Tweede Kamerverkiezingen, Olympische Winterspelen, WK voetbal. Er staat ons in 2026 veel te wachten. Ook de flexbranche kan zich opmaken voor een boeiend jaar, als je experts Tres Dijkshoorn, Saskia Klingeman en David Lagarrigue mag geloven.
Aan de vooravond van een nieuw jaar word je overspoeld met ludieke lijstjes, olijke overzichten en koffiedikkijkers die hun licht laten schijnen. Maar soms ook met echte deskundigen die vanuit jarenlange ervaring de trends in de markt kunnen ontwaren. Tres Dijkshoorn (adviseur en trainer voor de flexbranche), Saskia Klingeman en David Lagarrigue (allebei arbeidsrechtadvocaat en flexspecialist) zijn van die experts die precies weten waarover ze het hebben. Hoe zien zij 2026 voor de flexbranche?

TWEE KEER PER WEEK
Flexmarkt Nieuwsbrief
Het laatste nieuws over de flexbranche en de best gelezen artikelen.
Trend 1: consolidatie en specialisatie
“Een beweging die ik steeds meer in de markt zie, is schaalvergroting”, zegt Dijkshoorn, die in 2026 het 25-jarig jubileum viert van haar bureau FlexAssets. “Sommige uitzendbureaus zullen volgend jaar stoppen, andere worden overgenomen door grotere partijen.” Naast consolidatie op de markt verwachten Klingeman en Lagarrigue, beiden werkzaam bij Advocaten van Nu, toenemende specialisatie. “Omdat het werk van uitzendondernemers ingewikkelder gaat worden door de nieuwe cao zullen steeds meer organisaties een niche opzoeken, zich specialiseren.”
Trend 2: uitbesteden van backoffice
Een daaraan verwante ontwikkeling die Dijkshoorn verwacht, is dat uitzenders steeds vaker hun backoffice gaan uitbesteden. Om zich te kunnen focussen op hun corebusiness. “Daar zit tegelijkertijd ook wel een punt van zorg. Backofficedienstverleners zijn meestal lid van de ABU of NBBU en gaan groeien in 2026. Dat is prima. Maar er ontstaat wel een mogelijk kennishiaat bij de vooral kleinere intermediairs die geen lid zijn van een bond. Zij zijn het die in de praktijk de afspraken met opdrachtgevers en kandidaten maken. Daarbij moeten ze wel voldoen aan de kwaliteitsnormen van de backofficedienstverleners. Maar hoe moeten ze dat doen, hoe komen ze aan die kennis?” Volgens Dijkshoorn ligt daar een taak voor de backofficepartijen. “Zij zouden het initiatief moeten nemen en actief de uitzenders moeten instrueren.”
Lees ook: Mediaan salaris stijgt in 2025 naar 3.500 euro, loonverschillen blijven groot
Trend 3: nieuwe vormen van dienstverlening
Uitzenden wordt in 2026 duurder – straks meer daarover – en tegen die achtergrond zien de experts kansen in andere vormen van dienstverlening ontstaan. “Zoals detacheren, met een andere cao, of payrolling”, zegt Lagarrigue. “Het is mogelijk een kans voor uitzenders, met name in het kader van fase C, om zich op payrolling te gaan richten, omdat de verschillen niet meer zo groot zijn en het op andere punten voordelen kan opleveren, zoals de sectorindeling.” Dijkshoorn vult aan: “Zo zullen er ook andere vormen van dienstverlening zichtbaar worden, denk aan contracting en werving en selectie. Uitzenders gaan op zoek naar creatieve manieren om het betaalbaar te houden voor een opdrachtgever.” Ze illustreert dit met een voorbeeld. “Laatst sprak ik tuinders in het Westland. Die hebben enerzijds te maken met de afnemers van hun tomaten en andere groenten, die vaste prijzen hanteren, anderzijds met uitzendbureaus die de kostprijs van hun flexkrachten verhogen. De marge van deze tuinders komt zo in gevaar.”
Trend 4: de nieuwe cao
Alle experts zijn het erover eens: de genoemde trends vallen in het niet als je ze tegenover dé grote verandering in 2026 zet. En dat is natuurlijk de nieuwe cao voor uitzendkrachten, die per 1 januari 2026 ingaat. Het is bekend dat vanaf komend jaar uitzendkrachten recht krijgen op (minstens de waarde van) alle arbeidsvoorwaarden zoals die bij de opdrachtgever gelden voor werknemers in een gelijk(waardig)e functie. Uitzendkrachten krijgen dan dus ook recht op de arbeidsvoorwaarden die nu buiten de inlenersbeloning vallen. Lees: niet meer alleen de tien vaste loonelementen, maar ook bijvoorbeeld vakantiedagen, scholingsregelingen, pensioenafspraken, enzovoort. Het totaalpakket moet in waarde minimaal gelijk zijn en dat zal uitzenden duurder maken.
Hoe waardeer je de restcategorie arbeidsvoorwaarden?
