Koolmees komt met maatregelen tegen contracting

0

Volgens minister Koolmees dreigt contracting het nieuwe ‘laagste putje’ van de arbeidsmarkt te worden. Daarom komt hij met maatregelen die oneigenlijke contracting tegen moeten gaan.

Dat blijkt uit de brief aan de Tweede Kamer die Wouter Koolmees (minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid) op 13 mei jl. schreef .

Koolmees stelt dat hij signalen heeft ontvangen dat vormen van contracting worden gebruikt om te concurreren op loonkosten. Daarmee zouden deze vormen van contracting het ‘laagste putje’ van de arbeidsmarkt dreigen te worden. “Onder meer door de maatregelen op het gebied van payrolling zouden werkgevers in de verleiding kunnen komen om andere wegen te zoeken om te concurreren op arbeidsvoorwaarden, zoals het ontwijken van de cao-voorwaarden via contracting”.

Oneigenlijk gebruik van contracting

Bij contracting worden werkzaamheden uitbesteed aan een ander bedrijf, waarbij het werk wordt uitgevoerd door werknemers in dienst van dat andere bedrijf (opdrachtnemer). De opdrachtnemer heeft leiding en toezicht (gezag) over de werknemers. Hierbij is dus geen sprake van ter beschikking stellen van arbeidskrachten en is de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (WAADI) dus niet van toepassing.
De opdrachtnemer hoeft niet de inlenersbeloning toe te passen, maar moet kijken welke cao van toepassing is. Dit zou volgens Koolmees financieel voordeel opleveren voor de opdrachtnemer, en indirect dus ook voor de opdrachtgever. Als er echter sprake is van legitieme contracting is er niets aan de hand. Maar volgens de minister zijn er ook gevallen van contracting denkbaar die niet gericht zijn op de efficiënte inzet van gespecialiseerd personeel, maar vooral bedoeld lijken om lager loonkosten te realiseren. Zo zouden er bedrijven (opdrachtnemers) zijn die het hoofdzakelijkheidscriterium – meer dan 50% van de arbeidsuren in een bedrijfstak, betekent dat dit onder de werkingssfeer van de cao valt – ontwijken door bedrijfsactiviteiten strategisch over sectoren te verdelen. En als er geen cao geldt, kan contracting dus worden inzetten door loonkosten zo laag mogelijk te houden (minimum loon). En dat strookt dat niet met het uitgangspunt ‘gelijk loon, voor gelijk werk’.
Dit ontwijken van cao-voorwaarden via contracting moet worden aangepakt, vindt Koolmees. Koolmees wijst hierbij op de verantwoordelijkheid van sociale partners. “Om oneigenlijk gebruik van contracting tegen te gaan, zijn sociale partners in eerste instantie aan zet om de cao zodanig aan te passen dat de cao ook op contractingbedrijven van toepassing is.”

Wanneer contracting eigenlijk uitzenden is

Volgens Koolmees komt het ook vaak voor dat een werkgever zelf spreekt van contracting, terwijl het in de praktijk om uitzendwerk gaat. Als in het kader van het bedrijf van de werkgever de werknemer ter beschikking wordt gesteld aan de opdrachtgever is er gewoon sprake van uitzenden (allocatiefunctie). De opdrachtgever (inlener) heeft feitelijk het gezag (toezicht en leiding) over de door de werknemer (uitzendkracht) te verrichten werkzaamheden. En een uitzendkracht heeft recht op de arbeidsvoorwaarden die van toepassing zijn op grond van de WAADI en/of op basis van één van de uitzend-cao’s. Voor uitzendkrachten geldt dat zij recht hebben op hetzelfde loon als vergelijkbare werknemers in dienst van de opdrachtgever (inlenersbeloning).
Koolmees wijst erop dat dat dit loon vaak meer is dan bij contracting wordt betaald. Wanneer de inlenersbeloning niet wordt toegepast omdat met doet alsof het om contracting gaat, terwijl het eigenlijk uitzenden is, wordt dus niet voldaan aan de WAADI.

Opdrachtgever aansprakelijk stellen

Bij constructies die contracting worden genoemd, maar waarbij het feitelijk om uitzendwerk gaat, moet volgens de minister de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi) beter worden nageleefd. Om dat te bevorderen wil Koolmees ten eerste ‘de bewustwording over de WAADI verbeteren’. Een communicatietraject voor werkgevers die werknemers inlenen (opdrachtgevers) moet opdrachtgevers bewust maken van hun verantwoordelijkheid (ketenaansprakelijkheid). Ook moet de opdrachtgever (inlener) misstanden zien te voorkomen, bijvoorbeeld door looncontrole.
Daarnaast kondigt Koolmees aan het uitzendregime te gaan evalueren en verkent hij mogelijke wettelijke maatregelen tegen niet-naleven van de WAADI. De minister wil de verantwoordelijkheid van de opdrachtgever bij het naleven vergroten en onderzoekt welke mogelijkheden er zijn om de opdrachtgever (inlener) hiervoor aansprakelijk te stellen.

Bestuurlijke boete

Koolmees overweegt zelfs een bestuurlijke boete bij overtreding van de WAADI. Maar hij realiseert zich dat dit vergaande implicaties inhouden voor het huidige systeem. Op dit moment zijn sociale partners zelf verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van de CAO’s en andere vormen van loonafspraken. Op verzoek van sociale partners controleert de Inspectie SZW of de bepalingen on de WAADI zijn overtreden. Door aanpassing van dit systeem zou verregaande gevolgen hebben voor de verhoudingen en rollen van sociale partners en Inspectie SZW. Daarom is volgens Koolmees eerst een ‘zeer zorgvuldig afwegingsproces’ nodig.

Wat de maatregelen concreet zullen inhouden, wordt pas voor de zomer van 2020 duidelijker. Koolmees belooft de Tweede Kamer dan nader hierover te informeren.

Bron: rijksoverheid.nl

Over Auteur

Avatar

Reageer