“De kracht van scenariodenken en monitoring”
Column: Peter Loef
“Soms heb ik het gevoel dat ik op het gebied van arbeidsmigratie iedere week weer een nieuwe internetconsultatie, beleidsbrief of wetswijziging lees. De ene week verdiep ik mij in de zorgplicht, daarna in de voorstellen voor passende huurcontracten voor arbeidsmigranten en vervolgens in het nieuws over de invoering van een sectoraal uitzendverbod. Tegelijkertijd worden extra middelen beschikbaar gesteld om dakloosheid onder arbeidsmigranten te voorkomen en mensen naar werk en huisvesting te begeleiden. Vrijwel al deze voorstellen zijn volkomen begrijpelijk en goed bedoeld. Ze komen direct voort uit dezelfde ambitie, misstanden terugdringen en de positie van arbeidsmigranten structureel verbeteren. Dat doel onderschrijf ik volledig en dat er juist nu zoveel maatregelen tegelijkertijd op tafel liggen is logisch.
Vijf jaar geleden presenteerde het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten onder leiding van Emile Roemer immers zijn aanbevelingen. Het kost nu eenmaal jaren om dergelijke adviezen te vertalen naar wet- en regelgeving. Voor veel betrokkenen duurt dat begrijpelijkerwijs te lang. Mijn pleidooi is dan ook nadrukkelijk niet om deze ontwikkelingen te vertragen, want de bescherming van arbeidsmigranten vraagt juist om grote voortvarendheid.”
Lees ook: Bouwprofessionals blijven bezorgd over personeelstekort en verlies van vakkennis
Versterken al deze maatregelen elkaar straks ook daadwerkelijk?
“Tegelijkertijd bekruipt mij steeds vaker een andere vraag, versterken al deze maatregelen elkaar straks ook daadwerkelijk? Het daadwerkelijke vraagstuk is namelijk niet dat er te weinig maatregelen zijn. De werkelijke uitdaging is om ervoor te zorgen dat maatregelen elkaar versterken en gezamenlijk leiden tot het resultaat dat we beogen.
Arbeidsmigratie is misschien wel één van de meest complexe vraagstukken van deze tijd. Arbeidsmarkt, huisvesting, handhaving, gemeenten, werkgevers, werknemers en de arbeidsmigranten zelf functioneren immers niet los van elkaar. Een verandering op het ene onderdeel werkt vrijwel altijd door op andere onderdelen. Juist daarom is samenhang zo belangrijk. Wanneer een maatschappelijk probleem zichtbaar wordt, ontstaat terecht de behoefte om in te grijpen. Maar voordat een maatregel wordt ingevoerd, zouden we onszelf steeds moeten afvragen welke effecten deze heeft op alle andere onderdelen van het systeem. Dat is voor mij de kern van systeemdenken. Niet omdat we vraagstukken ingewikkelder willen maken dan ze zijn, maar omdat complexe maatschappelijke vraagstukken zelden één oorzaak kennen en dus ook zelden met één afzonderlijke maatregel kunnen worden opgelost.”
Constructief samenwerken
“Gelukkig wordt er bij de ontwikkeling van beleid al op veel momenten constructief samengewerkt. Wat daarin beter kan en vaak ontbreekt, is een integrale impactanalyse waarin verschillende scenario’s worden verkend. Hoe reageren werkgevers, gemeenten en huisvesters en welke keuzes maken arbeidsmigranten? Welke investeringen worden nog wel of juist niet gedaan en misschien wel de belangrijkste vraag, hoe reageren partijen die zich bewust aan de regels onttrekken? Door verschillende scenario’s vooraf te verkennen, ontstaat beter inzicht in mogelijke neveneffecten, waardoor maatregelen elkaar kunnen versterken in plaats van onbedoeld tegenwerken.
