Waarom flexkrachten langer ziek blijven dan vaste medewerkers: wat de stressfysiologie ons leert

0

“Flexmarkt rapporteerde eerder dit jaar dat stress en griep opnieuw de belangrijkste oorzaken van ziekteverzuim waren in 2025. Marcel Reijmers rekende op deze plek al eens voor dat er zeventien actieve uitzendkrachten nodig zijn om de loondoorbetaling van één zieke flexkracht te dekken, en met de cao-aanpassing van juli 2023 (90% loondoorbetaling, ook bij uitzendovereenkomsten met uitzendbeding) plus de gelijktrekking van vast en flex per 2026 wordt elk verzuimtraject duurder. Tegelijk loopt al langer het signaal mee dat mensen met een tijdelijk contract gemiddeld langer ziek blijven dan collega’s met een vaste aanstelling.”

Door Jaap Leemeijer MSc, psychosomatisch fysiotherapeut

“In het publieke debat over flexverzuim ligt de nadruk vrijwel altijd op cijfers, beleid en re-integratiestappen. Wat zelden besproken wordt, is wat er ondertussen ín het lichaam van een flexkracht gebeurt. Dat fysiologische verhaal verklaart waarom flexverzuim hardnekkiger is dan veel werkgevers verwachten. Voor uitzendorganisaties, inleners en casemanagers is dat een blinde vlek met directe operationele gevolgen.”

Baanonzekerheid is fysiologisch, niet alleen emotioneel

“Als psychosomatisch fysiotherapeut zie ik dagelijks dat chronische baanonzekerheid zich vastzet in het autonome zenuwstelsel. Dat klinkt abstract, maar het is concreet meetbaar. Het autonome zenuwstelsel kent twee takken. De sympathische tak is activerend, gericht op alertheid en handelen. De parasympathische tak is herstellend, gericht op rust, spijsvertering en slaap. In een gezond ritme wisselen die elkaar af: sympathisch aan gedurende de werkdag, parasympathisch overheersend in de avond en nacht.

Wat het lichaam doet met onzekerheid begrijp je het beste door te weten dat ons stresssysteem niet evolutionair ontworpen is om langdurige, abstracte dreigingen te verwerken. Het systeem reageert oorspronkelijk op acute, fysieke gevaren (de spreekwoordelijke tijger in de bosjes) en schakelt na de dreiging weer uit. Wat de mens uniek maakt is dat onze hersenen diezelfde respons kunnen activeren bij denkbeeldige of toekomstige dreigingen. Een gedachte als “ik weet niet of ik volgende maand nog werk heb” wordt door het lichaam letterlijk vertaald in dezelfde fysiologische respons als een acute bedreiging: cortisol omhoog, hartfrequentie omhoog, spierspanning omhoog. Het verschil is dat de denkbeeldige dreiging blijft staan, ook ’s avonds, ook in het weekend, ook tijdens een rustige zondagochtend op de bank.”

Lees ook: Onderzoek: vertrouwen in aanpak loonkloof blijft beperkt

 

“Dat is geen interpretatie, het is meetbaar. Onderzoek van Näswall en collega’s liet al zien dat mensen met aanhoudende baanonzekerheid verhoogde cortisolwaarden hebben. In Nederlandse data van het Trimbos-instituut (de NEMESIS-2 studie onder ruim 3600 werknemers) bleek baanonzekerheid bovendien de sterkst voorspellende werkfactor voor psychische klachten: werknemers die onzeker zijn over hun baan hebben twee keer zoveel kans op psychische problemen als werknemers met baanzekerheid. Sterker zelfs dan factoren als hoge taakeisen of weinig autonomie. Een Duitse panelstudie met meer dan 12.000 deelnemers voegde daar een nog ongemakkelijker bevinding aan toe: zelfs nadat de baanonzekerheid is opgeheven, herstelt de gezondheid niet volledig. Mensen die jarenlang in onzekerheid hebben gewerkt, dragen die fysiologische last mee, ook als ze later een vast contract krijgen.

Wat hier fysiologisch gebeurt, noemen onderzoekers allostatische belasting: de prijs die het lichaam betaalt voor langdurige aanpassing aan een omgeving die nooit helemaal veilig voelt. Hartslag in rust ligt hoger, slaap wordt oppervlakkiger, herstel na inspanning duurt langer. Het zenuwstelsel verleert om écht laag te zakken, omdat het systeem geleerd heeft dat ontspanning kostbaar kan zijn.

Voor een vaste medewerker met een tijdelijke piek aan werkdruk herstelt dat systeem zich meestal vanzelf zodra de piek voorbij is. Voor een flexkracht is er geen “voorbij”: de onzekerheid is structureel. Dat is geen psychologische zwakte, het is een fysiologische realiteit met meetbare biologische ankers.”

Waarom flexverzuim langer duurt

“Wanneer iemand zich ziek meldt met stressklachten of beginnende burn-outverschijnselen, gaat het herstel niet alleen over de psychische diagnose. Er ligt onder die diagnose vrijwel altijd een ontregeld zenuwstelsel dat heeft geleerd om “altijd aan” te staan. Dat zenuwstelsel kun je niet uitpraten. Een rustgesprek met de bedrijfsarts, een week vrij, of een herplaatsing in een andere opdracht zijn waardevolle interventies, maar ze adresseren niet rechtstreeks de fysiologische dysregulatie die eronder ligt.

