Oekraïners als oplossing voor de krapte?

0

Het kabinet heeft per 1 april mogelijk gemaakt dat Oekraïense vluchtelingen zonder tewerkstellingsvergunning aan de slag kunnen. Is dit een structurele oplossing voor de overspannen arbeidsmarkt? 

De tekorten op de arbeidsmarkt leiden actueel tot ingrijpende en voor iedereen zichtbare problemen. In de horeca zijn er ernstige bottlenecks, Schiphol kon de meivakantie niet aan en door een tekort aan beveiligingsmedewerkers kon de viering van Ajax’ kampioenschap alleen in het stadion plaatsvinden en niet in het centrum van Amsterdam.

Han van Horen
Han van Horen

De problemen komen niet uit de lucht vallen. Han van Horen, CEO van HOBIJ en directielid bij moederbedrijf Labour Power Company, schetst: “Langjarige demografische ontwikkelingen, zoals een stijgend opleidingsniveau, vergrijzing en ontgroening maken dat de beroepsbevolking al jaren krimpt en dat leidt tot steeds grotere krapte.”

Langs talrijke lijnen

De oplossing wordt gezocht langs talrijke lijnen. Automatisering en robotisering rukken steeds verder op. Allerlei groepen worden aangemoedigd om meer deel te nemen aan de arbeidsmarkt, zoals mensen die in deeltijd werken of die langdurig werkloos zijn. Ook gepensioneerden hebben steeds vaker weer een (deeltijd)baan.
Daarnaast kon de Nederlandse economie de krapte in de afgelopen twintig jaar goed opvangen door werknemers te werven uit EU-landen als Polen, Tsjechië en de Baltische landen. Inmiddels wordt dit steeds moeilijker, legt Han van Horen uit. “De economie is daar sterk gegroeid. De werkloosheid daar is nu vergelijkbaar met die in Nederland. Daarnaast zien we ook de lonen in deze landen sterk stijgen.”

Internationale medewerkers

De branche is dan ook steeds nadrukkelijker op zoek naar arbeidsmigranten uit niet-EU-landen. Landen als de Filipijnen, Indonesië, Zuid-Afrika en Tunesië worden vaak genoemd. De term arbeidsmigrant is wel beladen, weet Henk Buitink, algemeen directeur bij de Covebo Group: “Op alles wat met migratie en migranten te maken heeft, rust in Den Haag en daarbuiten een negatieve connotatie. Terwijl het gaat om mensen die van buiten Nederland komen om onze economie te versterken. Ik spreek dan ook veel liever van internationale medewerkers.”

Ook Han van Horen prefereert de term ‘internationale medewerkers’. De negatieve associaties en angst die in delen van de maatschappij leven over arbeidsmigranten, vindt hij niet passend. “Het is een groep die over het algemeen niet van plan is om voor altijd in Nederland te blijven. De meesten zijn hier voor drie tot achttien maanden.”
Han van Horen hoopt dat de mogelijkheden om medewerkers van buiten de EU te halen worden verruimd. Hij is dan ook blij met een recent initiatief van de Europese Commissie om mensen uit niet-EU-landen voortaan makkelijker een werkvergunning te geven. Het initiatief moet eind dit jaar van start gaan.

Frank van Gool

OTTO Work Force heeft dergelijke versoepelingen niet afgewacht. In navolging van het Japanse moederbedrijf Outsourcing Inc. rekruteert OTTO verpleegkundigen in onder andere de Filipijnen en Indonesië. Oprichter en ceo Frank van Gool vertelt: “Ze krijgen daar een opleiding van 13 tot 20 weken. Daarin krijgen ze les over de Nederlandse taal, het Nederlandse zorgsysteem en hoe het in ons land toegaat op de werkvloer.” De eerste lichting Aziatische verpleegkundigen wordt in het derde kwartaal van dit jaar verwacht.

Oekraïners als oplossing

Een groep die sinds februari door oorlogsgeweld zijn weg naar Nederland heeft gevonden, is die van de Oekraïners. De overheid maakt voor deze groep vluchtelingen een uitzondering: Oekraïners mogen sinds 1 april zonder vergunning een baan aannemen in Nederland. Voorwaarde is wel dat dit wordt aangemeld bij het UWV.

Han van Horen heeft bij HOBIJ onlangs een Oekraïense vluchteling aangenomen voor de afdeling recruitment, om goed de verbinding te kunnen maken met de nieuwe groep potentiële arbeidskrachten. Een groot gedeelte van de gevluchte Oekraïners wil graag in Nederland aan het werk, zo ervaart Van Horen. “Enerzijds natuurlijk om inkomsten te genereren. Maar ook om zich deel van de Nederlandse samenleving te voelen. Werk is de beste manier om snel te integreren en mensen te leren kennen. Daarnaast geeft het afleiding.”

Covebo bemiddelt al Oekraïense vluchtelingen, ook al gaat het volgens directeur Henk Buitink om ‘tien tot twintig’ werknemers. Ook OTTO zendt Oekraïense vluchtelingen uit, meldt Frank van Gool. Hij noemt eveneens een aantal van twintig uitzendkrachten.

