Passende arbeid uitzendkracht

0

Passend werk voor een uitzendkracht in fase C is vergelijkbaar werk voor hetzelfde aantal uren. Is het aantal aangeboden uren minder, dan is er geen sprake van passend werk.

De situatie

Een uitzendkracht is sinds mei 2005 in dienst op basis van een uitzendovereenkomst. Vanaf 15 oktober 2008 is de uitzendkracht werkzaam in fase C. De meest recente cao voor Uitzendkrachten van de ABU is van toepassing op de overeenkomst. In de arbeidsovereenkomst is artikel 9 lid 1 van de cao buiten toepassing verklaard. De werknemer heeft daarom recht op loon als hij geen passende arbeid verricht na het wegvallen van de laatste plaatsing, overeenkomstig artikel 13 van de cao. Verder is in de arbeidsovereenkomst bepaald dat de uitzendkracht geen recht op loon heeft als het wegvallen van de laatste plaatsing zijn eigen schuld is.

Van 2005 tot en met 2008 heeft de uitzendkracht gemiddeld 40 uur per week als chauffeur gewerkt voor een inlener. In 2009 heeft hij regelmatig thuis gezeten omdat er geen werk voor hem was. Volgens de werknemer heeft hij in 2009 te weinig loon ontvangen. Sinds juni 2010 is hij weer aan het werk bij de eerste opdrachtgever.

De vordering

De uitzendkracht vordert onder meer het te weinig uitbetaalde loon.

Het oordeel

De rechter gaat er vanuit dat de uitzendarbeid is weggevallen door het intrekken van de opdracht door de inlener. Daarom was de werkgever op grond van de cao verplicht passende vervangende arbeid voor de uitzendkracht te zoeken.

Minder uren is geen passende arbeid
Passende arbeid is volgens de cao werk binnen dezelfde functiegroep, of maximaal twee functieniveaus hoger of lager, en voor dezelfde arbeidsduur als in de uitzendovereenkomst is overeengekomen. Omdat er in de arbeidsovereenkomst geen aantal uren was vastgelegd, gaat de kantonrechter uit van de feitelijke arbeidsduur van gemiddeld 40 uur per week. Na het wegvallen van de oorspronkelijke opdracht is de uitzendkracht in 2009 gemiddeld veel minder uren werkzaam geweest. En dat was dus geen passende arbeid.

Terugvalloon
De uitzendkracht heeft op grond van de cao na het wegvallen van de opdracht en bij de afwezigheid van voldoende passend werk recht op het terugvalloon van minimaal 90 procent van het feitelijk loon van de laatste opdracht.

Werkweigering?
De werkgever probeert nog zijn gelijk te krijgen door de stellen dat de uitzendkracht passend werk heeft geweigerd. Maar die vlieger gaat niet op. De uitzendkracht had aangegeven dat hij het werk niet kon doen omdat hij zich daar fysiek niet toe in staat voelde. Dat staat vrijwel gelijk aan een ziekmelding en de werkgever had daarop een arboarts moeten inschakelen.

De rechter oordeelt dat de uitzendkracht recht heeft op terugvalloon vanaf 1 januari 2009 tot juni 2010.

Bron:
LJN BQ1700,
Kantonrechter Den Bosch
Passende arbeid uitzendkracht
Eerste aanleg, 07 april 2011

Door mr. Ingrid Kooijman

Delen...Share on LinkedIn0Tweet about this on TwitterShare on Facebook0Email this to someone

Over Auteur

redactieflexmarkt

De redactie van Flexmarkt zorgt er gezamenlijk voor dat jij op de hoogte blijft van inspirerende en vooral betrouwbare vakinformatie over gerelateerde onderwerpen op gebied van flexwerkers, ondernemen, payroll en de uitzendbranche.

Reageer