Na meer dan zeven uur vergaderen woensdag 12 maart, blijft achter dat de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (WTTA) op brede steun in de Tweede Kamer kan rekenen. Desondanks zijn er grote zorgen over de uitvoerbaarheid en de kosten die een uitzendondernemer moet maken om toegelaten te worden. 27 maart praat de Tweede Kamer verder met minister Van Hijum van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de WTTA.
“Ouderwets doorwrochte wetgeving.” Zo noemde Thierry Aartsen, kamerlid namens de VVD, in zijn bijdrage de WTTA. “De WTTA kent een lange geschiedenis, maar ik vind dit een oprecht goede stap om cowboys uit de sector te duwen.” Volgens hem gaat de wet de problemen in de sector niet meteen oplossen. “En de wet gaat niet alleen over arbeidsmigranten, maar is breder dan dat. Ook de ICT-consultant, de inval-kok en de eventmanager vallen er onder. De helft van de arbeidsmigranten werkt via een uitzendbureau, de andere helft dus niet.” Aartsen maakte zich ook zorgen over de bemensing van de toelatende instantie die als directie onder het ministerie van SZW gaat vallen. “Hoe realistisch is het om 200 fte aan te nemen?”
Lees ook: Van Hijum tijdens kamerdebat: “Niet te vermijden dat uitzenders meer administratieve lasten krijgen”
Zelfrijzend bakmeel
Ook noemde hij de kosten die ondernemers maken voor de toelatende instantie zelfrijzend bakmeel. “Hoe zorgen we ervoor dat die kosten niet blijven stijgen?” Hij pleitte voor een maximumbedrag. Ook voor inspecties van marktpartijen zoals Normec kunnen de kosten volgens hem hoog worden als er te weinig marktwerking is. “We moeten een kostenexplosie voorkomen.” De waarborgsom die uitzendbureaus moeten storten is wat hem betreft dood geld. “We hebben 20.000 inleners, maal 100.000 euro. Je trekt al gauw een miljard de economie uit.” Aartsen wilde ook een opschortende werking voor als een uitzendonderneming een foutje maakt. Dat niet meteen de toelating vervalt. Maar minister Van Hijum gaf aan dat er voldoende tijd is om fouten te herstellen. De uitlener krijgt in totaal ongeveer vijf maanden om eventuele gebreken te herstellen. Dus uitzenders vliegen er bij een foutje gelijk uit.

Niet 100 procent op vertrouwen
De minister raadde SNA-certificering aan als opstap naar de toelating. SP’er Bart van Kent stelde dat “we daar niet 100 procent op kunnen vertrouwen. Er zijn net zoveel overtredingen met zo’n keurmerk dan zonder.” Van Kent wilde de mogelijkheid voor de minister om een uitzondering te maken voor de waarborgsom van een ton uit de wet hebben. Wat hem betreft was het bedrag te laag en moet de som naar 130.000 euro. “Ook omdat het schadebedrag dat malafide uitzenders veroorzaken vele malen hoger is.” Ook de BBB pleitte, bij monde van Mariska Rikkers-Oosterkamp voor een soepele omgang met foutjes van een uitzendondernemer. “We hebben te veel voorbeelden (zoals de toeslagenaffaire, red.) in deze kamer gehad waarin er te weinig ruimte was voor bezwaar.” De WTTA maakt uitzenders medeverantwoordelijk voor de registratie van arbeidsmigranten. Don Ceder van de Christenunie hekelde het feit dat hier niet op wordt gehandhaafd. “Het is een tandeloze tijger.”
Lees ook: Van Hijum, criminelen houd je niet tegen met een WTTA
Gebrek aan handhaving
In de sector zijn meer dan 15.000 uitzendbedrijven actief. “Gaan die allemaal op tijd geïnspecteerd worden voor de private instellingen?”, wilde Ceder weten. In het overgangsrecht krijgen ze toestemming op basis van het SNA-certificaat. Maar dat betekent volgens Ceder dat ze dus niet helemaal voldoen aan het normenkader. Hij wees er ook op dat een eerder vergunningstelsel in de branche massaal omzeild werd. “Door gebrek aan handhaving. Deze wet gaat dus nooit de volledige oplossing zijn. Er zullen altijd geitenpaadjes blijven. Ik zie deze wet meer als een werkagenda.” Meer partijen, waaronder het D66 van Hans Vijlbrief, pleitten voor het uitsluiten van sociale werkplaatsen en werk- en ontwikkelbedrijven van de vergunningsplicht. Hij wilde ook dat uitzenders arbeidsmigranten helpen bij het leren van de Nederlandse taal.
