Minister Eddy van Hijum reageerde woensdag 12 maart op de vragen, opmerkingen en wijzigingsvoorstellen vanuit de Tweede Kamer op zijn WTTA-voorstel. “Het is een niet te vermijden gevolg dat uitzenders meer administratieve lasten krijgen.”
Van Hijum trok tijdens zijn bijdrage namens de overheid eerst het boetekleed aan. “We zijn niet in staat geweest de mistanden en de onfatsoenlijke behandeling van arbeidsmigranten, waaronder onderbetaling en uitbuiting, in goede banen te leiden. Er is ook gebrekkig zicht op de problematiek.” Hij verwees vervolgens naar de commissie genoemd naar voorzitter Emiel Roemer. Die kwam in 2020 met aanbevelingen om arbeidsmigranten minder afhankelijk te maken van uitzendbureaus. Van Hijum: “We hebben lang geleund op zelfregulering, maar dat heeft onvoldoende gewerkt. We zijn sindsdien bezig om de aanbevelingen van de commissie Roemer op te volgen.”
Lees ook: Debat Tweede Kamer over WTTA: “Doet de wet wat deze belooft?”
Meer administratieve lasten
“Het is een niet te vermijden gevolg dat uitzenders meer administratieve lasten krijgen”, vertelde de minister in antwoord op vragen vanuit de kamer. “We gaan sturen op toelating, monitoring en ook handhaving.” Voor toelating zet de minister een toelatende instantie op binnen zijn ministerie. Dat moet een directie worden die binnen het ministerie van SZW zelfstandig opereert. “En dus niet door de politiek beïnvloed kan worden.” Voor het voorstel werkte Van Hijum samen met de sociale partners, de vakbonden en de brancheorganisaties. “Zij willen ook orde op zaken stellen in de sector.” Voor handhaving zei hij 45 fte extra toe aan de Arbeidsinspectie, bovenop de 90 die al extra waren toegezegd. “Dus 135 fte extra.”

Voorbereidingen toelatende instantie
Veel inbreng vanuit de Tweede Kamer ging over de uitvoering. “De voorbereidingen voor de toelatende instantie zijn in volle gang, maar dat vergt tijd en zorgvuldigheid.” Het kost nu eenmaal tijd om capaciteit op te bouwen. Ook de certificerende instanties, zoals een Normec, moeten opschalen. “Het gaat een tijd duren om iedereen twee keer per jaar structureel te kunnen controleren.” De minister verwacht dat de capaciteit bij de toelatende instantie en de certificerende partijen in twee jaar op orde is. “Partijen moeten aan elkaar en aan hun rol in het stelsel wennen.” De kracht van het stelsel is volgens hem dat de partijen informatie met elkaar kunnen delen. “De Arbeidsinspectie met de TI bijvoorbeeld.” Veel Kamerleden wilde weten wanneer het stelsel in werking treedt. “Dat zal ik in april melden. Maar ik wil dan ook echt helder kunnen zijn, zodat ik geen valse verwachtingen wek. Ik garandeer wel: het is dag later dan mogelijk. We willen snel, maar ook zorgvuldig acteren.”
Lees ook: Van Hijum, criminelen houd je niet tegen met een WTTA
Sancties bij uitzenden zonder toelating fors
De SGP wees op een eerder vergunningsstelsel voor uitzendbureaus dat niet had gewerkt. De minister: “Maar dat kende niet de intensieve monitoring, handhaving en toelating aan de voorkant. Het stelde toen weinig voor.” Hadden de misstanden niet met striktere handhaving van de bestaande wetgeving opgelost kunnen worden, vroeg de SGP er achteraan. Van Hijum: “Als de markt zo lang onbelemmerd zijn gang heeft kunnen gaan, dan is dat niet alleen met gerichte handhaving op te lossen.” De minister beloofde dat de sancties bij uitzenden zonder toelating fors worden. “Dat gaan we binnenkort bespreken.” Het NSC wilde begrijpelijke communicatie voor inlener, uitlener en arbeidsmigrant. De minister wees daarop op de website www.workinnl.nl en het feit dat gemeenten de wijken ingaan en bezoeken afleggen bij bedrijven. “Zo krijgt de communicatie dichtbij vorm.” Ook hoopt hij in april een nulmeting te ontvangen van de misstanden die er zijn in de uitzendsector.
