Nu zzp’ers het vuur aan de schenen wordt gelegd door de belastingdienst en het hebben van een uitzendbureau een crime is, is de vraag gerechtvaardigd hoe de overheid de toekomst van werk wil inrichten. Voor een deel weten we dat.
De mantra luidt, overgenomen van de vakbond, dat ‘flex’ slecht is en dat ‘vast’ goed is. Met de aanname dat Nederlanders graag in vaste dienst willen komen omdat dat veel meer bestaanszekerheid (ook zo’n term) geeft. Het tegendeel blijkt uit allerlei onderzoeken. Echter, vanwege de aannames kwam er buitensporig veel wetgeving op onze branche af. Van de VBAR tot aan de WTTA. We zijn inmiddels als flexbranche goed voor heel veel afkortingen. Dat alles gebaseerd op aannames die eerder van de vakbonden afkomstig lijken, dan van bestuurders die weloverwegen hun beslissingen nemen.
Lees ook: Tweede Kamer: steun voor aanpak malafide uitzendbureaus, zorgen om uitvoering
Een aanzienlijk deel van de beroepsbevolking
Bij de Kamer van Koophandel staan ongeveer 22.000 uitzendbureaus ingeschreven. Zij bieden werk aan jaarlijks ongeveer 770.000 uitzendkrachten. Het aantal zzp’ers in 2024 ligt op 1.775.363. De Nederlandse beroepsbevolking bestaat uit 10,2 miljoen personen. Een aanzienlijk deel van de beroepsbevolking kiest dus, met het volle verstand, voor een vorm van flexibele arbeid. Daarbij komt dat ondernemers ruimte nodig hebben. Dat voor een periode waarin ze niet meteen een arbeidskracht voor vast kunnen aannemen, maar wel iemand voor tijdelijk. Die ‘iemand’ in tijdelijk dienst krijgt daarmee kansen om ervaring op te doen. Diegene komt vervolgens vaak alsnog in vaste dienst. Helemaal mooi wordt het bij mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt die via uitzendbureaus weer perspectief krijgen.
Waarborgen inbouwen
Of er behoefte is aan flexibel werken of aan flexondernemers, is niet de vraag. De vraag is, ook voor politici in Den Haag, hoe we de rotte appels onder de uitzendbureaus en onder de dienstverbanden eruit halen. Dat doe je niet door de uitzendbranche met regels te bestoken die ook nog eens kostenverhogend werken. Uit sommetjes van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid blijkt dat de toelatende instantie voor de WTTA een uitzendbureau duizenden euro’s gaat kosten. Dat terwijl er al een Arbeidsinspectie is, de ABU ongeveer 500 leden heeft en de NBBU plusminus 1.400. Waarom moet er dan nog een instantie bij komen? Als je de branche wilt controleren omdat je het niet vertrouwt, doe dat dan eerst via de bestaande kanalen. Investeer daar het gevraagde bedrag en je kunt A via inspecties meer controleren en B waarborgen inbouwen via de brancheorganisaties.
Lees ook: Van Gool steunt WTTA, maar noemt vergewis- en meldplicht zorgwekkend
Zwaar onderbemand
De Arbeidsinspectie doet goed werk, maar met 1.800 mensen zijn ze zwaar onderbemand. Zodanig dat sommige sectoren het met een handjevol controleurs moeten doen. Een investering in de capaciteit, ook om uitzendbureaus te controleren en fatsoenlijke arbeidsvormen te waarborgen, is daar dus hard nodig. De minster heeft meer capaciteit toegezegd in verband met de WTTA (135 fte), maar is dat voldoende?
Het is nu nog niet te laat om het anders te organiseren Eddy van Hijum, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Laat u niet in de luren leggen door termen als ‘doorgeslagen flex’ die zijn opgedrongen door vakbonden. Flex is prima en als het al doorslaat zou er een krachtige Arbeidsinspectie moeten staan die de malafide ondernemingen de kop indrukt. Want malafide organisaties onderdruk je niet met meer regelgeving die fatsoenlijke flexondernemers raakt en hen op kosten jaagt. De kosten voor de toelatende instantie, maar ook het toelatingsbedrag van een 100.000 is echt veel te veel. Bovendien helpt het niet. Het bloed van criminelen gaat daar waar het niet gaan kan. Criminelen onderdruk je alleen door er specifiek jacht op te maken.
Ronald Bruins, hoofdredacteur Flexmarkt
Wilt u reageren op deze column? Ik ontvang uw reactie graag via ronaldbruins@vmnmedia.nl
PS Woensdag vond de behandeling van de WTTA in de Tweede Kamer plaats. Daar bleek dat er een meerderheid voor de WTTA is te vinden, maar ook dat er nog geen duidelijkheid is over de precieze datum van invoering. En dat er zorgen zijn over de kosten en de uitvoerbaarheid van de wet. De Tweede Kamer en minister Van Hijum praten 27 maart verder over dit onderwerp.