Bij vaste medewerkers werkt de klassieke verzuiminterventie vaker dan bij flexkrachten. Niet omdat vaste medewerkers veerkrachtiger zijn, maar omdat hun basislijn vóór de uitval doorgaans gunstiger was. Een flexkracht stapt het verzuim in met een zenuwstelsel dat al maandenlang in een verhoogde sympathische stand staat. De herstelcurve start dus op een lager punt en verloopt trager. Voeg daar het tweede-orde-effect aan toe (de baanonzekerheid wordt door de ziekmelding zelf vaak nog groter, omdat de huidige opdracht in gevaar komt), en je krijgt het patroon dat Flexmarkt en andere bronnen al langer signaleren: langere uitval, vaker recidive.”

“Een gezonde flexkracht zit op werkdagen in het bovenste deel van zijn venster en zakt ’s avonds terug naar het midden.”

Het Window of Tolerance als praktisch model

Een bruikbaar model om dit bespreekbaar te maken in een intercedenten- of casemanagersgesprek is het Window of Tolerance. Stel je een venster voor waarbinnen iemand effectief functioneert: alert genoeg om te presteren, ontspannen genoeg om te herstellen. Boven het venster zit hyperarousal: geprikkeld, geagiteerd, slecht slapend. Onder het venster zit hypoarousal: leeg, afgevlakt, traag schakelend.

Een gezonde flexkracht zit op werkdagen in het bovenste deel van zijn venster en zakt ’s avonds terug naar het midden. Bij chronische stress wordt het venster smaller en blijft iemand vaker erbuiten hangen. Voor een intercedent of casemanager is dit relevant omdat het je een gemeenschappelijke taal geeft die niet medisch is, maar wel inzichtelijk: niet “je bent overspannen” maar “je venster is op dit moment smal, wat helpt om dat weer wat ruimer te krijgen?”

Drie vroege signalen die zichtbaar zijn vóór de ziekmelding

“Voor wie regelmatig 1-op-1 gesprekken voert met flexkrachten zijn er drie signalen die wekenlang vóór een ziekmelding al herkenbaar zijn.

Slaap. Niet hoe lang iemand slaapt, maar hoe iemand zich ’s ochtends voelt. “Wakker worden alsof je nog geen oog dichtgedaan hebt” is een sterker signaal dan een verkort aantal uren. Het wijst op een nacht waarin de sympathische tak te weinig terrein heeft afgestaan.

Ademhaling. Een versnelde, oppervlakkige ademhaling (vooral hoog in de borst) is bij langdurig gestreste mensen vaak zichtbaar zonder dat ze het zelf merken. Korte, opgejaagde zinnen in een gesprek wijzen er soms ook op.

Irritatiedrempel. Iemand die normaal soepel reageert op een verschuiving in planning of opdracht en plotseling kortaf wordt, geeft een signaal dat het venster smaller is geworden. Het is geen karakterverandering, het is fysiologische uitputting van het regulatiesysteem.

Geen van deze signalen is op zichzelf reden voor een interventie. Twee of drie tegelijk, opgemerkt over enkele weken, vormen wel reden voor een rustig check-in-gesprek.”

Wat een uitzendorganisatie kan toevoegen, zonder buiten haar rol te treden

“Uitzenders en inleners hoeven geen therapie aan te bieden. Dat is niet hun rol en dat moeten ze ook niet willen worden. Maar er zijn enkele aanvullingen op het bestaande verzuimprotocol die het verschil maken tussen een korter en langer ziektetraject.

Ten eerste: vroeger signaleren. De drie signalen hierboven kunnen onderdeel worden van de bestaande gesprekscyclus, zonder dat er een formeel instrument bij komt. Een intercedent die getraind is in waar op te letten, vangt klachten op in een fase waarin een lichte koerswijziging nog werkt.

Ten tweede: doorverwijsroutes klaar hebben liggen. Wanneer signalen opstapelen, is een snelle route naar bedrijfsarts of arbo-professional waardevoller dan welke interne actie ook. De infrastructuur die de flexbranche hiervoor heeft (Stichting Arbo Flexbranche, Doorzaam, branche-cao-afspraken) wordt nog onderbenut omdat de signaalroute er vaak niet bij past.

Ten derde: ruimte maken voor lichaamsgerichte interventie tijdens re-integratie. Een fysiologisch ontregelde flexkracht herstelt sneller als naast het cognitieve en sociale spoor ook expliciet aandacht is voor ademhaling, slaap en autonome regulatie. Dat hoeft niet door de uitzender geleverd te worden. Wel kan de uitzender de route ernaartoe openhouden en in gesprek normaliseren.”

Tot slot

“Flexverzuim is geen mysterie en geen karakterkwestie. Het is voor een belangrijk deel het gevolg van een zenuwstelsel dat zich heeft aangepast aan structurele onzekerheid en dat na een ziekmelding meer tijd nodig heeft om weer in balans te komen dan een klassiek verzuimprotocol toelaat. Voor uitzenders en inleners die hun verzuimcurve serieus willen verkorten, ligt de winst niet in nóg meer cognitieve interventies, maar in vroege signaalherkenning en in het serieus nemen van het lichaam als onderdeel van het herstelpad.

De redactie van Flexmarkt benoemt zelf herhaaldelijk dat werkgevers kennis over verzuim missen. Dit is een deel van die kennis dat nog te vaak buiten beeld blijft.”

Jaap Leemeijer MSc is psychosomatisch fysiotherapeut (BIG-geregistreerd, KNGF) met een praktijk in ‘s-Hertogenbosch. Hij behandelt mensen met burn-out, aanhoudende lichamelijke klachten en stress-gerelateerde signalen, en publiceert over deze thema’s op psychosomatischefysio.nl en burnout-help.nl.

Lees ook: Generatiekloof in flexmarkt: waarom jong en oud elkaar harder nodig hebben dan ooit

Over Auteur

Redacteur Flexmarkt

Reageren is niet mogelijk.