De huisvesting van arbeidsmigranten staat al jaren onder druk, maar is de afgelopen twee jaar definitief doorgedrongen tot het hart van het politieke en maatschappelijke debat. Nieuwe wetgeving, toenemende aandacht voor misstanden en een veranderende rol voor uitzendorganisaties zetten de sector in beweging. Volgens Jaap Uijlenbroek, CEO van bemiddelingsplatform Lento.eu, is de richting helder, maar zit de complexiteit juist in de uitvoering. “Je kunt voor of tegen arbeidsmigratie zijn, maar voor de mensen die hier zijn, moet je het gewoon goed organiseren.”
Lento.eu positioneert zich als digitale schakel in de huisvesting van arbeidsmigranten. Uijlenbroek: “Wij zijn een bemiddelingsplatform. Iemand die een locatie beschikbaar wil stellen, kan die op Lento invoeren met foto’s, prijs en voorwaarden. Dat maakt huisvesting transparant. Partijen die geïnteresseerd zijn kunnen reageren, het contract afsluiten en wij verzorgen vervolgens ook de financieel-administratieve afhandeling.” De huurgelden lopen daarbij via een aparte beheerrekening. “Wij innen de huur bij de aanhuurder en dragen die dezelfde dag nog af aan de verhuurder.”
Ook richting de arbeidsmigrant zelf is transparantie een kernprincipe. Zodra iemand op een kamer wordt geplaatst, wordt automatisch een huurovereenkomst gegenereerd waarin het prijs-kwaliteitssysteem (PKS) van de uitzend-cao is verwerkt. “Je ziet hoeveel punten de woning heeft en wat de maximale huurprijs is. Daarmee weet de arbeidsmigrant dat het een eerlijke en evenwichtige overeenkomst is, compliant en zonder gekke voorwaarden.”
Lees ook: Kabinet verkort wachttijd: kansrijke asielzoekers sneller aan het werk
Geboren uit het advies Roemer
De oorsprong van Lento ligt in het rapport Geen tweederangs burgers van Emile Roemer, oud-fractievoorzitter SP, uit 2020. Uijlenbroek gaf destijds leiding aan het team dat het advies schreef. “Het doel van Lento is om marktpartijen instrumentarium te geven, zodat ze ook echt kunnen voldoen aan de eisen uit dat advies.” Het rapport vormt nog altijd de basis voor het huidige beleid. “Sindsdien zie je dat elk nieuw kabinet zegt: we gaan verder met Roemer. Het is een breed gedragen advies. Je mag voor of tegen arbeidsmigratie zijn, maar de mensen die hier zijn moet je goed behandelen.”
Van advies naar dagelijkse praktijk
Wat de afgelopen twee jaar vooral is veranderd, is dat de aanbevelingen uit het Roemer-advies nu daadwerkelijk worden vertaald naar wetgeving en uitvoering. “De grootste verandering is de implementatie van wetgeving in het verlengde van Roemer. De Wet goed verhuurderschap is daar een voorbeeld van, net als de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta).” Voor platforms en marktpartijen betekent dat voortdurend bijsturen. “De Wet goed verhuurderschap legt extra administratieve verplichtingen op, zoals informatieplichten richting huurders. Dat faciliteren wij, omdat die informatie al in het proces zit. Als je via Lento werkt, moet je erop kunnen vertrouwen dat het conform regelgeving is.” Soms schuift de politiek tot het laatste moment. “Dan moet je dat meteen goed doorvoeren.”
Lees ook: Recruitmentstrategieën op de schop: hoe flexbureaus inspelen op een veranderende arbeidsmarkt
Looninhouding: voordeel voor werknemer, risico voor afhankelijkheid
Een thema dat sterk raakt aan de afhankelijkheidsrelatie tussen werkgever en werknemer is looninhouding. Uijlenbroek laat zien waarom het zo’n typisch ‘tweekantendossier’ is. “Enerzijds heeft het voordeel voor de arbeidsmigrant dat hij achteraf zijn huur betaalt. Hij heeft een maand gewerkt, krijgt in zijn laatste week loon en dan wordt de huur van die maand ingehouden. Normaal is huurbetaling vooraf. Dus als je dat afschaft, moet de arbeidsmigrant een extra maand in één keer op tafel leggen.”
