Platformwerkers moeten beter worden beschermd tegen schijnzelfstandigheid en meer inzicht krijgen in de manier waarop digitale platforms besluiten nemen. Dat meldt Logistiek op basis van een conceptwetsvoorstel van minister Thierry Aartsen (Werk en Participatie), dat op 29 juni is opengesteld voor internetconsultatie.
Met het wetsvoorstel wil het kabinet de Europese Platformrichtlijn omzetten in Nederlandse wetgeving. De voorgestelde regels zijn nog niet van kracht en kunnen tijdens het wetgevingstraject nog worden aangepast.
Rechtsvermoeden bij schijnzelfstandigheid
Een belangrijk onderdeel van het wetsvoorstel is de invoering van een weerlegbaar rechtsvermoeden van werknemerschap voor platformwerkers. Volgens het voorstel kan een platformwerker hier een beroep op doen wanneer een digitaal arbeidsplatform voldoet aan minimaal twee van de vijf voorgestelde wettelijke criteria die kunnen wijzen op een gezagsrelatie. In dat geval is het vervolgens aan het platform om aannemelijk te maken dat geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. De precieze invulling van deze criteria wordt nog nader vastgesteld.
Flexmarkt Nieuwsbrief
Het laatste nieuws over de flexbranche en de best gelezen artikelen.
Menselijke beoordeling bij schorsing of beëindiging
Het wetsvoorstel bevat daarnaast nieuwe regels voor het gebruik van algoritmes en geautomatiseerde besluitvorming. Zo mogen platformwerkers volgens het voorstel niet uitsluitend op basis van een geautomatiseerd systeem worden geschorst of kan de samenwerking niet uitsluitend op basis van zo’n systeem worden beëindigd. Dergelijke besluiten moeten uiteindelijk door een mens worden genomen. Ook moet het platform uitleg kunnen geven over de redenen voor zo’n beslissing.
Strengere regels voor gebruik van gegevens
Verder stelt het kabinet grenzen aan de gegevens die digitale arbeidsplatforms mogen gebruiken bij geautomatiseerde monitoring en besluitvorming.
Volgens het wetsvoorstel mogen platforms onder meer geen systemen gebruiken om psychologische kenmerken van werkenden te analyseren, privécommunicatie te controleren of gegevens te verzamelen wanneer iemand niet aan het werk is. Ook mogen bepaalde gevoelige persoonsgegevens, zoals gegevens waaruit ras, religie, gezondheid of seksuele geaardheid kunnen worden afgeleid, niet worden gebruikt voor dergelijke geautomatiseerde systemen.
Platformwerkers krijgen daarnaast meer rechten om inzicht te krijgen in de gegevens die over hen worden verwerkt en in de werking van geautomatiseerde systemen die invloed hebben op de verdeling van opdrachten of de beloning.
Europese richtlijn nog niet volledig ingevoerd
Het wetsvoorstel vormt de Nederlandse uitwerking van de Europese Platformrichtlijn, die in 2024 is vastgesteld. Nederland zal de Europese implementatiedeadline van december 2026 naar verwachting niet halen. Daarom geldt het voorgestelde rechtsvermoeden pas vanaf het moment dat de Nederlandse wet daadwerkelijk in werking treedt.
Het wetsvoorstel ligt momenteel ter internetconsultatie. Daarna volgen advisering door de Raad van State en behandeling in de Tweede Kamer.
Mogelijke gevolgen voor arbeidsmarktintermediairs
De voorgestelde regels zijn in eerste instantie bedoeld voor digitale arbeidsplatforms. Volgens verschillende juridische analyses kan de uiteindelijke reikwijdte van de wet echter ook relevant zijn voor andere arbeidsmarktintermediairs die gebruikmaken van geautomatiseerde systemen bij de aansturing, beoordeling of toewijzing van werkzaamheden. Of organisaties uiteindelijk onder de wet vallen, hangt af van de definitieve wettelijke definitie van een digitaal arbeidsplatform.
Lees ook: Onderzoek: meer uitleners verwachten Wtta-toelating aan te vragen