Soms weten zij werkelijk niet wat er achter een extreem lage prijs gebeurt. Maar er kan ook sprake zijn van “strategische onwetendheid”, liever niet precies willen weten hoe zo’n prijs mogelijk is. En er zijn opdrachtgevers die bewust zoeken naar de goedkoopste route.
Wanneer opdrachtgevers, opdrachtnemers, huisvesters en andere partijen binnen min of meer gesloten netwerken zaken met elkaar doen, wordt het voor toezicht en handhaving moeilijk om ertussen te komen. Zeker wanneer betrokken werknemers niet durven te klagen. Ik kijk hier ook met een schuin oog met een beetje zorg ook naar de WTTA. Daarom moeten we bij een verdacht lage prijs ook durven vragen waarom een opdrachtgever denkt dat voor die prijs correcte beloning, fatsoenlijke huisvesting en naleving überhaupt mogelijk zijn.”

Een mogelijke perfect storm

“Daar komt nog iets bij. Nederland is voor internationale werknemers niet vanzelfsprekend meer de aantrekkelijkste bestemming. In landen waar veel internationale medewerkers vandaan komen, stijgen lonen en ontstaan meer mogelijkheden. Mensen hoeven niet altijd meer honderden kilometers van huis om een behoorlijk inkomen te verdienen, dat is positief. Maar mensen met kennis, vakmanschap en voldoende alternatieven kunnen daardoor ook gemakkelijker in eigen land of voor een ander land kiezen waarvan het imago als werk- en verblijfland beter is. Amsterdam zijn aantrekkingskracht heeft ook zijn grenzen.
Het risico bestaat dat juist mensen met minder alternatieven bereid blijven om onder slechtere omstandigheden naar Nederland te komen. Niet omdat zij het probleem zijn, maar omdat hun kwetsbaarheid voor anderen een verdienmodel kan worden.
Dan kunnen ontwikkelingen elkaar versterken, hogere kosten voor bonafide bedrijven, een lage ervaren pakkans voor malafide partijen, opdrachtgevers die goedkope aanbieders een markt bieden én internationale medewerkers die kwetsbaarder zijn voor uitbuiting.
Dat is de voedingsbodem voor een race to the bottom.”
Lees ook: Werkgevers positiever over personeelsgroei in vierde kwartaal

Dit vraagt naast handhaving ook om iets anders

“De oplossing is wat mij betreft niet alleen meer handhavers. We moeten ook meer aan scenariodenken doen, over beleidskolommen heen en in publiek-private samenwerking. Arbeidsmarkt, huisvesting, migratie, economie en toezicht kunnen niet los van elkaar worden bekeken.
Daarbij hebben we de praktijk hard nodig. Betrek ondernemers die opdrachten verliezen aan partijen die de regels aan hun laars lappen. Zij weten hoe constructies werken en regels worden omzeild. Betrek gemeenten en toezichthouders die zien waar handhaving vastloopt. En betrek nadrukkelijk opdrachtgevers. Zij bepalen mede welke markt ontstaat. Plus, pak het rapport van de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen echt op om over het toekomstplaatje van Nederland te praten.
Maar let op, alleen partijen aan één tafel zetten is nog geen publiek-private samenwerking. Mijn ervaring is dat gesprekken tussen vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers gemakkelijk terugvallen in voorspelbare posities. Nog voordat het gesprek goed is begonnen, weten we vaak al welke argumenten over tafel zullen gaan. Vervolgens worden vooral standpunten uitgewisseld die het eigen gelijk ondersteunen. Daarmee missen we de kennis die we nodig hebben.
De interessante vraag is niet wie er gelijk heeft, maar hoe het systeem functioneert en waar de interventieplekken zitten. Hoe verdient een malafide partij zijn geld, waarom kiest een opdrachtgever voor hem, waar loopt handhaving vast en waardoor blijft een internationale medewerker afhankelijk? Die gezamenlijke analyse hebben we nodig voordat we bepalen welke interventie effectief is.
Maar met handhaving en scenariodenken zijn we er ook nog niet.
Het vraagt ook om bestuurlijke daadkracht en bestuurlijke vaardigheid. Daadkracht om op te treden waar regels bewust worden overtreden en ook opdrachtgevers aan te spreken op hun verantwoordelijkheid. Maar minstens zoveel vaardigheid om partijen over de grenzen van hun eigen belang en beleidskolom heen te laten kijken, vaste posities te doorbreken en gezamenlijk te onderzoeken wat maatregelen in de praktijk gaan doen.
Het sectoraal uitzendverbod zou een uitstekende testcase zijn voor zo’n aanpak. Niet alleen kijken naar de juridische maatregel of de beargumentatie dat het in Duitsland werkt, maar vooraf gezamenlijk uitwerken welke gedragseffecten in de Nederlandse praktijk kunnen ontstaan. Anders bestaat het risico dat de maatregel formeel is ingevoerd, maar de positie van de mensen die we willen beschermen nauwelijks verandert.
Dit is geen pleidooi om nieuwe regels tegen te houden. Het is een pleidooi om ervoor te zorgen dat ze werken en van waarde worden.
We mogen de lat voor goed werkgeverschap, goede huisvesting en bescherming van internationale werknemers hoog leggen. Sterker nog, dat moeten we doen. Maar hoe hoger we de lat leggen voor degenen die zich eraan houden, hoe belangrijker het wordt dat we degenen aanpakken die er bewust onderdoor lopen. Want uiteindelijk verandert een regel pas echt iets als hij gedrag verandert. Maar als de perceptie van de pakkans voor degenen die bewust de regels overtreden bijna beneden het vriespunt ligt, moeten we niet verbaasd zijn als steeds meer mensen zich dezelfde vraag gaan stellen als in die tram: “Waarom zou ik eigenlijk nog een kaartje kopen?””
Lees ook: Wies van ’t Slot (365Werk): “Compliance en innovatie: 
De waan van vandaag en de wereld van morgen”

Over Auteur

Redacteur Flexmarkt

Reageren is niet mogelijk.