Tegelijk is de kern van het beleid juist om wonen en werken te ontkoppelen. “De andere kant is heel legitiem: doordat jouw werkgever jouw woning heeft georganiseerd en je huur wordt ingehouden op je loon, is wonen en werken wel heel erg aan elkaar verbonden. Dat maakt de afhankelijkheidspositie van de arbeidsmigrant groot. Het beleid zegt: die afhankelijkheid moet doorbroken worden: wonen en werken heel consequent scheiden.” De afweging is politiek, benadrukt hij, en de praktijk moet zich daar op aanpassen. “Die twee kanten moet je politiek wegen. Eerst wel afschaffen, toen nog niet… het is uitstel, lijkt het. Ik verwacht dat het gaat gebeuren, omdat het grote beleid gericht is op het scheiden van wonen en werken, en het verkleinen van de afhankelijkheid.”
Arbeidsmigratie in Europees perspectief
In het publieke debat lopen arbeidsmigratie en andere vormen van migratie nog vaak door elkaar. Volgens Uijlenbroek vertroebelt dat de discussie. “Arbeidsmigranten met een Europees paspoort zijn gewoon mede-Europeanen, met precies dezelfde rechten en plichten als iemand met een Nederlands paspoort. Het vrije verkeer van arbeid is een kernprincipe van de Europese Unie.” Dat beperkt ook de directe sturingsmogelijkheden van Den Haag. “Je kunt Europese arbeidsmigratie niet rechtstreeks beïnvloeden. Je kunt alleen indirect sturen, via randvoorwaarden zoals huisvesting.”
Juist bij die indirecte sturing liggen risico’s op de loer. Uijlenbroek: “Bij elke maatregel moet je nadenken: wat is het perverse effect? Dat is er namelijk altijd. De oplossing van vandaag is het probleem van morgen.” Te strenge of beperkende maatregelen kunnen volgens hem averechts uitpakken. “Als er te weinig plekken zijn, krijgen malafide partijen juist meer ruimte voor uitbuiting.”
“In het maatschappelijk debat zijn ontsporingen leidend in de beeldvorming.”
Bedrijvigheid koppelen aan huisvestingsbeleid
Een structureel knelpunt ziet Uijlenbroek bij gemeenten, waar nieuwe bedrijvigheid vaak onvoldoende wordt gekoppeld aan huisvestingsbeleid. “Als je nieuwe bedrijvigheid ontwikkelt en daar bijvoorbeeld vijfhonderd mensen voor aantrekt, dan weet je dat die mensen ergens moeten wonen, naar de huisarts willen en misschien kinderen hebben die naar school gaan”, vervolgt Uijlenbroek. “Die impactanalyse wordt nu vaak niet of nauwelijks gemaakt.” Dat leidt tot voorspelbare problemen. “In het begin lukt het altijd wel, maar als het doorgroeit, ontstaat het echte probleem.”
Wie is verantwoordelijk?
Uijlenbroek stelt dat je dit niet bij één verantwoordelijke partij kan neerleggen, omdat het een breed probleem is met veel deelverantwoordelijkheden. “De gemeente heeft een beleidsmatige rol, maar bouwt niet zelf. Werkgevers scheppen nieuwe bedrijvigheid. Huisvesters willen woonlocaties ontwikkelen. Provincies stellen de kaders voor het ruimtelijke beleid. Je moet regisseren dat de groei van bedrijvigheid en huisvesting gelijk opgaat”, zegt hij. Professionele huisvesters zouden daarbij structureel moeten worden betrokken.
