Inspectie SZW houdt vast aan handhavingsbeleid Wml

0

De rechtbank in Den Haag heeft recentelijk geoordeeld dat er geen wettelijke basis is voor het handhavingsbeleid Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml). Toch lijkt het niet waarschijnlijk dat de Inspectie SZW met de controles hierop zullen stoppen.

Dat stelt Koen Withagen, associate bij Professionals in Flex.

Huisvesting buitenlandse uitzendkrachten
Volgens het  huidige handhavingsbeleid doet Inspectie SZW bij WML-controles ook onderzoek naar de verrekening van eventuele kosten. De werkgever mag maximaal 20% van het fulltime WML-loon of het fulltime WML-jeugdloon aan huisvestingskosten (huur, water- en energiekosten) verrekenen en maximaal 10% van het fulltime WML-loon aan zorgverzekeringspremie. Andere verrekeningen en inhouden die leiden tot een lager minimumloon zijn sowieso niet toegestaan. Vooral uitzendbureaus die buitenlandse uitzendkrachten moeten huisvesten, kunnen hier problemen krijgen. De grens van 20% is volgens Wilthagen lang niet altijd dekkend om de huisvestigingskosten te dekken.

NBBU: ‘blij met uitspraak’
Onlangs heeft de rechtbank in Den Haag geoordeeld dat er geen wettelijke basis is voor dit handhavingsbeleid. De NBBU is blij met deze rechterlijke uitspraak. ‘De handhaving schoot haar doel voorbij‘, zegt Fariël Dilrosun, hoofd juridische zaken bij NBBU. ‘Het is goed dat Inspectie SZW te hoge en onredelijke inhoudingen op het loon wil aanpakken. Maar dat doet Inspectie niet met deze handhaving. De juridische basis rammelt en Inspectie SZW kijkt te beperkt naar de Wet minimumloon.’

Hoge onkostenvergoeding

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) heeft echter aangekondigd in beroep te gaan tegen de uitspraak van de Haagse rechter. En zelfs al geeft de rechter in hoger beroep de minister nog niet gelijk, dan zal hij waarschijnlijk toch het handhavingsbeleid voortzetten, zo stelt Withagen.
Dit blijkt uit een brief van minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) aan de Tweede Kamer over de aanpak van schijnconstructies, waartoe zij ook forse inhoudingen en verrekeningen rekent. De Inspectie SZW zegt dat vanuit het buitenland gedetacheerde werknemers soms een basisloon ontvangen dat lager is dan het wettelijk minimumloon, met daarbovenop een onkostenvergoeding die zo hoog is dat het totaal ontvangen bedrag gelijk is aan ten minste het wettelijk bruto minimumloon. Financieel gezien kan dit voor de werkgever een voordelige constructie zijn omdat de onkostenvergoeding in het buitenland wordt belast, waar een lagere premiedruk geldt.

Wijziging van Wml
Via een wijziging van Wml wil de minister regelen dat de werkgever duidelijk maakt of de onkostenvergoeding een bestanddeel van het wettelijk minimumloon vormt of niet middels een specificatie daarvan op de loonstrook. Is de onkostenvergoeding bedoeld voor bijvoorbeeld reiskosten, huisvesting of voeding (en dat zal bij vanuit het buitenland gedetacheerde werknemers in de regel het geval zijn) dan is dit geen bestanddeel van het wettelijk minimumloon. Het oneigenlijke financiële voordeel dat ontstaat bij het laten verrichten van arbeid door vanuit het buitenland gedetacheerde werknemers, wordt daarmee beperkt.
Als het aan de minister ligt krijgt de Inspectie SZW de bevoegdheid om aan de werkgever die nalaat de bestemming van de onkostenvergoedingen op de loonstrook te vermelden, een bestuurlijke boete op te leggen.


Lees ook:

Over Auteur

redactieflexmarkt

De redactie van Flexmarkt zorgt er gezamenlijk voor dat jij op de hoogte blijft van inspirerende en vooral betrouwbare vakinformatie over gerelateerde onderwerpen op gebied van flexwerkers, ondernemen, payroll en de uitzendbranche.

Reageer