FNV Flex stuurt dwangbrief naar flexondernemers ABU en NBBU

0

FNV Flex zegt alle uitzendwerkgevers die lid zijn van de ABU en de NBBU een brief te hebben gestuurd om “hen te wijzen op het correct belonen van hun uitzendkrachten.” 

“Op 9 december 2024 informeerden wij over de uitspraak van de Hoge Raad, de hoogste Nederlandse rechter, die heeft bepaald welke beloning en andere arbeidsvoorwaarden uitzendkrachten moeten krijgen”, stellen de vakbondsbestuurders. “Dat is meer dan nu in de cao staat. De uitzendwerkgevers ABU en NBBU weigeren nog steeds de cao aan te passen. Zij willen dit pas per 1 januari 2026 doen. Terwijl er nu al recht is op meer. Voorlopig praten wij daarom niet verder over een nieuwe cao.”

Lees ook: Arbeidsovereenkomst of zzp? Hoge Raad biedt nieuwe inzichten

Dringend oproep om correct te belonen

In de brief staat: “Wij benaderen u met de dringende oproep om uw uitzendkrachten correct te belonen, want u loopt het risico dat u te weinig betaalt. Wellicht bent u zich dat niet bewust en volgt u de cao, maar dat is niet meer voldoende. Op 27 september 2024 heeft de Hoge Raad een uitspraak gedaan die gaat over de vraag welke arbeidsvoorwaarden vallen onder artikel 8 lid1 Waadi, het gelijke beloningsprincipe. En daarmee is de cao voor uitzendkrachten die op 2 januari 2024 is ingegaan, in strijd met de wet gekomen. Concreet zegt de Hoge Raad dat resultaatafhankelijke- en prestatiebonussen ook aan uitzendkrachten betaald moeten worden. De Hoge Raaf zegt daarbij dat het begrip ‘beloning’ ruim moet worden uitgelegd en alles omvat wat vergelijkbare werknemers in dienst bij de inlener in geld of natura ontvangen vanwege het hebben van het dienstverband.”

Consequenties kunnen aanzienlijk zijn

Even later in de brief: “Uiteraard hebben wij hierover gesproken met de werkgeversorganisaties ABU en NBBU, zodat wij tot een goede en juiste aanpassing van de cao konden komen. Zij weigeren hieraan mee te
werken en blijven de noodzakelijke aanpassingen voor zich uit schuiven.” De consequenties voor de beloning die de uitzendonderneming moet betalen kunnen aanzienlijk zijn, stelt FNV Flex in de brief. “Boven op de afspraken over de inlenersbeloning in de cao moet u in ieder geval de arbeidsvoorwaarden
geldend bij de inlener voor een gelijke of gelijkwaardige werknemer toekennen. Het betreft dan
onder andere de variabele beloning zoals resultaatafhankelijke- en prestatiebonussen, vakantiedagen
boven de 25 cao-vakantiedagen en positief afwijkende feestdagenregelingen. En daarnaast alle
huidige of toekomstige voordelen in geld of in natura, mits deze door de werkgever aan de
werknemer uit hoofde van zijn dienstbetrekking worden toegekend.”

Lees ook: Heeft een uitzendkracht ook recht op bonus? Dit zegt de Hoge Raad

Geen oplopende achterstallige vorderingen

FNV Flex startte een “informatiecampagne” hierover aan de leden uitzendkrachten en hun collega-uitzendkrachten. “En wij zullen onze leden, wanneer zij onjuist beloond worden, bijstaan in hun vorderingen van de beloning die hen ten onterechte niet wordt toegekend. Wij vertrouwen erop dat u de geldende regelgeving en jurisprudentie wenst na te leven en geen oplopende achterstallige vorderingen wilt.” Vervolgens dringend aan het adres van flexondernemers: “Toch ontvangen we graag per omgaande een bevestiging dat u bovenstaande nu al nakomt dan wel terstond zal nakomen ten aanzien van uw uitzendkrachten. “

Over Auteur

Ronald Bruins is hoofdredacteur van Flexmarkt.

Reageren is niet mogelijk.