Tijdens gesprekken met ketenpartners maak ik weleens op dat onze inbreng vanuit de praktijk over samenhang of gedragseffecten wordt uitgelegd alsof wij vertraging proberen te organiseren. Dat zou jammer zijn, want precies het tegenovergestelde is waar. De praktijk helpt vooraf scherper in beeld te krijgen hoe beleid uitwerkt, de praktijk kent het gedrag dat we willen beïnvloeden. Onze inbreng is dus niet om ambities af te zwakken, maar om de kans te vergroten dat ze daadwerkelijk worden gerealiseerd. Scenariodenken zou wat mij betreft een vanzelfsprekender onderdeel van beleidsontwikkeling mogen worden. Het voorspelt niet de toekomst, maar helpt uitkomsten bespreekbaar te maken, verrassingen te voorkomen en uiteindelijk menselijk leed te besparen.”
Na de invoering
“Minstens zo belangrijk is wat er ná de invoering gebeurt. Te vaak beoordelen we beleid louter op de vraag óf een maatregel is ingevoerd. Veel minder vaak stellen we de vraag of die maatregel in de praktijk ook heeft bijgedragen aan het maatschappelijke doel. Dat vraagt om meer aandacht voor het monitoren van effecten. We investeren terecht in regelgeving, toezicht en middelen om dakloosheid te voorkomen, maar meten we ook of mensen duurzaam aan het werk blijven? Neemt dakloosheid daadwerkelijk af en weten we welke interventies aantoonbaar werken? Hier ligt een belangrijke kans: niet alleen beleid ontwikkelen, maar structureel blijven volgen wat het oplevert, zodat we tijdig kunnen bijsturen. Het belevingsonderzoek wat RISBO binnenkort in opdracht van het ministerie van SZW voor de tweede keer uitvoert is een goede stap maar ‘relatief ‘hoog over.”
Flexmarkt Nieuwsbrief
Het laatste nieuws over de flexbranche en de best gelezen artikelen.
Grootste uitdaging
“Misschien zit de grootste uitdaging vervolgens wel in de handhaving. Wanneer misstanden zichtbaar worden, reageren we vaak met aanvullende verplichtingen voor bedrijven die zich wél aan de regels willen houden. Bonafide ondernemers investeren in processen en huisvesting omdat zij overtuigd zijn van goed werkgeverschap. Maar partijen die bewust de regels overtreden, veranderen hun gedrag nauwelijks wanneer de pakkans als laag wordt ervaren. Zij zoeken voortdurend manieren om de wet te omzeilen. Hierdoor ontstaat het risico dat bonafide ondernemers hogere kosten maken, terwijl malafide partijen hun lagere kostprijs behouden. Wanneer opdrachtgevers vervolgens vooral op prijs selecteren, wordt de goede ondernemer benadeeld en de sjoemelende ondernemer aantrekkelijker, precies het tegenovergestelde van ons doel.
Daarom zou er bij nieuwe maatregelen ook grondig naar gedragseffecten moeten worden gekeken. Hoe reageren beide soorten ondernemers en bereiken we uiteindelijk de juiste doelgroep? Deze vragen zijn onlosmakelijk verbonden met scenariodenken en monitoring. Beleid verandert immers niet alleen regels, maar ook menselijk gedrag, soms op manieren die pas tijdens de uitvoering zichtbaar worden. Het monitoren van effecten verdient dan ook dezelfde aandacht als het ontwikkelen van nieuwe maatregelen. Uiteindelijk gaat het er niet om hoeveel maatregelen we nemen. Het gaat erom of zij gezamenlijk bijdragen aan het terugdringen van misstanden, het verbeteren van de positie van arbeidsmigranten en het bevorderen van eerlijke concurrentie. Als we investeren in samenhang, scenariodenken en het monitoren van effecten, vergroten we de kans dat onze gezamenlijke inspanningen daadwerkelijk leiden tot duurzame verbeteringen! Dat vraagt lef en vertrouwen!”
Lees ook: Kabinet wil stagevergoeding verplicht maken voor mbo-, hbo- en wo-studenten