Niet structureel

De inzet van Oekraïense vluchtelingen is geen structurele oplossing, denkt Cor de Koeijer, adviseur CAO en Juridische Zaken bij de NBBU. “Het is een groep die wel degelijk aan het werk kan, en dat gebeurt ook al. Maar we hebben onze leden wel geadviseerd: ga er zorgvuldig mee om. Het is een kwetsbare groep. Ze hebben spoorslags hun huis en haard verlaten. Het zijn vaak vrouwen die zonder man, maar wel met kinderen het land konden verlaten. Ze hebben zorg voor hun kinderen. Ze kunnen getraumatiseerd zijn. En dan kan het kan bijvoorbeeld zijn dat iemand al na twee weken ophoudt om voor je te werken. Om begrijpelijke redenen, zoals psychisch lijden of opvoedkundige taken. Deze groep is in die zin anders dan arbeidsmigranten. Je moet ze daarin faciliteren.”

Josien van breda

Deze visie deelt Josien van Breda, programmamanager arbeidsmarkt bij de ABU. “Wat ik leden zonder uitzondering hoor zeggen is dat ze het het allerbelangrijkste vinden dat de Oekraïners hier eerst een veilige landing hebben. Het leven moet eerst in rustig vaarwater komen, onder andere door passende huisvesting. Daarna pas kan werk in beeld komen.”

 

Het leven moet eerst in rustig vaarwater komen, onder andere door passende huisvesting. Daarna pas kan werk in beeld komen.
Josien van Breda (programmamanager arbeidsmarkt, ABU)

Kwetsbare positie

Toch blijven het mensen in een kwetsbare positie, onderkent Josien van Breda: “Als ABU doen wat we kunnen voorkomen dat de verkeerde partijen zich op deze mensen storten. Deze boodschap vindt weerklank bij gemeentes. Zij vinden steeds beter hun weg naar onze leden. Wijzelf doen ons best om ervoor te zorgen dat de nieuwe groep vluchtelingen kennis krijgt van de Nederlandse arbeidsmarkt. We hebben bijvoorbeeld een brochure vertaald in het Oekraïens en in het Russisch, waarin wordt uitgelegd wat een uitzendbureau is en hoe je een bonafide bureau herkent.”

Ook Henk Buitink maant tot een voorzichtige omgang met deze kwetsbare groep. “Ik vond het wat minder gepast dat sommigen er een economisch voordeel in zagen dat er ineens een grote groep Oekraïense vluchtelingen naar Nederland kwam”, zegt Buitink. “Het is belangrijker dat ze goed en veilig wonen. Als ze zich uit eigen beweging melden omdat ze willen werken, is daar helemaal niets mis mee. Maar actief onder deze groep gaan werven vind ik niet kies.”

Graag terug

Volgens Cor de Koeijer is het maar de vraag of Oekraïense vluchtelingen voor lange tijd op Nederlandse arbeidsmarkt actief zullen zijn. “Een arbeidsmigrant kiest ervoor om voor een zekere periode naar hier te komen. Een vluchteling hoopt juist zo kort mogelijk in Nederland te zijn en daarna te kunnen terugkeren.” OTTO-CEO Frank van Gool noemt cijfers uit een onderzoek dat gedaan is in Polen. Daaruit blijkt dat de Oekraïense vluchtelingen een groep vormen die graag terug wil. “Bijna tachtig procent wil het liefst meteen terug naar Oekraïne”, vertelt Van Gool. “Niet meer dan 10% wil graag in Polen blijven.” De terugkeer begint al enigszins op gang te komen, weet Henk Buitink: “Naar steden als Kiev en Lviv in het noorden en westen van Oekraïne zie je de eerste mensen teruggaan.”

Blue collar

Arbeidsmigratie naar Nederland van mensen van buiten de EU lijkt een veel grotere en stabielere bijdrage te kunnen gaan leveren aan de krapte op de arbeidsmarkt. “Bedrijven in de IT en technologie zoals ASML halen al jaren kenniswerkers van buiten Europa naar hier”, stelt Han van Horen vast. “Dit zal zich in toenemende mate uitbreiden naar blue collar werk.”

Bedrijven in de IT en technologie zoals ASML halen al jaren kenniswerkers van buiten Europa naar hier. Dit zal zich in toenemende mate uitbreiden naar blue collar werk.
Han van Horen (HOBIJ)

Nederland moet daarbij wel vrezen voor zijn concurrentiepositie. Werknemers uit oostelijke delen van de EU vinden de verdiensten in Nederland steeds minder aantrekkelijk. En dit kan ook gaan gelden voor arbeidsmigranten die nog moeten komen. Duitsland verhoogt nog dit jaar minimumloon naar twaalf euro per uur, een bedrag dat hoger het Nederlandse minimumloon ná de voorgenomen stijging met 7,5 procent. “Dat is nadelig voor Nederland, zeker in combinatie met de hoge kosten voor wonen”, vindt Henk Buitink. “Ik denk dat we toe moeten naar een minimumloon 13 of 14 euro per uur, omdat we anders de mensen er niet voor zullen kunnen vinden. Van het werk dat nu voor tien euro per uur wordt gedaan, moeten we ons afvragen of we dat hier in Nederland voor zo weinig geld willen kunnen wegzetten.”