Bij Advocaten van Nu merken ze dat hun klanten nu al veel vragen hebben. De verwachting van Klingeman en Lagarrigue is dat dit er in 2026 alleen nog maar meer worden. “De elementen van de inlenersbeloning kun je gewoon blijven overnemen van de opdrachtgever. Bij sommige andere arbeidsvoorwaarden is het ook niet ingewikkeld, zoals de vakantiedagen. Maar hoe waardeer je de restcategorie van bijzondere arbeidsvoorwaarden, denk aan een sportschoolabonnement en fruit dat de opdrachtgever wekelijks aan zijn werknemers verstrekt? En wat doet men met het berekenen van de waarde van een ter beschikking gestelde leaseauto?” Het antwoord op al deze vragen? Niemand die het precies weet, zegt Klingeman. “Het is wat dat betreft echt wachten op gerechtelijke uitspraken. En dat kan nog best een tijd duren voordat die er zijn.” Het advies tot die tijd: gebruik je boerenverstand. Lagarrigue: “Hang een redelijk prijskaartje aan elke arbeidsvoorwaarde met – uiteraard – een goede onderbouwing erbij. Daarbij is natuurlijk ruimte voor discussie. Als advocaten adviseren wij om aan de veilige kant te gaan zitten. Maar een ondernemer neemt wellicht liever wat meer risico.”
“In het begrip “gelijkwaardige beloning” zit ook ruimte voor discussie”
Discussie over gelijkwaardigheid
Grofweg zo’n 2.000 uitzenders zijn lid van de ABU en NBBU. Terwijl er naar schatting rond de 20.000 bureaus zijn. Dijkshoorn vraagt zich af wat die vele niet-leden in 2026 gaan doen met de nieuwe cao. “Wie weet zitten daar uitzenders tussen die vrolijk de inlenersbeloning zullen blijven toepassen. En daarmee een serieuze concurrent worden van de ABU- en NBBU-leden.” Lagarrigue ziet deze ontwikkeling onder zijn klanten nog niet, maar kaart wel een ander punt van zorg aan. “In het begrip “gelijkwaardige beloning” zit ook ruimte voor discussie. Het zou zo kunnen zijn dat kwaadwillende uitzenders volgend jaar hun arbeidsvoorwaardenpakket ten onrechte als gelijkwaardig aan dat van de opdrachtgever presenteren.”
Gezamenlijke verantwoordelijkheid van opdrachtgever en uitzender
Als Klingeman uitzendondernemers één advies mag geven voor 2026, welk zou dat zijn? “Dat ze het initiatief moeten nemen om snel met de opdrachtgevers om tafel te gaan om de arbeidsvoorwaarden goed en volledig in kaart te brengen. Een uitzender is immers afhankelijk van de informatie die de opdrachtgever verstrekt. Het is een valkuil om het allemaal in je eentje te gaan doen. Een inlener vindt dit vaak allemaal maar gedoe, maar het is toch echt een gezamenlijke verantwoordelijkheid dat dit straks allemaal goed wordt geregeld. Maak er dan ook een gezamenlijk project van.” Ook Dijkshoorn ziet die gezamenlijkheid als kans. “Sterker nog, ik vind dat hét onderscheidende kenmerk van de mkb’ers onder de uitzendondernemers. Zij werken hard, zijn flexibel en benaderbaar, maar vooral: ze geven veel persoonlijke aandacht aan kandidaat én opdrachtgever. Die kennen ze bij naam en toenaam. Zij kunnen inderdaad samen met die opdrachtgever alles rondom die nieuwe cao goed gaan regelen.”
Eindejaarsboodschap
Het bruggetje naar het advies van Dijkshoorn is maar klein. “Mkb-ondernemers ken ik als mensen met echt hart voor de zaak. Ze kunnen slapeloze nachten krijgen als zaken voor hun kandidaten niet goed zijn geregeld.” En zo eindigt Dijkshoorn met een mooie eindejaarsboodschap. “Ik zou tegen alle uitzenders willen zeggen: houd dat vuurtje vooral brandend. De branche heeft soms een negatief imago in de media, vaak ten onrechte. Ook word je doodgegooid met allemaal nieuwe wetten en regels. Neem als de twijfels je te veel worden even een time-out en realiseer je waarom je dit werk eigenlijk doet. Waarom ben je ooit uitzendondernemer geworden? Ten diepste niet voor geld of groei, maar om mensen weer toekomstperspectief te geven. Richt je blik in 2026 dan ook daarop. Maak plannen op dit gebied, bijvoorbeeld door wat vaker echt met je kandidaten en opdrachtgevers te praten, ze te bezoeken. Al kan het één niet zonder het ander, dus houd natuurlijk ook altijd oog voor de gezonde continuïteit van je onderneming. Hoe dan ook: blijf je hart voor mensen volgen.”
Lees ook: Flexfamily: ‘Trots is een belangrijke drijfveer’