Onbenut talent als kans: waarom inclusie loont

0

Er zijn bijna 3 miljoen Nederlanders met een beperking. Zij participeren niet volledig op de arbeidsmarkt en daarmee laten we een enorm potentieel onbenut. Professor René Bakker laat zien dat een inclusieve aanpak niet alleen moreel juist is, maar ook leidt tot economische voordelen voor bedrijven en de samenleving. 

Tekst: Paul Poley

Inclusie op de arbeidsmarkt kent vele vormen. Meestal doelt de spreker of schrijver op dimensies als kleur of gender. ‘Dat zijn met name in de Verenigde Staten hot topics’, zegt René Bakker, Professor of Inclusive Entrepreneurship and Employment aan de Tilburg School of Economics and Management (TiSEM) (zie kader). Zelf richt hij zich op een ander facet van inclusiviteit. ‘Mensen met een functiebeperking of ondersteuningsbehoefte.’ 

Enorm onbenut arbeidspotentieel

De cijfers spreken voor zich over de Nederlanders op de arbeidsmarkt die onder die definitie vallen. Bakker: ‘Uit CBS-gegevens van 2023 blijkt dat maar liefst 30 procent van de Nederlandse beroepsbevolking beperkingen ondervindt in het uitvoeren van dagelijkse activiteiten. Een simpele rekensom leert dat dit op een beroepsbevolking van 9,7 miljoen mensen gaat om ongeveer 2,9 miljoen mensen.’ Bakker somt de indrukwekkende cijfers moeiteloos op. ‘Andere CBS-data tonen aan dat de arbeidsparticipatie van vrouwen zonder beperking 90 procent is en die van mannen zonder beperking 95 procent. De arbeidsparticipatie van vrouwen mét beperking is slechts 57 procent en die van mannen met beperking 65 procent. Dan hebben we het dus over een verschil van ruim 30 procentpunt. Ontzettend veel, als je het mij vraagt.’ 

Inzet onbenut talent win-win

Daarom is het Bakkers missie om de inclusie van deze mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt te vergroten. ‘Er zijn genoeg redenen waarom dat belangrijk is. Niet alleen is het moreel het juiste om te doen en is Nederland er ook aan gehouden als ondertekenaar van het VN-Verdrag Handicap. Maar ook is bekend dat mensen die toegang tot de arbeidsmarkt hebben, gemiddeld genomen gelukkiger en tevredener zijn over hun leven. Daarnaast zijn ze gezonder, hebben ze minder depressies en voelen ze zich minder eenzaam.’  Bakker geeft speciale aandacht aan een vaak vergeten argument in de inclusiediscussie. ‘En dat is het economische. Het in dienst nemen van mensen met een functiebeperking of ondersteuningsbehoefte is win-win. Het betekent namelijk niet alleen veel voor de persoon in kwestie, maar ook voor jou als bedrijf. Of, op een hoger niveau, voor ons als maatschappij. Onderzoek wijst uit dat discriminatie op de arbeidsmarkt leidt tot suboptimal talent allocation, zoals dat heet. Anders gezegd, het uitsluiten van mensen met bijvoorbeeld adhd of autisme kost bedrijven en de samenleving heel veel geld. Talent moet dus productiever worden ingezet.’ 

Lees ook: Hyperspecialisme in de uitzendbranche: Hoe DoctorConnect zich vastbijt in haar zorgspecialisme


Inzichten na een halfjaar onderzoek

Om dat laatste te realiseren, is Bakker nu ruim een halfjaar bezig met onder meer onderzoek. Dat heeft al interessante inzichten opgeleverd. ‘Zo hebben we stappen gezet in het definiëren en begrijpen van wat een inclusieve arbeidsmarkt is. Als het gaat over een inclusieve arbeidsmarkt gaat het heel vaak alleen over toegang tot die arbeidsmarkt. Op basis van dat criterium kun je stellen dat een arbeidsmarkt van een land niet-inclusief of juist wel inclusief is. Het is het een of het ander.’ Maar Bakker heeft ontdekt dat inclusiviteit veel meer behelst dan toegang alleen. ‘Er zijn nog drie andere facetten. Om te beginnen gelijkheid. Want als iemand onafhankelijk van bijvoorbeeld zijn kleur, gender of beperking toegang heeft tot de arbeidsmarkt, moet diegene ook hetzelfde betaald krijgen als iemand anders die hetzelfde werk doet. Gelijk werk moet gelijk beloond worden. Daarnaast zijn bescherming en inspraak nog relevante facetten, want ook de mate van bescherming en inspraak moet voor iedereen gelijk zijn.’ Als je naar al die factoren kijkt, krijg je een genuanceerder beeld van de mate van inclusiviteit van een arbeidsmarkt. ‘In Nederland hebben we het bijvoorbeeld vrij goed geregeld op het gebied van bescherming en inspraak, maar een stuk minder op het gebied van toegang en gelijkheid.’ 

