Als de Wtta in werking treedt, gaat die grote impact hebben op uitzendorganisaties. Wordt aansluiting voor een uitzendorganisatie bij een backofficepartij dan interessanter? Wat zeggen backofficepartijen daarover, en wat vinden de bonden?
Tijdens de Olympische Spelen in Parijs hebben we het afgelopen zomer allemaal kunnen zien. De hindernissen geven de discipline van het hordelopen een nog zwaarder karakter dan de klassieke sprint. De Wet toelating terbeschikkingstelling arbeidskrachten (Wtta) kan zo aanvoelen voor veel flexbureaus. De wetgever gaat drempels aanbrengen die het lastiger maken om toegelaten te worden tot de markt.
Over die wetgever gesproken, aan het begin van dit artikel is een pas op de plaats nodig. Want er is weliswaar veel rumoer rond de Wtta, maar het wetgevingsproces is nog in volle gang. Stand van zaken: op 4 november 2024 staat een plenair parlementair debat over de Wtta op het programma. En daarna moet er nog een stemming plaatsvinden. Het is dus nog geen zekerheid dat de wet er komt, maar voor het gemak gaan we ervan uit.
Waarborgsom
De NBBU is als sociale partner nauw betrokken geweest bij de totstandkoming van het wetsvoorstel. Uiteraard staat de brancheorganisatie achter de introductie van een toelatingsstelsel. Dit betekent volgens directeur Marco Bastian echter niet dat hij het ook met alle punten van het wetsvoorstel eens is. “Wij zijn bijvoorbeeld fel tegenstander van de waarborgsom, zeker omdat die voor mkb’ers en starters een hoge drempel opwerpt. Starters met frisse ideeën worden flink beperkt in hun bedrijfsactiviteiten, wat de innovatie in de sector tegengaat. Daarnaast blijft de uiteindelijke handhaving door de Arbeidsinspectie een punt van aandacht.”
Ook de ABU vindt het een goede zaak dat er een vorm van regulering komt, zegt directeur Jurriën Koops. “Wij hebben ooit gepleit voor verplichte certificering. Er is gekozen voor een andere vorm, het is prima dat er strenge regels komen voor toetreding tot de sector. Wel hebben we zorgen over de handhaving, maar zeker ook de uitvoerbaarheid en betaalbaarheid.”
De ABU vraagt zich bijvoorbeeld af of het doel van de Wtta – aanpak van malafide bureaus en bescherming van bonafide uitzenders – wel wordt bereikt. “Aan de ene kant geldt dat we best wat meer van bonafide ondernemingen mogen vragen, maar de normenset moet wel beheersbaar blijven; ze moeten wel gewoon kunnen blijven uitzenden. Niet bij elk incident moet meteen een nieuwe regel aan de set worden toegevoegd. En aan de andere kant moeten malafide organisaties geen vrij spel krijgen. Wie garandeert me dat uitzenders die hun toelating verliezen – en dat zullen er jaarlijks honderden zijn – hun activiteiten daadwerkelijk staken? Bij de ABU pleiten we voor het met voorrang controleren van dergelijke bureaus door de NLA.”
Kansen
Backofficepartijen ruiken hun kansen als de Wtta er komt. Zij zeggen namelijk alle horden voor flexbureaus te kunnen wegnemen. “Door de Wtta gaat nog meer papieren rompslomp op flexbureaus afkomen”, zegt Gert-Jan Butter, commercieel directeur van Flexpedia. “Denk alleen maar aan nog meer audits. En ze moeten ook nog eens een flinke som geld neertellen, wat zeker voor nieuwe toetreders echt pittig is. Als je dit alles uitbesteedt aan ons als backofficepartij, regelen wij dat allemaal voor je. Onze klanten zullen op die manier niets van de Wtta gaan merken.”
Omdat Flexpedia al compliant is, voldoet aan alle wet- en regelgeving, hoeft het weinig voorbereidingen te treffen voor de Wtta. “We moeten ons te zijner tijd alleen aanmelden om toegelaten te worden. En we moeten huidige en mogelijk nieuwe klanten op de hoogte brengen van onze dienstverlening. Uiteindelijk verwacht ik dat wij door de Wtta verder groeien, dat we nog meer de wind in de zeilen krijgen.”
Hoe positief Butter ook is over de boost die de Wtta aan zijn organisatie zal geven, hij wil net als de NBBU en de ABU een kritische noot kraken. “Ik vind de Wtta niet prettig voor kleinere uitzenders en nieuwe toetreders, heb echt met hen te doen. Ik werk nu zeventien jaar in de flexbranche en heb die leren kennen als uiterst innovatief. Door de drempels van de Wtta verwacht ik dat er straks minder nieuwe, innovatieve toetreders zullen komen en dat is schadelijk voor de sector als geheel. Hoe goed het doel van de wet ook is, ik denk dat flexondernemers met minder administratieve lasten zouden zijn opgezadeld wanneer we als sector zélf een oplossing voor het probleem hadden mogen bedenken.”
