Heeft een uitzendkracht ook recht op bonus? Dit zegt de Hoge Raad

0

Een procesingenieur die via een uitzendbureau voor Akzo werkte, wil aanspraak maken op bonussen en een prestatievergoeding, aangezien ‘gewone’ werknemers in dezelfde of gelijkwaardige functies dat ook krijgen.

Uit de wet blijkt dat uitzendkrachten recht hebben op dezelfde arbeidsvoorwaarden als werknemers in dezelfde of gelijkwaardige functies. De Hoge Raad geeft duidelijkheid over of de uitzendkracht daarom ook recht heeft op een resultaatafhankelijke bonus.

De zaak

Bovengenoemde werknemer is op 5 oktober 2015 als junior procesingenieur in dienst getreden bij uitzendbureau Dosign. Voor de uitvoering van zijn werk stelde de werkgever hem ter beschikking van AkzoNobel Projects & Engineering BV, hierna Akzo genoemd. De uitzendovereenkomst met Dosign stopte op 1 mei 2017, vanaf die datum trad de werknemer rechtstreeks in dienst bij Akzo.

Na deze overstap vorderde de werknemer een geldbedrag van zijn oud-werkgever Dosign, die onder andere bestaat uit een resultaatafhankelijke bonus. De werknemer vindt dat hij als uitzendkracht ook recht heeft gehad op dezelfde arbeidsvoorwaarden zoals die er golden voor werknemers in dezelfde of gelijkwaardige functie bij Akzo.

Essentiële arbeidsvoorwaarden

Artikel 3 lid 1 van de Uitzendrichtlijn vermeldt welke essentiële arbeidsvoorwaarden je in het kader van gelijke behandeling moet aanbieden aan je uitzendkrachten. Daarbij gaat het om de voorwaarden:

  • Arbeidstijd
  • Overuren
  • Pauzes
  • Rusttijden
  • Nachtarbeid
  • Vakantie
  • Feestdagen
  • Bezoldiging

Twee keer hoger beroep

De kantonrechter was het eens met de zienswijze van de werknemer. Hij wees de procesingenieur het bedrag toe. Dosign ging in hoger beroep bij het gerechtshof. Het hof oordeelde dat niet alle loononderdelen kunnen worden aangemerkt als loon. Loon is “niets anders dan de tegenprestatie voor de bedongen arbeid en bevat mede het loon over bijvoorbeeld overuren, voor het werken op feestdagen en het loon over vakantiedagen.”

Volgens het hof zijn daarom uitzendkrachten en werknemers die rechtstreeks in dienst zijn bij de opdrachtgever niet volledig gelijk. Dit betekent dat de procesingenieur geen aanspraak kan maken op deze bonus. De werknemer besloot hierna in hoger beroep te gaan bij de Hoge Raad.

Hoge Raad: ruim loonbegrip

De hoogste rechter oordeelt dat het loonbegrip in overeenstemming met het begrip ‘bezoldiging’ in de Uitzendrichtlijn ruim moet worden uitgelegd. De term ‘bezoldiging’ houdt alle huidige of toekomstige voordelen in qua geld, of in natura, als deze direct en indirect, door de werkgever en werknemer worden toegekend op basis van het dienstverband.

Dit betekent dat de resultaatafhankelijke bonus deel uitmaakt van het loon. De bonus is een voordeel dat de werkgever aan de werknemers toekent, op basis van het dienstverband.

Recht op uitkering

Volgens de Uitzendrichtlijn valt onder het ruime loonbegrip niet alleen een bonus die afhankelijk is van prestaties, maar ook een aanvullende uitkering bij arbeidsongeschiktheid. Het Europees Hof heeft bepaald dat een uitzendkracht recht heeft op deze uitkering, zelfs als er een aparte cao voor uitzendkrachten geldt.

Het Hof hanteerde hierbij een loonbegrip dat niet in lijn is met de richtlijn, gezien de uitleg van het woord ‘bezoldiging’. Dit houdt in dat de uitzendkracht, net als de vaste medewerkers van Akzo, recht heeft op de resultaatafhankelijke bonus. Dosign kan hiertegen geen beroep meer aantekenen.

Bron: PW

Lees ook: Accres stelt zich op als zaakwaarnemer van schaars talent, ‘net als in het voetbal’

Over Auteur

Redacteur Flexmarkt

Reageren is niet mogelijk.