Erbarmelijke toestanden
Mariëtte Patijn van Groenlinks-PvdA hekelde dat de VVD en uitzenders maar begonnen over de kosten van het toelatingsstelsel. “Ze hebben het maar over regeldruk en kosten terwijl het moet gaan over de erbarmelijke toestanden waarin arbeidsmigranten verkeren. Ik ben blij dat deze wet uitzenders dwingt om werkgeverschap serieuzer te nemen.” Patijn noemde het ontbreken van de invoeringsdatum gezien de misstanden onacceptabel. “Kunnen we onderdelen eerder invoeren?” Ze pleitte ook voor een uitzendverbod in sectoren zoals de vleessector waar het volgens haar de spuigaten uitloopt. Ook moet het wat haar betreft mogelijk worden voor de Arbeidsinspectie om een verbod per uitzendbedrijf op te leggen. “Zo vullen we de gereedschapskist.” Ook moet de Arbeidsinspectie handhaven op de betaling van het juiste loon. “En niet alleen het minimumloon.”

Geen prikkel om toelating efficiënter op te pakken
Ook Inge van Dijk van het CDA maakte zich zorgen over de kosten voor uitzendondernemers. “Er is geen prikkel voor de toelatende instantie om het proces efficiënter op te pakken.” Later zei de minister in zijn bijdrage toe de kosten onderdeel van de periodieke update aan de Tweede Kamer te maken. Maikel Boon van PVV vertelde over de overlast die hij zelf had ervaren van een huis met arbeidsmigranten naast zijn woonplaats. “Met twaalf luchtbedden, geluidsoverlast en drankgelag. Dat zet de veiligheid onder druk.” Hij noemde het vreemd dat “we nog niet eens weten hoeveel arbeidsmigranten we hebben in dit land.” De registratie door uitzenders juichte hij dan ook toe. Doğukan Ergin van DENK vertolkte de alom in het debat aanwezige zorg over de uitvoering. “Eind 2027 lijkt niet haalbaar. De wet is in handen van private certificeerders die op 107 normen moeten controleren. Nu is er onvoldoende capaciteit. Ontstaan er daardoor wachtlijsten waardoor uitzenders niet toegelaten kunnen worden?”
Geen goed teken, gaat wet wel werken?
Volgens Pieter Omtzigt van NSC moeten we ons als Nederland “hard schamen voor hoe we met mensen omgaan.” Hij vroeg de minister om, naast de wet, de samenwerking op te zoeken met landen als Polen, Roemenië en Bulgarije om misstanden tegen te gaan. Hij noemde de wet ook ingewikkeld. “Als ik al moeite heb om te begrijpen hoe deze in elkaar zit, dan is dat geen goed teken. Gaat deze werken?” Hij pleitte voor begrijpelijke voorlichting voor inleners, uitleners en arbeidsmigranten in meerdere talen. En hij wees op de reactietermijn van een toelatende instantie. “We zien bij andere uitvoeringsinstanties dat, als reactietermijnen niet worden gehaald, dat leidt tot dwangsommen. Als dat hier gebeurt, kan een malafide bureau dwangsommen gaan eisen.” Ook moeten volgens hem arbeidsmigranten zich ergens kunnen melden op het moment dat hun uitzendbureau uit de lucht wordt gehaald. “Ze verliezen dan zorgverzekering, huisvesting en inkomen.” Van Kent van de SP: “Wellicht kunnen we de arbeidsmigrant dan overhevelen naar een andere uitzender zodat deze zaken geregeld blijven.”
Lees ook: Van Gool steunt WTTA, maar noemt vergewis- en meldplicht zorgwekkend
Goeden niet onder de kwaden lijden
Omzigt pleitte voor een g-rekening. Dat is een geblokkeerde rekening en is alleen te gebruiken om betalingen te doen aan de belastingdienst of aan een onderaannemer. Omzigt: “Daarmee dekken we het fiscale risico af.” André Flach van de SGP wilde weten hoe de goeden niet onder de kwaden lijden. Hij vroeg zich ook af of de overheid niet kon inzetten op striktere handhaving. “Nieuwe wetten lossen lang niet alle problemen op.” Daarbij zou dan wel het boetebeleid tegen het licht moeten worden gehouden. “Hoe hoger de boete, hoe meer de afschrikking.” Flach wilde een evaluatie van de wet niet na vijf jaar, maar al naar drie jaar en dan iedere vijf jaar. Die werd hem door de minister toegezegd.
In het tweede deel van de vergadering kwam de beantwoording van minister Van Hijum aan bod. Die beantwoording verwerken we in een opvolgend artikel. Op 27 maart gaat de vergadering verder met de reactie van de Tweede Kamerleden op de beantwoording door de minister.