Geen voortgezette arbeidsovereenkomst. Proeftijdbeding geldig

0

Een werkneemster heeft een tijdelijke arbeidsovereenkomst tot 19 februari met werkgever 1. Ze verricht ook werkzaamheden voor werkgever 2, in opdracht.

Werkgever 2 biedt haar een contract aan per 19 februari met een proeftijd van een maand. In het contract is opgenomen dat de ze 1 dag per week voor werkgever 1 blijft werken. De werkneemster ontvangt de overeenkomst maar heeft nog wat aanmerkingen over de functiebeschrijving en het salaris. De overeenkomst wordt aangepast maar uiteindelijk nooit ondertekend. Ze gaat aan de slag en wordt in de proeftijd ontslagen. De werkneemster is het niet eens met het ontslag. Ze stelt dat ze steeds hetzelfde werk heeft gedaan, op dezelfde werkplek. Daarom is er sprake van een voortgezet dienstverband en is het proeftijdbeding niet geldig en het ontslag in de proeftijd dus ook niet.

De vordering

De werknsemster vordert in kort geding onder andere wedertewerkstelling en loondoorbetaling.

Het oordeel

De kantonrechter ziet geen reden waarom in een bodemprocedure de overeenkomst als voortgezette arbeidsovereenkomst zal worden gezien. Er is niet gebleken dat de beide werkgevers op enige wijze aan elkaar verbonden zijn. De arbeidsovereenkomst voorzag wel in de mogelijkheid om voor beide werkgevers te werken. Vanaf 19 februari heeft de werkneemster loon ontvangen van werkgever 2 en die heeft ze ook toestemming gevraagd om vrij te mogen nemen. Dat is een bevestiging van de acceptatie van het werkgeversgezag. Dat ze het werk op dezelfde plek deed, is ook geen aanwijzing voor een voortgezet dienstverband. Werkgever 1 is per 1 maart uit het pand vertrokken. De indiensttreding van de werknemer bij werkgever 2 kwam zelfs voort uit de voorgenomen verhuizing van werkgever 1. De werkzaamheden bij de nieuwe werkgever waren ook complexer en op een hoger niveau dan bij werkgever 1. Omdat er geen sprake is van een voortgezette overeenkomst moet het proeftijdbeding geoorloofd worden geacht. De kantonrechter wijst de vordering in dit kort geding af.

Bron:
LJN BK0852, Kantonrechter Zwolle
Art. 7:668 BW
Kort geding, 21 augustus 2009

Door mr. Ingrid Kooiman

Delen...Share on LinkedIn0Tweet about this on TwitterShare on Facebook0Email this to someone

Over Auteur

redactieflexmarkt

De redactie van Flexmarkt zorgt er gezamenlijk voor dat jij op de hoogte blijft van inspirerende en vooral betrouwbare vakinformatie over gerelateerde onderwerpen op gebied van flexwerkers, ondernemen, payroll en de uitzendbranche.

Reageer