In april meer duidelijkheid over overgangsregime
Het is nog onzeker hoeveel capaciteit inspectieinstellingen hebben en hoeveel uitzenders toegelaten willen worden, constateerde de minister. “Het duurt twee jaar voordat de inwerkstelling volledig is. Uitzenders die buiten hun schuld om geen inspectierapport hebben kunnen ontvangen, kunnen in aanmerking komen voor overgangsrecht. Ze mogen daar niet de dupe van worden.” In een brief in april komt meer duidelijkheid over hoe dat overgangsregime eruitziet, schetste de minister. “Ook welke stappen er doorlopen moeten worden.” Hij beloofde ook “interne functiescheiding” zodat de toelatende instantie zonder politieke inmenging zijn werk kan doen. Met een overgangsregime waarin alleen het SNA-certificaat geldt, kon de ChristenUnie niet leven. De minister: “Ik zie geen andere mogelijkheid om de overgang zo soepel mogelijk te laten verlopen.”
Lees ook: Wtta: kosten heet hangijzer, uitzenden wordt duurder
Instantie moet periodiek rapporteren over kosten
De minister wil de toelatende instantie periodiek laten rapporteren over de kosten. Hij zei ook toe daarmee naar de kamer te komen. “Dat ook om scherp te blijven en zaken te beheersen.” Ook ging hij mee in het verzoek om de wet al na drie jaar te evalueren en daarna om de vijf jaar. De minister ging niet mee in het verzoek om een opschortende werking als een uitzendondernemer een foutje maakt. Er zitten in de wet volgens hem genoeg momenten om kleine fouten te herstellen. In totaal doorgaans zo’n vijf maanden. Daarnaast zou uitbreiding van de bezwaar- en beroepsmogelijkheden ook meer kosten met zich meebrengen. En zouden malafide uitzendbureaus langer hun plek behouden. Onwenselijk, vond de minister.

Waarborg dat kosten niet verder stijgen
Een deel van de kamer toonde zich namelijk bezorgd over de kosten voor uitzendondernemers. Een ton aan waarborgsom, de kosten voor certificering en toelating en de kosten voor de toelatende instantie zelf. VVD-kamerlid Van Aartsen: “Toen we begonnen zaten we op 490 euro, inmiddels gemiddeld op 2.800 euro. Ik ben op zoek naar een waarborg dat die kosten niet verder stijgen.” Van Hijum: “Hoe concreter de uitwerking wordt, hoe reëel we kunnen inschatten wat de onderdelen aan capaciteit vergen. We weten nu niet waar we gaan eindigen, maar ik geef hier in deze kamer een onderbouwing. Zodat we discussie kunnen voeren of het een tandje meer of minder moet. Maar ik snap de vraag van Van Aartsen. Laten we daar de komende weken creatief over doordenken.”
Lees ook: Tweede Kamer: steun voor aanpak malafide uitzendbureaus, zorgen om uitvoering
Alvast met SNA-keurmerk beginnen
De minister zei dat er een communicatiecampagne voor uitzendbureaus komt om alvast met het SNA-keurmerk te beginnen. De private inspectieinstellingen moet geaccrediteerd zijn door de Raad van Accreditatie. De toelatende instantie moet jaarlijks met een jaarplan en een jaarverslag komen. Op de vraag uit de kamer of er ook een verplichte g-rekening voor de uitleners van arbeidskrachten komt, antwoordde de minister dat hij dat ging verkennen met de staatssecretaris van Fiscaliteit en de Belastingdienst. Een g-rekening staat voor geblokkeerde rekening en is alleen te gebruiken om betalingen te doen aan de Belastingdienst of aan een onderaannemer. NSC-voorman Pieter Omzigt vond het noodzakelijk voor een goed werking van het proces van de wet.
Daarmee was het debat voor woensdag 12 maart ten einde. Op 27 maart vervolgt de minister zijn beantwoording. In de tussentijd zorgt hij voor schriftelijke reacties op de technisch ogende amendementen oftewel voorstellen van een of meer Tweede Kamerleden tot wijziging van een wetsvoorstel. De politiek gevoelige issues worden dan wel op 27 maart besproken.