De hervatte handhaving op schijnzelfstandigheid door de Belastingdienst leidt tot grote onrust onder zelfstandigen. Sinds 1 januari dit jaar ziet bijna één op de vijf zzp’ers (19 procent) zichzelf mogelijk genoodzaakt te stoppen als zelfstandige. Dat blijkt uit onderzoek van Bovib, HeadFirst Group, NBBU, PZO, RIM, SoloPartners, Temper en YoungOnes onder bijna 2.300 zzp’ers.
Voor meer dan de helft van de ondervraagden (58 procent) is het onduidelijk of zij volgens de huidige wet- en regelgeving nog als zelfstandige mogen werken. Vooral in de sectoren engineering & techniek (80 procent), onderwijs (79 procent) en management & organisatie (77 procent) heerst veel onzekerheid.
Opdrachtgevers twijfelen
De onduidelijkheid treft niet alleen zzp’ers zelf, maar ook hun opdrachtgevers. Twee op de vijf zelfstandigen (38 procent) geven aan dat er bij opdrachtgevers twijfel bestaat om hen nog in te huren. Vooral zzp’ers met twee tot vijf opdrachtgevers ervaren dit probleem (43 procent). In de zorg (38 procent) en ICT (37 procent) merken zelfstandigen vaker dat hun huidige opdrachtgever hen niet meer wil inhuren.
Minder opdrachten
Drie op de vijf respondenten (59 procent) zeggen dat hun opdrachten zijn afgenomen door de strengere controle. Dit speelt met name in de ICT (56 procent), HRM & P&O (53 procent) en de zorg (51 procent). Zzp’ers met één opdrachtgever (48 procent) en zelfstandigen met twee tot vijf opdrachtgevers (42 procent) geven eveneens aan opdrachten te verliezen.
Oproep tot duidelijkheid
De initiatiefnemers van het onderzoek benadrukken dat de resultaten aantonen hoe belangrijk het is dat politiek, beleidsmakers en bedrijven gezamenlijk werken aan een duidelijkere en eerlijkere arbeidsmarkt. Daarbij moet volgens hen de balans bewaard blijven tussen zelfstandig ondernemerschap en het waarborgen van autonomie. Alleen zo kan een toekomstbestendige arbeidsmarkt ontstaan, waarin zowel zelfstandigen als opdrachtgevers duidelijkheid hebben.
Lees ook: Vakcentrum en CBL waarschuwen voor gevolgen wetsvoorstel flexwerk