License to operate
Andere backoffice-organisaties laten een soortgelijk geluid klinken over de kansen die de Wtta biedt. Zo zegt Dennis de Goeij, algemeen directeur van HelloFlex People: “De Wtta leeft nog niet bepaald bij onze klanten. Wat mij betreft zijn er ook nog te veel onzekerheden rond de komst ervan. Pas als de wet er is, en er gehandhaafd gaat worden, gaan in eerste instantie de inleners goed letten op met wie ze zakendoen. Vanaf dat moment zal de Wtta gaan leven bij de uitzendbureaus. Uiteraard zijn wij er dan om ze te helpen. Het is immers onze corebusiness om ervoor te zorgen dat uitzendbureaus compliant zijn. Of het nu starters zijn, of uitzenders met onvoldoende auditervaring, wij vormen hun license to operate.’
Diederik Keverling Buisman, operationeel directeur van BackOfficer, is het met De Goeij eens. “Uitzenders die aanhikken tegen die waarborgsom of de certificeringsmangel kunnen eigenlijk maar één ding doen: hun backoffice uitbesteden. Met BackOfficer zitten wij allang in die molen, werken al jaren volgens het kader van de Wtta, zijn al compliant. Wij zorgen ervoor dat we het juridisch werkgeverschap van de uitzenders overnemen, zodat zij zich kunnen richten op het bij elkaar brengen van vraag en aanbod.”
Door alle wetten en regels ziet De Goeij sowieso steeds meer bestaansrecht voor backoffice-partijen. “Voor uitzenders, zeker voor de kwetsbare mkb’ers, wordt het steeds complexer om alle wet- en regelgeving te blijven volgen, nog los van de Wtta. Het loont dan om je backoffice uit te besteden aan een organisatie met kennis en ervaring op dat gebied.” Keverling Buisman vult aan: “Ook voor de handhaving van wet- en regelgeving is het prettig als uitzenders zich aansluiten bij een backofficepartij. Voor de Arbeidsinspectie is het veel beter te behappen om één backofficeorganisatie te controleren dan honderd uitzendbureaus.”
Meer specialisatie
Hoe denken de brancheorganisaties eigenlijk over dit alles? Wordt aansluiting voor een uitzendorganisatie bij een backofficepartij inderdaad interessanter als de Wtta er komt? Volgens NBBU-directeur Bastian kan dat voor sommige flexbureaus zeker het geval zijn. “Te weten voor die uitzenders die de drempels van de Wtta straks niet kunnen of willen nemen. Als een backofficepartij deze hindernissen voor ze kan weghalen, kan het interessant zijn een samenwerking aan te gaan. Dan kan de uitzender zelf doen waar hij goed in is, door de focus te richten op bijvoorbeeld werving en selectie. Zo ontstaat er meer specialisatie en meer professionaliteit in de markt.
“Los van de Wtta zijn er altijd kansen voor backofficers in de markt die compliant zijn. Want als je kwaliteit levert, beperk je de risico’s van anderen en zullen partijen in deze sector graag met je willen samenwerken. Die behoefte aan kwaliteit en risicobeperking gaat toenemen als in de toekomst meer wordt gecontroleerd op het werken volgens de Wtta.”
ABU-directeur Koops trekt het iets breder: “Van uitzenders wordt steeds meer gevraagd, denk aan compliance. Elke partij die daarbij kan helpen, ook bij het administratief ontzorgen van uitzenders, kan van grote waarde zijn. Of dat nu een softwareleverancier, een accountant of een backofficeorganisatie is.”
Verplichte toelating voor alle bureaus
Nu is er sprake van een privaat certificeringsstelsel (SNA), ontstaan vanuit de wens tot zelfregulering binnen de uitzendsector. En met als doel inleners en uitzendkrachten te beschermen tegen malafide praktijken en risico’s. Dat gaat plaatsmaken voor een publiek toelatingsstelsel: de Wtta, waarvan het wetgevingsproces nog loopt. De Wtta komt erop neer dat de minister straks bepaalt welke flexbureaus worden toegelaten tot de markt, en dus arbeidskrachten mogen bemiddelen. De verplichte toelating gaat gelden voor alle bureaus, of dit nu uitzenders, detacheerders of payrollers zijn. Inleners mogen ook enkel gebruikmaken van toegelaten flexbureaus.
Om toegelaten te worden, moeten flexbureaus aan alle voorwaarden van de Wtta voldoen, zoals een inschrijving in het Handelsregister van de KvK en een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) voor rechtspersonen. Minstens zo belangrijk is dat ze in de eerste vier jaar van hun bestaan financiële zekerheid moeten stellen door een waarborgsom van 100 duizend euro te storten (of in het geval van starters 50 duizend euro voor de eerste zes maanden). Daarnaast moeten de bureaus aantoonbaar voldoen aan het verplichte normenkader, waarvan het bestaande normenkader van de Stichting Normering Arbeid (SNA) een groot deel uitmaakt (NEN 4400-1).
Naar verwachting wordt de Wtta per 1 januari 2026 ingevoerd. De toelatingsplicht gaat vervolgens in op 1 januari 2027. Wie geen toelatingscertificaat heeft, wordt beboet. Voor flexbureaus is het belangrijk om uiterlijk 30 juni 2026 een aanvraag in te dienen. En zich voor deze datum bijvoorbeeld vrijwillig te laten certificeren door de SNA, omdat die certificering als basis dient voor toelating.
Lees ook: FlexForward over DBA, WTTA, AI en opleiden: er komt veel op flexondernemers af