ING: herstel flexbranche komt traag op gang, lichte groei verwacht in 2026

0

Na twee jaren van daling lijkt de krimp in de flexbranche tot stilstand te komen. Volgens een nieuw rapport van ING is 2025 het jaar waarin het aantal uitzenduren stabiliseert. Een echte opleving laat echter nog tot 2026 op zich wachten.

“De marktomstandigheden blijven uitdagend, maar de bodem lijkt bereikt”, zegt Katinka Jongkind, econoom Services, Retail & Leisure bij ING.

Einde aan daling aantal uitzenduren

De Nederlandse flexmarkt, bestaande uit uitzendbureaus, detacheerders, arbeidsbemiddelaars en payrollers, kende de afgelopen twee jaar forse krimp. In 2025 stabiliseert het aantal uitzenduren voor het eerst, terwijl in 2026 een lichte groei wordt verwacht. Ondanks een aantrekkende economie blijven bedrijven voorzichtig met het inhuren van flexibel personeel. Dat komt onder meer door geopolitieke spanningen, economische onzekerheid en strengere regelgeving.

Controle op schijnzelfstandigheid geeft impuls

Sinds begin 2025 is de Belastingdienst weer actiever gaan controleren op schijnzelfstandigheid. Dat pakt gunstig uit voor uitzenders en detacheerders. Veel werk dat voorheen door zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) werd gedaan, kan niet langer als zelfstandige worden uitgevoerd. Inlenende bedrijven bieden deze zzp’ers nu vaker een vast of flexibel contract aan of huren hen via een uitzend- of detacheringsbureau in.

Volgens cijfers van het CBS stopte in het tweede kwartaal van 2025 ruim een derde meer zzp’ers dan een jaar eerder. Van deze groep stapte iets meer dan de helft (vierenvijftig procent) over naar een vast of flexibel dienstverband, tegen zeven procentpunten minder in 2024.

Voor het eerst in twee jaar weer meer uitzendbanen

Het aantal uitzendbanen nam in het tweede kwartaal van 2025 voor het eerst in ruim twee jaar toe, met tienduizend banen. In 2023 en 2024 daalde dat aantal nog fors, met respectievelijk zesenvijftigduizend en negenendertigduizend banen. ING verwacht dat deze lichte stijging zich in de tweede helft van het jaar doorzet.

Structurele krapte blijft grootste uitdaging

De structurele personeelsschaarste blijft de belangrijkste rem op groei. Bijna de helft van de flexbedrijven ondervindt in het derde kwartaal van 2025 hinder van personeelstekorten, zowel intern als onder uitzendkrachten.
Deze krapte beperkt de instroom van nieuwe krachten en dus ook de groei van flexbedrijven. Steeds meer uitzenders investeren daarom in opleiding en training om personeel te werven en te behouden.

Tarieven stijgen met vijf procent

De tarieven in de flexbranche stijgen in 2025 naar verwachting met vijf procent. Dat is minder dan de forse stijging van ten minste zeven en een half procent in 2024. De hogere tarieven zijn vooral het gevolg van stijgende loonkosten en een langere ‘time-to-hire’. Ook vorig jaar stegen de cao-lonen gemiddeld met zes komma zes procent, de sterkste stijging in veertig jaar.

Nieuwe wetgeving maakt flexwerk duurder en minder flexibel

Naast de hervatte controle op schijnzelfstandigheid, krijgt de sector te maken met nieuwe wet- en regelgeving. De Wet meer zekerheid flexwerkers, die op 1 juli 2026 ingaat, moet het verschil tussen vaste en flexibele contracten verkleinen. Uitzendkrachten krijgen dan dezelfde arbeidsvoorwaarden als vaste werknemers, inclusief recht op een marktconform pensioen en een transitievergoeding.
Volgens Jongkind betekent dit dat uitzendwerk “steeds meer beperkt zal worden tot ‘ziek en piek’-situaties” en dus minder inzetbaar is voor structureel werk.

Daarnaast zorgt de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wet TTA) voor extra kosten. Uitzenders mogen straks alleen nog personeel ter beschikking stellen als zij een certificaat hebben. Daarvoor moeten zij aantonen dat zij het juiste loon betalen, belastingen afdragen en een waarborgsom van honderdduizend euro storten. Hoewel dit misstanden moet tegengaan, verhoogt het ook de toetredingsdrempel voor nieuwe spelers.

De Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (VBAR), opvolger van de Wet DBA, moet bovendien meer duidelijkheid bieden over arbeidsrelaties, al is nog niet bekend wanneer deze van kracht wordt.

Sector in transitie

De ING-econoom benadrukt dat de flexbranche zich in een “transitiefase” bevindt. Economische onzekerheid, strengere regels en aanhoudende personeelstekorten zetten het traditionele verdienmodel onder druk.

Om toekomstbestendig te blijven, moeten flexbedrijven zich herpositioneren. Jongkind: “De kern van de dienstverlening moet verschuiven van bemiddeling naar bredere HR-dienstverlening.” Flexbedrijven kunnen hun toegevoegde waarde vergroten door zich te richten op opleiding, loopbaanbegeleiding en arbeidsmobiliteit, bijvoorbeeld voor vijftigplussers of praktisch geschoold personeel.

Door bedrijven te ontzorgen en te adviseren op HR-gebied ontstaat niet alleen een sterkere klantrelatie, maar ook een hogere toegevoegde waarde.

Lees ook: Kwart Nederlanders werkt onder hun opleidingsniveau, vooral jongeren

Over Auteur

Redacteur Flexmarkt

Reageren is niet mogelijk.