‘Aandacht voor basisvaardigheden voorkomt problemen’

0

2,5 miljoen Nederlanders hebben moeite met lezen, schrijven en/of rekenen. Een deel van hen werkt, een deel (nog) niet. Stichting Lezen en Schrijven helpt werkgevers bij de aanpak van laaggeletterdheid. Regiomanager Ester van de Wiel geeft flexbureaus tips hoe ze hun instroom kunnen vergroten.

Tekst: Paul Poley

Er was eens een vuilnisman die de weg kwijt was. Ten einde raad belde hij naar kantoor. Een collega gaf hem een simpel advies: kijk gewoon op de borden hoe je moet rijden. De vuilnisman moest toen wel toegeven dat hij niet kon lezen. 

Er was ook eens iemand die een mooie promotie kon maken op zijn werk. In zijn nieuwe functie zou hij echter regelmatig rapporten moeten schrijven. Schoorvoetend liep hij naar zijn directeur om te laten weten dat hij wilde afzien van de nieuwe functie omdat hij niet kon lezen en schrijven.

‘Er was eens’ suggereert dat dit fictieve voorbeelden zijn. Maar dit zijn praktijkverhalen. De schokkende feiten en cijfers: in Nederland hebben circa 2,5 miljoen mensen van 16 jaar en ouder moeite met lezen, schrijven en/of rekenen. Dat is 18 procent van alle Nederlanders. En zo’n 4,1 miljoen Nederlanders hebben onvoldoende digitale vaardigheden. 

De organisatie die hieraan iets probeert te doen, is Stichting Lezen en Schrijven. “Ons doel is ervoor te zorgen dat iedereen over voldoende basisvaardigheden beschikt om te kunnen meedoen in onze maatschappij”, zegt regiomanager Ester van der Wiel. “Dus dat iedereen brieven kan lezen en begrijpen, haar of zijn weg kan vinden in het ov en meegaat in de digitale samenleving.”

Werkgevers cruciaal 

In haar twintigjarig bestaan concentreerde Stichting Lezen en Schrijven zich in eerste instantie op het oprichten van zogeheten Taalhuizen, vaak in samenwerking met gemeenten en bibliotheken. Op een gegeven moment kwamen daar werkgevers als belangrijke doelgroep bij. Bij de stichting is Van der Wiel verantwoordelijk voor de werkgeversaanpak. “Werkgevers hebben een cruciale rol in de aanpak van laaggeletterdheid. Vaak zitten zij niet in een bestaand taalnetwerk en weten dan ook niet of nauwelijks hoe groot het probleem is. Terwijl er wel 800 duizend mensen zijn die ergens werken en moeite hebben met de basisvaardigheden. En dan heb ik het nog niet eens over de grote groep die nu niet werkt, maar dat wel zou willen, bijvoorbeeld omdat ze in een uitkeringssituatie zitten.”

De problematiek is duidelijk. Enerzijds staan er mensen aan de kant die wel willen, maar niet kunnen werken, onder meer omdat ze niet kunnen lezen, schrijven en/of rekenen. Het onbenutte arbeidspotentieel. Anderzijds zijn er mensen op de werkvloer die dagelijks in de knel komen door hun moeite met de basisvaardigheden. “Uiteindelijk kan dat leiden tot ziekteverzuim, ontslag of verloop”, zegt Van der Wiel. 

Op allerlei manieren helpt de stichting werkgevers bij de aanpak hiervan. Zoals met het project Taal werkt!, waarbij de stichting werkgevers heel actief ondersteunt. Bijvoorbeeld door het bieden van kennis, tips en inspiratie. “Ook hebben we een top 10 van branches vastgesteld. Met die branches onderzoeken we hoe we de aanpak van laaggeletterdheid duurzaam kunnen vastleggen in HR-beleid. Zo werken we samen met de schoonmaak- en transportbranche, en ook met de uitzendbranche. We hebben onder andere goede contacten met Doorzaam en de NBBU.”

Do’s voor flexbureaus

Gevraagd naar praktische tips voor flexbureaus wijst Van der Wiel op de essentiële rol van intercedenten en jobcoaches. Allereerst is – zoals veel vaker – bewustwording van het probleem van groot belang. Vervolgens kunnen intercedenten helpen het benutten van het onbenutte arbeidspotentieel. “Zij zouden in hun gesprekken met kandidaten al goed moeten screenen. Is er iets aan de hand op het gebied van lezen en schrijven? Een belangrijk advies voor flexbureaus is dan ook dat ze het onderwerp ‘moeite met basisvaardigheden’ opnemen in het inwerktraject van iedere startende intercedent. Zij, en uiteraard ook de al langer werkzame intercedenten, moeten laaggeletterdheid gaan normaliseren in gesprekken met kandidaten. Dat wil zeggen: de vraag aan een kandidaat durven stellen of hij of zij bijvoorbeeld weleens moeite heeft met het begrijpen van informatie.”

Die vraag stellen is één, daarna iemand verder helpen is twee. “Als kandidaten erkennen dat ze lezen en schrijven een uitdaging vinden, kun je ze om te beginnen geruststellen met de mededeling dat ze zeker niet de enige zijn. En vragen of ze ervoor openstaan om, nu of later, geholpen te worden. Uiteindelijk kun je van alles doen om kandidaten concreet te helpen met het aanleren van basisvaardigheden. Zoals het geven van taallessen in je organisatie, of het doorverwijzen naar een Taalhuis van je gemeente.”

Opbrengst

Niet alleen voor intercedenten ziet Van der Wiel een belangrijke taak, maar zeker ook voor jobcoaches (“zij begeleiden de kandidaten immers op hun werkplek”) en het flexbureau als geheel. “Wij willen graag met de branche nadenken hoe de aanpak van laaggeletterdheid geborgd kan worden in de driehoek flexbureau-inlener-kandidaat. Het verdienmodel is er nu op gericht om mensen zo snel mogelijk ergens te plaatsen, daar zijn de drie partijen bij gebaat. Gerichte aandacht voor laaggeletterdheid kan echter veel problemen voorkomen.”

Op tal van andere manieren kan en wil Stichting Lezen en Schrijven flexbureaus helpen. “Vanuit Taal werkt! kun je als flexbureau 8 uur gratis ondersteuning krijgen. We kunnen je dan adviseren hoe je moeite met basisvaardigheden bespreekbaar kunt maken. Of hoe je je informatie, zoals je werkinstructies, toegankelijk maakt. Of hoe je het onderwerp verankert in je HR-beleid. En ga zo maar door.”

Van der Wiel erkent dat al deze extra aandacht voor een kandidaat tijd (en geld) kan kosten. “Maar als je er conflicten, verzuim, verloop en ontslag mee kunt voorkomen, dan levert het je onderaan de streep veel meer op. En niet alleen jou als flexbureau, maar ook de inlener en de kandidaat.”

Lokaal, regionaal, landelijk

Stichting Lezen en Schrijven is al twintig jaar specialist op het gebied van laaggeletterdheid in Nederland. Ester van der Wiel: “We kennen laaggeletterden en weten waar ze tegenaan lopen. We spreken verschillende talen: die van mensen die moeite hebben met basisvaardigheden én die van overheid en instanties. We zijn lokaal en regionaal actief in vele gemeenten en arbeidsmarktregio’s. Dat wat lokaal speelt, kunnen we dankzij ons netwerk agenderen in landelijke netwerken, politiek en media.” Geïnteresseerde flexbureaus kunnen contact opnemen via Lezenenschrijven.nl.

Over Auteur

Redacteur Flexmarkt

Reageren is niet mogelijk.