Knelpunt huisvesting

Een knelpunt dat alle bevraagden noemen, is huisvesting. Het probleem is het meest nijpend voor starters op de woningmarkt, een groep waarvan vluchtelingen en arbeidsmigranten onderdeel zijn. HOBIJ-ceo Han van Horen: “Minister De Jonge heeft opdracht om 100.000 huizen per jaar te bouwen, maar op dit moment lukt dat niet. Dat komt door enerzijds door lange procedures bij met name gemeenten en anderzijds doordat we de mensen niet hebben. Dan komen we gelijk in een vicieuze cirkel: als we mensen naar Nederland halen voor de bouw, dan moeten ze ergens kunnen wonen.”

Han van Horen hekelt de bureaucratie en de trage vergunningverlening die de ontwikkeling van huisvesting belemmert. “De politiek moet zorgen dat vergunningsprocedures een stuk korter worden. Ik vind dat het maximaal een halfjaar zou moeten duren voordat er uitsluitsel is.” Van Horen noemt het voorbeeld van een stuk grond waar hij en zijn medewerkers voor een periode van vijftien jaar een aantal tiny houses willen neerzetten. “We zijn al drie jaar bezig om de goedkeuring voor dit project te regelen en we zijn nog lang niet aan het einde van het proces. Daar kunnen nog wel twaalf tot achttien maanden bij komen. Je bent dan vier, vierenhalf jaar bezig om tijdelijke huisvesting te regelen. En het kan nog afketsen. Het is te gek voor woorden. Dit kost ons tijd, energie en geld, terwijl we in de tussentijd de plekken nog niet hebben.”

Han van Horen: “Iedereen wil dat er meer plekken komen voor internationale medewerkers en dat het niveau ervan omhooggaat. En natuurlijk moeten belanghebbenden in een gemeente inspraak hebben. Maar vergunningsprocessen zouden eigenlijk binnen een halfjaar afgerond moeten zijn. Dan kun je ofwel aan de slag, of je weet: hier kan het niet, we moeten naar een andere locatie zoeken.”

Oekraïense vluchtelingen: cijfers

Ruim 27.000 Oekraïense vluchtelingen staan ingeschreven in Nederland. Volgens een persbericht van het UWV van 2 mei zijn er in ons land ruim 4300 Oekraïners aan het werk.

Ze vinden werk in verschillende sectoren. Zo zijn er vluchtelingen die een baan hebben gevonden in de horeca, zakelijke dienstverlening en transport en logistiek. Volgens het UWV werkt zo’n 40 procent van de via uitzendbureaus. Via deze bureaus gaan de vluchtelingen aan de slag als bijvoorbeeld productiemedewerker, schoonmaker en magazijnmedewerker. Ook vinden veel vluchtelingen werk in de land- en tuinbouw (11 procent), horeca (11 procent) en de zakelijke dienstverlening (9 procent).

Vooral in de Randstedelijke regio vinden veel vluchtelingen uit Oekraïne werk. De meeste vluchtelingen zijn werkzaam in de regio Amsterdam (12 procent). In de hoofdstad vinden vluchtelingen vooral werk in de horeca en via uitzendbedrijven. Ook in de regio’s Gouda, Leiden, Zoetermeer (11 procent) en Haaglanden (9 procent) en zijn veel van de Oekraïense vluchtelingen werkzaam.

 

Dreigend structureel

De krapte op de arbeidsmarkt is een veel te omvangrijk probleem om te kunnen worden opgelost door een groep vluchtelingen die hier nu tijdelijk is omdat er oorlog is in Oekraïne, waarschuwt Henk Buitink. “We zitten niet in een tijdelijke periode van oververhitting van de arbeidsmarkt. Ja, er komt vast wel weer eens een economische recessie en dan zal er even iets van ontspanning zijn. Maar kijk je op een termijn van vijf of tien jaar of langer, dan kun je uitrekenen wat er gaat gebeuren op demografisch vlak. In Nederland en in Europa. De vergrijzing leidt tot enorme tekorten in beroepen als zorg, techniek en logistiek.”

Het probleem wordt nog steeds onderschat, denkt Henk Buitink: “De krapte is aanhoudend en veel structureler dan we denken. Zij gaat ons nog veel meer pijn doen dan nu al het geval is. We moeten fundamentele beslissingen nemen over welk werk er hier gedaan moet worden. We moeten knelpuntberoepen aanwijzen en breed kijken naar de arbeidsmarkt. We moeten enerzijds mensen omscholen, maar ook daar de grenzen voor openstellen om de knelpuntberoepen te vervullen. We moeten nu wakker worden, anders loopt de samenleving vast door al het werk waarvoor we de mensen niet hebben.”

 

Dit artikel, geschreven door Guido de Kanter, wordt tevens gepubliceerd in de juni-editie van Flexmarkt magazine.

Volg Flexmarkt op LinkedIn:

Over Auteur

Reageren is niet mogelijk.