Lento werkt alleen met bonafide partijen, vertelt Uijlenbroek. “In het maatschappelijk debat zijn ontsporingen leidend in de beeldvorming. En wij willen juist bonafide partijen op ons platform. Partijen die er een potje van maken: niet dus. We hebben ook dat we af en toe partijen weren.” Hoe herken je die? “Bijvoorbeeld: huisvesting wordt veel mooier voorgesteld dan die is. Of: niet tijdig beschikbaar stellen volgens afspraak en dan dubbel proberen te verhuren. Dan kan het gewoon niet. Dat is niet de bedoeling.”
Wtta als kantelpunt voor de sector
De Wtta ziet Uijlenbroek als een belangrijk instrument, vooral door de nadruk op ketenverantwoordelijkheid. “Ik denk dat de Wtta daar goede stappen in zet”, beaamt hij. “En wat daar een belangrijk onderdeel van is: echte ketenverantwoordelijkheid. Je moet niet alles bij de overheid neerleggen, want die kan dat helemaal niet waarmaken.” De rol van de inlener is daarin cruciaal. “De inlener heeft er belang bij dat het netjes gebeurt. Als het op een onbehoorlijke manier gebeurt waardoor het goedkoper is, plukt de inlener daar ook de vruchten van. Dat is oneerlijke concurrentie. Bonafide partijen lijden daaronder. Dus die ketenverantwoordelijkheid veel strakker inzetten: dat is heel effectief.”
Wat werkt in de praktijk?
Goede huisvesting draait vooral om schaal en beheer, vindt hij. “Middelgrote locaties met 24/7 beheer werken het best. Groot genoeg voor professioneel beheer, maar niet zo groot dat massaliteit op zichzelf al overlast veroorzaakt.” Goed beheer voorkomt ook weerstand in buurten. “Als mensen hier tijdelijk zijn, bemoeien ze zich minder met hun omgeving. Dat is begrijpelijk. Dan moet je het zo organiseren dat overlast wordt voorkomen en indien het gebeurt, meteen het probleem oplossen.”
Een nieuwe rol voor uitzenders
De uitzendbranche is momenteel de grootste zakelijke aanhuurder op het platform, maar de rol van uitzenders in huisvesting staat onder druk, ook door komende wetgeving. “Er gaat nog forse verandering komen op het huisvestingsbeleid. Het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) is aan het nadenken over wat nou een goede huurovereenkomst is voor arbeidsmigranten. Nieuwe wetgeving treedt waarschijnlijk per 1 januari 2028 in werking.”
Daarmee komt de strategische vraag op tafel: wil je als uitzender nog in de huurrelatie zitten? “Uitzenders zijn aan het nadenken: wat voor rol wil ik nog hebben in die huisvestingsrelatie? Wij hebben een model waarbij je wel organiseert, maar niet meer in de huurrelatie zit. Je doet een reservering, maar daarna ontstaat de huurrelatie tussen arbeidsmigrant en verhuurder, niet met de werkgever.”
Uijlenbroek vergelijkt het met een hotel: faciliteren zonder afhankelijkheid te vergroten. “Het positieve is: je hoeft niet te zoeken naar een plek. Het negatieve is de afhankelijkheid. Hoe hou ik het positieve overeind en schakel ik het negatieve uit? Dan kom je op dit soort modellen uit.”
Oproep aan de flexbranche
Zijn boodschap aan de sector is helder: “Wees je bewust van alle veranderingen die eraan komen en denk na hoe je je businessmodel daarop aanpast.” Daarbij benadrukt hij waar de kern ligt. “Uitzenders zijn huisvesting erbij gaan doen omdat het nodig was, maar hun core business blijft het matchen van mensen en werk. Huisvesting vraagt om professionalisering en samenwerking.”
Lees ook: Nieuwe Werkcentra moeten match tussen werkzoekenden en werkgevers versnellen