Werkgevers in het midden- en kleinbedrijf moeten vóór 1 juli starten met het aanpassen van hun pensioenregeling aan het nieuwe pensioenstelsel. Daarvoor waarschuwt het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in een nieuwe campagne gericht op werkgevers met een pensioenregeling bij een verzekeraar of premiepensioeninstelling (PPI).
Volgens het ministerie lopen vooral kleinere werkgevers achter met de overstap naar de nieuwe pensioenregels. Uiterlijk op 1 januari 2028 moeten alle pensioenregelingen zijn aangepast aan de Wet toekomst pensioenen.
Risico op problemen bij te late overstap
Werkgevers die te laat beginnen, lopen volgens het ministerie financiële en juridische risico’s. Wanneer een pensioenregeling na de overgangsperiode niet voldoet aan de nieuwe wetgeving, kan sprake zijn van een fiscaal onzuivere pensioenregeling.
Volgens het ministerie zullen verzekeraars en PPI’s zo’n regeling in principe niet uitvoeren. Daardoor kan de uitvoering van de pensioenregeling in gevaar komen of worden stopgezet, inclusief aanvullende verzekeringen voor bijvoorbeeld arbeidsongeschiktheid en nabestaandenpensioen.
Volgens het ministerie kan dat grote financiële gevolgen hebben voor werkgevers. Als een werknemer bijvoorbeeld overlijdt terwijl het nabestaandenpensioen niet meer verzekerd is, kunnen de kosten uiteindelijk bij de werkgever terechtkomen.
Ook gevolgen voor werknemers
Niet alleen werkgevers lopen risico, benadrukt het ministerie. Bij een fiscaal onzuivere pensioenregeling kan de Belastingdienst het opgebouwde pensioen van werknemers aanmerken als loon. Werknemers moeten daar dan direct belasting over betalen.
In het persbericht stelt het ministerie dat werknemers hierdoor een groot deel van hun pensioenopbouw kunnen verliezen. Ook zouden werkgevers aansprakelijk gesteld kunnen worden voor de ontstane schade.
Tegelijkertijd hangt de uiteindelijke impact af van de specifieke situatie en van de manier waarop toezichthouders, uitvoerders en de Belastingdienst omgaan met regelingen die niet tijdig zijn aangepast.
Overstap kost volgens ministerie meer tijd
Volgens het ministerie duurt het aanpassen van een pensioenregeling doorgaans tussen de zes en achttien maanden. Werkgevers moeten daarbij onder meer overleggen met pensioenadviseurs, uitvoerders en — afhankelijk van de regeling — werknemers of de ondernemingsraad.
Minister Hans Vijlbrief noemt het belangrijk dat ondernemers tijdig in actie komen. In het persbericht zegt hij dat werkgevers daarmee niet alleen hun werknemers zekerheid bieden, maar ook voorkomen dat hun bedrijf later in de problemen komt door het nieuwe pensioenstelsel.
De campagne ‘Werken aan ons pensioen’ is een initiatief van het ministerie samen met onder meer werkgeversorganisaties, vakbonden en het Verbond van Verzekeraars. Werkgevers kunnen via de campagne informatie en een stappenplan krijgen voor de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel.
Lees ook: Campagne moet uitleners voorbereiden op nieuwe toelatingswet Wtta