René Bakker 

René Bakker is hoogleraar Inclusive Entrepreneurship and Employment aan Tilburg University. Hij is daarnaast Field Editor voor het Journal of Business Venturing, een wetenschappelijk toptijdschrift op het gebied van ondernemerschap. Hij is ook lid van de Young Erasmus Academy en ontving recent een NWO VIDI-beurs ter ondersteuning van zijn onderzoek naar de inclusie van mensen met een beperking. De Financial Times publiceerde onlangs een artikel over dit onderzoek. 

Hardnekkige onderbewuste vooroordelen

Een tweede belangrijk inzicht dat Bakker heeft gekregen, gaat over onderbewuste hardnekkige vooroordelen. ‘Met het wegnemen van fysieke barrières voor mensen met een functiebeperking of ondersteuningsbehoefte gaat het best goed. De toegankelijkheid van gebouwen in Nederland is bijvoorbeeld flink verbeterd. Maar met sociale barrières – die je niet kunt zien – is het minder gesteld. Ik begreep daar eerst niets van, kon het niet rijmen. Hoe kan het dat we te maken hebben met tekorten op de arbeidsmarkt aan de ene kant en heel veel onbenut arbeidspotentieel aan de andere kant? Hoe kan het dat zo veel organisaties met de mond belijden dat ze de voordelen van een inclusieve organisatie inzien, maar die doelgroep toch niet of nauwelijks in dienst nemen?’ Het antwoord: stigma. ‘Ons onderbewuste brein blijkt last te hebben van hardnekkige vooroordelen tegen mensen met een beperking.’ Volgens Bakker is de situatie echter niet hopeloos. ‘Het is belangrijk dat ons brein wordt getraind op andere stereotypes, andere beelden, zodat het ook andere associaties krijgt bij mensen met een beperking. Daarvoor is het wel nodig dat die mensen veel zichtbaarder worden, in de media bijvoorbeeld.’ 

Inclusie is geen liefdadigheid

Organisaties die deze twee inzichten in hun beleid hebben vertaald, zijn er volgens Bakker gelukkig al te vinden. ‘Zo ben ik bijvoorbeeld erg onder de indruk van Ergon, een inclusieve werkgever in de Brainportregio die 2.700 mensen met een beperking of ondersteuningsbehoefte aan het werk heeft geholpen, onder meer bij andere werkgevers. Dat doet Ergon met liefde en passie, én met zakelijk instinct.’ Daarbij gaat het niet alleen om mensen die bijvoorbeeld in de plantsoenendienst werken, want ook dat is een stigma, zegt Bakker. ‘Het gaat ook om werk bij bedrijven als DAF en ASML. Neem DAF, dat een speciale recycle parts-afdeling heeft waar veel van deze mensen werken. En met veel succes. DAF geeft aan dat het unieke talenten zijn, die betrouwbaar zijn en goed werk leveren. Grote bedrijven als DAF en ASML zien inclusie niet als liefdadigheid, en dat is enorm belangrijk, want als je er zo naar kijkt, werkt het niet. Inclusie heeft niet alleen een sociale factor, maar zeker ook een economische.’ 

Kijk naar wat mensen wél kunnen

Vooral dat wil Bakker tot slot aan uitzenders meegeven, dat er een sterke economische component zit aan inclusiviteit. Stel nu dat een flexorganisatie een eerste stap wil zetten, waar moet hij beginnen? ‘Zoals zo vaak helpt bewustwording, in dit geval van de enorme omvang van de groep talenten die nu aan de kant staan. Verdiepen in regelgeving is ook een goede stap. Er zijn tal van overheidsmaatregelen – de ene beter en duidelijker dan de andere, moet ik zeggen – die werkgevers al dan niet financieel op weg helpen. Maar het belangrijkste: leer kijken naar wat mensen met een beperking wél kunnen.’ 

 Lees ook: Tweede Kamer voor invoering WTTA, maar veel partijen willen uitzonderingen

 

Over Auteur

Redacteur Flexmarkt

Reageren is niet mogelijk.